← Nederland

ECLI:NL:GHAMS:2022:2868

afdeling strafrecht parketnummer: 23-002277-21 datum uitspraak: 6 oktober 2022 TEGENSPRAAK Arrest van het gerechtshof Den Haag, zitting houdende te Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Den Haag van 15 mei 2020 op de vordering van het openbaar ministerie ingevolge artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht in de ontnemingszaak met nummer 09-020159-20 tegen de betrokkene [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1989, adres: [adres]. Procesgang Het openbaar ministerie heeft in eerste aanleg gevorderd dat aan de betrokkene de verplichting zal worden opgelegd tot betaling van een geldbedrag aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, geschat tot een bedrag van € 14.099,

  1. De betrokkene is in de strafzaak bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Den Haag van 15 mei 2020 veroordeeld ter zake van het telen en aanwezig hebben van hennep en diefstal van elektriciteit. Voorts heeft de politierechter in de rechtbank Den Haag bij vonnis van 15 mei 2020 het wederrechtelijk verkregen voordeel en de betalingsverplichting vastgesteld op een bedrag van € 14.099,
  2. De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen beide vonnissen. De betrokkene is bij arrest van het gerechtshof Den Haag, zitting houdende te Amsterdam van 6 oktober 2022 vrijgesproken van de gehele tenlastelegging in de hiervoor genoemde strafzaak. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 22 september 2022 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de betrokkene en de raadsman naar voren hebben gebracht. Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie Het hof zal het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaren in zijn vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel, nu de betrokkene niet is veroordeeld wegens een strafbaar feit. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: Verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Den Haag, zitting houdende te Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.P.M. van Rijn, mr. P. Greve en mr. A.M. Koolen - Zwijnenburg, in tegenwoordigheid van mr. S.W.H. Bootsma, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 6 oktober
  3. mr. Greve is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen. ========================================================================= […] […]

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.