afdeling strafrecht parketnummer: 23-002623-19 datum uitspraak: 16 augustus 2022 Arrest van het gerechtshof Amsterdam van 16 augustus 2022 tot herstel van het arrest gewezen op 3 augustus 2022 op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 27 juni 2019 in de strafzaak onder parketnummer 13-730024-18 tegen [verdachte01] , geboren te [geboorteplaats01] op [geboortedatum01] 1976, adres: [adres01] . Herstel kennelijke rekenfout met betrekking tot het opgelegde voorwaardelijke strafdeel Het hof heeft in deze zaak op 3 augustus 2022 een arrest uitgesproken. Het hof heeft daarin onder meer overwogen dat het hof zich voor het grootste deel aansluit bij de strafmaatoverwegingen van de rechtbank, dat in beginsel de door de rechtbank opgelegde straf van 4 jaren passend en geboden is, dat echter in de overschrijding van de redelijke termijn aanleiding wordt gezien een deel van de straf in voorwaardelijke vorm op te leggen – ook met het oog op het voortduren van het reclasseringscontact – en dat hernieuwde vrijheidsbeneming de positieve ontwikkelingen in ernstige mate zal doorkruisen en dat het hof dat onwenselijk acht. Het hof heeft hiermee onmiskenbaar te kennen gegeven een straf te willen opleggen waarvan het onvoorwaardelijke deel gelijk is aan het reeds ondergane voorarrest van 32 maanden. Door een kennelijke rekenfout met betrekking tot het voorwaardelijke deel is dat evenwel niet in de opgelegde straf tot uiting gebracht. Het hof zal deze fout herstellen, in die zin dat het voorwaardelijke strafdeel in plaats van 5 maanden 16 maanden dient te bedragen. Het hof zal daarom ook de strafmotivering aanpassen, waarbij de navolgende zin in de strafmotivering: “Om die reden zal het hof een deel van de voornoemde gevangenisstraf in voorwaardelijke vorm opleggen, te weten een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren waarvan 5 maanden voorwaardelijk, met aftrek van voorarrest.” zal worden vervangen door: “Om die reden zal het hof een deel van de voornoemde gevangenisstraf in voorwaardelijke vorm opleggen, te weten een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren waarvan 16 maanden voorwaardelijk, met aftrek van voorarrest.” Het aldus te verbeteren dictum zal in dit herstelarrest integraal worden opgenomen. BESLISSING Het hof: Verklaart de verdachte en de officier van justitie niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 3 primair, 3 subsidiair en 4 tenlastegelegde. Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van: de strafoplegging; de beslagbeslissingen; de beslissingen ten aanzien van de vorderingen van de benadeelde partijen; de opgelegde schadevergoedingsmaatregelen; de beslissing op de vordering herroeping voorwaardelijke invrijheidsstelling; en doet in zoverre opnieuw recht. Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) jaren . Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 16 (zestien) maanden , niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of de verdachte gedurende de proeftijd van 2 (twee) jaren ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden of geen medewerking heeft verleend aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclasseringsinstelling zo vaak en zolang als de reclasseringsinstelling dit noodzakelijk acht daaronder begrepen, dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd. Stelt als bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich gedurende de proeftijd stelt onder het toezicht van de reclassering en zich zal gedragen overeenkomstig de door of namens de reclassering te geven aanwijzingen en zolang de reclassering dat noodzakelijk acht. Geeft opdracht aan de reclassering tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarde en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden. Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht. Gelast de teruggave aan de verdachte van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten: 1.00 STK Zaktelefoon ALCATEL
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.