afdeling strafrecht beklagkamer rekestnummer K20/230469 Beschikking op het beklag van: [klager] , klager, woonplaats kiezende op het kantooradres van zijn gemachtigde: mr. R.H. Bouwman, advocaat te Amsterdam. 1Het beklag Het hof heeft op 13 november 2020 het klaagschrift ontvangen. Het beklag richt zich tegen de beslissing van de officier van justitie bij het arrondissementsparket Amsterdam om geen strafvervolging in te stellen tegen een of meer onbekend gebleven personen (hierna: beklaagden) ter zake van diverse incidenten, waaronder bedreiging en belediging. 2Het verslag van de advocaat-generaal Bij verslag van 4 juni 2021 heeft de advocaat-generaal het hof in overweging gegeven het beklag af te wijzen. 3De voorhanden stukken Het hof heeft kennisgenomen van: - het klaagschrift; - het verslag van de advocaat-generaal; - de aangifte van klager. 4De behandeling in raadkamer Het hof heeft klager in de gelegenheid gesteld op 21 december 2021 het beklag toe te lichten. Namens klager is de gemachtigde in raadkamer verschenen. Deze heeft het beklag toegelicht en gehandhaafd. De advocaat-generaal is bij de behandeling in raadkamer aanwezig geweest. In hetgeen in raadkamer naar voren is gekomen heeft deze geen aanleiding gevonden de conclusie in het verslag te herzien. 5De beoordeling van het beklag Uit het klaagschrift volgt dat klager in nieuwjaarsnacht 2020 een woordenwisseling met een persoon kreeg die hem vervolgens bedreigde. Sindsdien is klager regelmatig lastiggevallen door verschillende (groepjes) personen, die hem op straat opwachten, volgen, uitschelden en beledigen. Het hof heeft te beoordelen of de strafrechter die over deze zaak zou moeten oordelen – al dan niet na nader onderzoek – zou kunnen komen tot een veroordeling voor enig strafbaar feit. Daarnaast moet het hof beoordelen of er, gelet op alle omstandigheden, voldoende belang is bij het alsnog instellen van strafrechtelijke vervolging. Indien het antwoord op beide vragen bevestigend luidt, zal een bevel tot vervolging worden gegeven. De overwegingen van het hof Bij de toetsing is het volgende van belang. Voor een bewezenverklaring is in het strafrecht alleen een aangifte niet voldoende. Er is ten minste een minimale hoeveelheid steunbewijs nodig. Dit moet de in de aangifte opgenomen verklaring over de strafbare gedraging voldoende bevestigen. Bovendien moet het steunbewijs afkomstig zijn uit een andere bron dan de persoon die de aangifte heeft gedaan. Tegen die achtergrond bezien bevat het dossier naast de aangifte onvoldoende steunbewijs; de aangifte van klager heeft niet geleid tot identificatie een of meer mogelijke verdachten. Zo daartoe al aanknopingspunten zouden zijn, acht het hof het doen van nader onderzoek in deze zaak niet aangewezen. Gebleken is dat klager inmiddels is verhuisd, zodat een herhaling van de door hem beschreven incidenten – die zich hebben voorgedaan in de toenmalige woonomgeving van klager – niet valt te verwachten. Het hof is dan ook van oordeel dat er goede redenen zijn om in deze zaak geen vervolging te gelasten. Het beklag is ongegrond. Het hof zal daarom als volgt beslissen. 6De beslissing Het hof wijst het beklag af. Deze beschikking, waartegen voor betrokkenen geen rechtsmiddel openstaat, is gegeven op 27 januari 2022 door mrs. P.F.E. Geerlings, voorzitter, N. van der Wijngaart en A.C. Huisman, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr. P.M. Huizenga, griffier, en ondertekend door de voorzitter en de griffier.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.