afdeling strafrecht parketnummer: 23-001876-20 datum uitspraak: 10 oktober 2022 TEGENSPRAAK Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 17 juni 2019 in de strafzaak onder parketnummer 15-086083-19 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1974, adres: [adres]. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 26 september
- Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof – in tegenstelling tot de politierechter – tot een vrijspraak komt. Vrijspraak De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het primair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 weken. De raadsman heeft vrijspraak bepleit omdat – kort samengevat – uit het dossier niet kan worden vastgesteld dat het de verdachte betreft die de container met sigaretten heeft weggenomen en dat deze container daadwerkelijk in de laadruimte van zijn vrachtwagen heeft gestaan. Het hof overweegt als volgt. Uit de aangifte volgt een reeks aan bevindingen die er, samen genomen, op neer komen dat de verdachte (container(s) met) sigaretten toebehorende aan [benadeelde] wederrechtelijk zou hebben weggenomen door die in zijn vrachtwagen te laden. De reeks van bevindingen - en de conclusies die eruit zijn getrokken - zijn onvoldoende te herleiden tot en vinden onvoldoende eenduidig en specifiek steun in de overige stukken in het dossier, waardoor niet met een voor een bewezenverklaring vereiste mate van zekerheid kan worden vastgesteld dat de verdachte de sigaretten wederrechtelijk heeft weggenomen. Om die reden is het hof van oordeel dat niet wettig en overtuigend is bewezen hetgeen de verdachte primair en subsidiair is tenlastegelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken. Vordering van de benadeelde partij [benadeelde] De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 5.386,
- De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 4.200,
- De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep niet opnieuw gevoegd. Het hof heeft in hoger beroep te oordelen over de gevorderde schadevergoeding voor zover deze in eerste aanleg is toegewezen. Het hof overweegt als volgt. De verdachte wordt niet schuldig verklaard ter zake van het primair en subsidiair tenlastegelegde handelen waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom in de vordering niet worden ontvangen. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: Verklaart niet bewezen dat de verdachte het primair en subsidiair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij. Vordering van de benadeelde partij [benadeelde] Verklaart de benadeelde partij [benadeelde] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding. Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.J.A. Duker, mr. P. Greve en mr. M. van der Horst, in tegenwoordigheid van mr. D. de Jong, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 10 oktober
- mr. P. Greve en mr. M. van der Horst zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen ========================================================================= […] […]