afdeling strafrecht parketnummer: 23-001388-21 datum uitspraak: 6 oktober 2022 TEGENSPRAAK Arrest van het gerechtshof Den Haag, zitting houdende te Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Den Haag van 15 mei 2020 in de strafzaak onder de parketnummers 09-020159-20 en 03-268515-16 (TUL) tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1989, adres: [adres 1]. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 22 september 2022 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd dat: 1.hij, in of omstreeks de periode van 2 augustus 2017 tot en met 18 oktober 2017 te Schoonhoven, gemeente Krimpenerwaard, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, (in een pand aan de [adres 2]) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 132 hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet; 2.hij, op of omstreeks 18 oktober 2017 te Schoonhoven, gemeente Krimpenerwaard, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 132 hennepplanten, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; 3.hij, in of omstreeks de periode van 2 augustus 2017 tot en met 18 oktober 2017 te Schoonhoven, gemeente Krimpenerwaard tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid elektriciteit, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goed onder zijn/haar/hun bereik hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot andere beslissingen komt dan de politierechter. Vrijspraak De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen. De raadsman heeft ter terechtzitting in hoger beroep bepleit dat de verdachte moet worden vrijgesproken wegens onvoldoende overtuigend bewijs. Het hof overweegt als volgt. De hennepkwekerij is aangetroffen in de woning van [naam 1]. In haar verhoor bij de politie op 29 november 2017 heeft zij verklaard dat zij haar huissleutel aan een vriend had afgegeven en dat zij vermoedt dat die vriend verantwoordelijk is voor de hennepkwekerij. In maart 2020 – als [naam 1] een aanvullende verklaring aflegt bij de politie – verklaart zij dat de verdachte de vriend is aan wie zij haar huissleutel heeft gegeven. Op basis van de stukken in het dossier kan echter, anders dan op basis van de verklaring van [naam 1], niet worden vastgesteld dat de verdachte zich toegang kon verschaffen tot de woning. Wel blijkt uit het onderzoek dat [naam 2] in de woning is gezien en dat hij heeft verklaard dat hij tijdens de afwezigheid van [naam 1] voor haar woning zorgde. [naam 1] heeft in november 2017 verklaard dat alleen zij en een vriend een sleutel hadden van de woning, verder niemand. De verdachte heeft iedere betrokkenheid bij de hennepkwekerij ontkend en heeft verklaard dat hij niet op goede voet met [naam 1] stond. Het hof is van oordeel dat, gelet op bovenstaande, twijfel bestaat over de betrouwbaarheid van de aanvullende verklaring van [naam 1], afgelegd in maart
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.