afdeling strafrecht parketnummer: 23-003055-19 datum uitspraak: 15 juli 2022 TEGENSPRAAK Verkort arrest van de meervoudige economische kamer van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de economische politierechter in de rechtbank Amsterdam van 28 juni 2019 in de gevoegde strafzaken onder de parketnummers 81-017192-18 en 81-020130-19 tegen [verdachte01] , geboren te [geboorteplaats01] op [geboortedatum01] 1976, adres: [adres01] . Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 1 juli
(2)jaren. Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het vissen en varen in het Natura 2000-gebied waar dit niet was toegestaan. Daarmee heeft hij de natuur ernstig benadeeld en wet- en regelgeving omtrent de bescherming van flora en fauna moedwillig terzijde geschoven. Voorts heeft de verdachte een aantal keren gevaren zonder - samengevat - volledig operationele VMS- en AIS-systemen gevaren. Het VMS wordt in de commerciële visserij gebruikt om instanties in staat te stellen de activiteiten van vissersvaartuigen te volgen en controleren. Onder meer concurrentievervalsing kan hiermee worden bestreden. Het AIS is bedoeld om autoriteiten en schepen onderling informatie, zoals de positie en koers van het schip te geven en draagt zo bij aan de veiligheid van het scheepvaartverkeer. De verdachte heeft hierop een inbreuk gemaakt door op de Noordzee en/of Waddenzee te varen zonder dat deze systemen volledig operationeel waren. Mede vanuit het oogpunt van normbevestiging en de perikelen binnen de vissector is het hof - anders dan de advocaat-generaal heeft gevorderd - van oordeel dat niet kan worden volstaan met een geldboete. Het hof acht, alles afwegende, een taakstraf en een geldboete van na te melden duur dan wel hoogte passend en geboden. Toepasselijke wettelijke voorschriften De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen: 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 23, 24, 24c, 57 en 63 van het Wetboek van Strafrecht, 1, 1a, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten, 2.5 van de Wet natuurbescherming, 2 van het Toegangbeperkend Besluit Noordzeekustzone zones I t/m III, 3a van de Visserijwet 1963, 3 en 4 van het Reglement zee- en kustvisserij 1977, 102 en 103 van de Uitvoeringsregeling zeevisserij, 9 en 10 van de Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad van 20 november 2009 en 20 van de Verordening (EG) nr. 404/2011 van de Raad van 8 april
- BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 81-017192-18 onder 1, 2 en 3 en in de zaak met parketnummer 81-020130-19 tenlastegelegde heeft begaan. Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij. Verklaart het in de zaak met parketnummer 81-017192-18 onder 1, 2 en 3 en in de zaak met parketnummer 81-020130-19 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar. Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 2.500,00 (tweeduizend vijfhonderd euro) , bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 35 (vijfendertig) dagen hechtenis . Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 80 (tachtig) uren , indien niet naar behoren verricht te vervangen door 40 (veertig) dagen hechtenis . Bepaalt dat een gedeelte van de taakstraf, groot 30 (dertig) uren , indien niet naar behoren verricht te vervangen door 15 (vijftien) dagen hechtenis, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Dit arrest is gewezen door de meervoudige economische kamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. J. Piena, mr. R.D. van Heffen en mr. P.H.M. Kuster, in tegenwoordigheid van mr. B.K.M. Pouw, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 15 juli
- mr. P.H.M. Kuster en mr. B.K.M. Pouw zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.