afdeling strafrecht parketnummer(s) eerste aanleg : 13-030561-22 en 13-159702-21 (TUL) parketnummer hoger beroep : 23-000505-22 TEGENSPRAAK Arrest van het gerechtshof Amsterdam, enkelvoudige strafkamer, van 12 september 2022 gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 28 februari 2022 in de zaak tegen de verdachte: naam: [verdachte01] voornamen: [verdachte01] geboren: op [geboortedatum01] 1979 te [geboorteplaats01] ( [geboorteland01] ) adres: [adres01] . Kwalificatie van het bewezenverklaarde Het onder 1 bewezenverklaarde levert op: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht. Het onder 2 bewezenverklaarde levert op: eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening. Het onder 3 bewezenverklaarde levert op: eenvoudige belediging. gepleegd feit 1: op 3 juli 2021 te Amsterdam; feit 2: op 5 februari 2022 te Amsterdam; feit 3: op 3 juli 2021 te Amsterdam. Toepasselijke wettelijke voorschriften de artikelen 9, 22c, 22d, 36f, 57, 63, 266, 267 en 285 van het Wetboek van Strafrecht. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) dag . Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht. Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 40 (veertig) uren , indien niet naar behoren verricht te vervangen door 20 (twintig) dagen hechtenis . Vordering van de benadeelde partij [benadeelde01] Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde01] ter zake van het onder 1 bewezenverklaarde tot het bedrag van € 625,00 (zeshonderdvijfentwintig euro) ter zake van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening. Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil. Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde01] , ter zake van het onder 1 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 625,00 (zeshonderdvijfentwintig euro) als vergoeding voor immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening. Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 12 (twaalf) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op. Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt. Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de immateriële schade op 3 juli 2021. Wijst af de vordering van de officier van justitie in het arrondissement te Amsterdam van 5 februari 2022, strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 14 september 2021, parketnummer 13-159702-21, voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) maand. Gewezen door mr. M. Lolkema, in bijzijn van mr. S. Geensen en mr. E.C. van Eijck van Heslinga, griffiers. mr. M. Lolkema De verdachte en de advocaat-generaal hebben ter terechtzitting afstand gedaan van het recht beroep in cassatie in te stellen.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.