GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling civiel recht en belastingrecht, team I zaaknummer : 200.275.420/01 zaaknummer rechtbank : 6509210 CV EXPL 17-28005 arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 8 februari 2022 inzake [appellant] , wonende te [woonplaats] (gemeente [gemeente] ), appellant, advocaat: mr. C.N. Schmidt te Rotterdam, tegen OCEANTEAM SHIPPING B.V., gevestigd te Amsterdam, geïntimeerde, advocaat: mr. A.C. Steensma te Rotterdam. 1Het geding in hoger beroep Partijen worden hierna [appellant] en OTS genoemd. [appellant] is bij dagvaarding van 24 december 2019, hersteld bij exploot van 31 december 2019, in hoger beroep gekomen van een vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam (hierna: de kantonrechter) van 7 oktober 2019, onder bovenvermeld zaaknummer gewezen tussen [appellant] als eiser in conventie, tevens verweerder in reconventie en OTS als gedaagde in conventie tevens eiseres in reconventie (hierna: het bestreden vonnis). Partijen hebben daarna de volgende stukken ingediend: - memorie van grieven, met producties; - memorie van antwoord, tevens wijziging van eis, met producties. Partijen hebben ter zitting nog stukken overgelegd, waaronder een akte houdende voorwaardelijke eiswijziging van de zijde van [appellant] . Partijen hebben de zaak ter zitting van 23 april 2021 doen bepleiten, [appellant] door mr. Schmidt voornoemd en mr. N.H. Margetson, advocaat te Rotterdam, en OTS door mr. Steensma voornoemd, ieder aan de hand van pleitnotities die zijn overgelegd. Hierna hebben partijen de volgende stukken ingediend:-akte zijdens OTS van 8 juni 2021;-antwoordakte tevens houdende producties zijdens [appellant] van 20 juli 2021.Ten slotte is arrest gevraagd. [appellant] heeft geconcludeerd dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen en - uitvoerbaar bij voorraad - alsnog de vorderingen van [appellant] zal toewijzen en die van OTS zal afwijzen met veroordeling van OTS in de kosten van het geding in beide instanties. OTS heeft geconcludeerd: A. primair, na wijziging van eis ten opzichte van hetgeen in eerste aanleg was gevorderd, dat [appellant] wordt veroordeeld tot betaling van USD 1.348.540,- ter zake van schadevergoeding, dan wel subsidiair tot betaling van € 701.100,-- ter zake van verbeurde boetes in verband met overtredingen van het nevenwerkverbod en het geheimhoudingsbeding;B. [appellant] te veroordelen tot betaling van de kosten van het Hermes onderzoek ten bedrage van € 58.780,30;C. voor het overige het bestreden vonnis te bekrachtigen, met veroordeling van [appellant] in de kosten van – naar het hof begrijpt – de procedure in hoger beroep, daaronder begrepen de kosten van beslaglegging. Beide partijen hebben in hoger beroep bewijs van hun stellingen aangeboden. 2Feiten De kantonrechter heeft in het bestreden vonnis onder 1.1 tot en met 1.32 de feiten vastgesteld die zij tot uitgangspunt heeft genomen. Deze feiten zijn in hoger beroep, behoudens voor zover hiertegen met de grieven 1 tot en met 4 wordt opgekomen, niet in geschil en dienen derhalve ook het hof als uitgangspunt. Rekening houdend met deze grieven en overigens samengevat en waar nodig aangevuld met andere feiten die als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende betwist zijn komen vast te staan, komen de feiten neer op het volgende. 2.1. OTS maakt onderdeel uit van een groep van ondernemingen die zich onder meer bezig houdt met de exploitatie van een rederij en de verhuur van apparatuur voor de offshore markt. De moedermaatschappij, Oceanteam ASA, is gevestigd in Noorwegen en heeft een notering aan de beurs in Oslo. [X] was CEO van Oceanteam ASA en zijn vader, [Y] , was bestuursvoorzitter van Oceanteam ASA. Vader en zoon zullen hierna ook wel in enkelvoud gezamenlijk worden aangeduid als “ [X] ”. 2.2. [appellant] is op 2 april 2007 in dienst getreden bij OTS op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, laatstelijk in de functie van managing director. In dat kader is hij ook benoemd tot statutair bestuurder van een aantal groeps-vennootschappen, niet zijnde OTS. In die arbeidsovereenkomst was in de artikelen 12 en 13 – samengevat – een geheimhoudingsbeding en een verbod op nevenwerkzaamheden opgenomen, op straffe van verbeurte van een boete (artikel 16).2.3. In februari 2011 is tussen OTS en [appellant] een nieuwe arbeidsovereenkomst aangegaan. In deze arbeidsovereenkomst is in artikel 5 bepaald:(…) 5. Other employmentThe Employee shall devote all of his working time, attention, knowledge, and competencies solely to the business and interest of the Employer. The Employer shall be entitled to all of the benefits, profits or other issues arising from or incident to all work, services and advice of the Employee. (...)”In artikel 8 van deze arbeidsovereenkomst is het volgende bepaald:“(…) 8. ConfidentiallyIn the course of the Employee’s employment by Employer, the Employee will be exposed to valuable confidential and trade secret information of the Employer. The Employee agrees to treat all such information as confidential and to take all necessary precautions against disclosure of such information to third parties during and after the term of this Agreement. (…)” 2.4. In een bij deze (nieuwe) arbeidsovereenkomst gevoegde en door [appellant] en [X] geparafeerde functieomschrijving is onder meer vermeld:“(…)Key Performance Indicators Marine Asset Business * Develop opportunities, build long term relationships, manage contracts (…)” 2.5. OTS heeft in de jaren 2013-2016 voor drie verschillende projecten kabelcarrousels verhuurd aan LS Cable (hierna “LS Cable”), een Zuid-Koreaanse fabrikant van kabels, steeds op basis van een andere overeenkomst. 2.6. Voor de eerste overeenkomst tussen OTS en LS Cable in 2013 (deze overeenkomst wordt hierna LS Cable I genoemd) heeft Rightshore Business Developers Corp. (hierna “Rightshore”) als tussenpersoon (broker) opgetreden. 2.7. De tweede overeenkomst is gesloten tussen RentOcean (een 100 % dochtervennootschap van OTS) en LS Cable in mei 2014 (deze overeenkomst wordt hierna LS Cable II genoemd). De overeenkomst is namens OTS getekend door [appellant] en [X] . Bij de totstandkoming van dit contract trad Emporos Offshore Ltd, tevens handelend onder de namen Emporos Ventures Ltd en Bel Offshore Ltd (hierna “Emporos”) op als broker. 2.8. Emporos is opgericht begin maart 2014. Enig aandeelhouder van Emporos is Bovando B.V. (“Bovando”) waarvan alle aandelen worden gehouden door [appellant] . Statutair bestuurder van Emporos is [A] (“ [A] ”). Bij OTS was bekend dat [appellant] 100% aandeelhouder en bestuurder is van Bovando. 2.9. In verband met LS Cable II is tussen OTS en Emporos op 10 juli 2014 een commissieovereenkomst gesloten voor advieswerkzaamheden van [B] (hierna “ [B] ”) en [C] (hierna “ [C] ”), op basis waarvan OTS een commissiebedrag van USD 975.000 heeft betaald aan Emporos. Deze overeenkomst is aan de zijde van OTS getekend door [appellant] en aan de zijde van Emporos door [A] . 2.10. De derde overeenkomst is aangegaan tussen OTS en een dochteronderneming van LS Cable, Pantos, in februari 2016 zonder tussenkomst van een broker. 2.11. Bij brief van 30 september 2014 heeft Oceanteam ASA aan [appellant] onder meer het volgende bericht:“(…) Reference is made to the Incentive Plan as adopted by the board of Oceanteam Shipping on 30 September 2014 (…)”. (…) Subject to the terms and conditions as set forth in the Incentive Plan, you are hereby granted an award (…) of 55,000 Phantom Shares (…).” 2.12. Bij brief van 5 juli 2016 heeft [X] , namens Oceanteam ASA, onder meer het volgende aan [appellant] bericht:“(…) we are happy to present to you an appreciation for your work performed and contribution made in 2015/2016 and as incentive for the company result in 2015. (…) Please be informed that the incentive is calculated to be gross USD 95.000,- / Euro 85.360,-. (…)” 2.13. Bij afzonderlijke brieven van 28 november 2016 berichtte [X] aan [appellant] dat vanwege een financiële reorganisatie op dat moment niet kon worden overgegaan tot uitkering van de phantom shares noch van de toegekende bonus en dat deze verplichting werd opgeschort. [appellant] heeft met deze opschorting ingestemd. 2.14. De accountant van OTS, KPMG, heeft de geconsolideerde jaarrekening van de groep gecontroleerd. KPMG heeft uiteindelijk op 23 juni 2017 in plaats van een normale (goedkeurende) verklaring een zogeheten “qualified opinion” afgegeven. In de verklaring van KPMG staat onder meer vermeld:“(…) we have not been able to obtain sufficient audit evidence over the completeness of the statement from management regarding transactions with related parties. Consequently, we have not been able to establish whether there are undisclosed related party transactions or assess the impact of these on the consolidated financial statement of the Group and the financial statements of the Company. (…)” 2.15. Bij e-mailbericht van 18 september 2017 heeft [appellant] aan [X] gevraagd of hij tijd had om de discussie over zijn toekomst bij OTS voort te zetten. Bij brief van eveneens 18 september 2017 heeft OTS [appellant] verzocht informatie over Emporos te verschaffen. De advocaat van [appellant] heeft op 22 september 2017 OTS bericht dat de gevraagde informatie niet zou worden verstrekt. 2.16. [appellant] heeft zich op 18 september 2017 tegelijkertijd met zijn bij OTS werkende broer, [D] , ziek gemeld. 2.17. Op 9 oktober 2017 heeft OTS Hermes Advisory B.V. (hierna: Hermes) opdracht gegeven onderzoek te doen naar - onder meer - de achtergrond van de betalingen die aan Emporos zijn gedaan en heeft zij [appellant] op non-actief gesteld. [appellant] heeft de aan hem beschikbaar gestelde laptop en smartphone geretourneerd, nadat de inhoud hiervan was gewist. 2.18. Op 3 november 2017 heeft [appellant] in verband met de niet uitbetaalde bonus van € 85.360,00 na verleend verlof ten laste van OTS conservatoir derdenbeslag laten leggen onder de ING Bank N.V. en de Coöperatieve Rabobank U.A. alsmede beslag laten leggen op een zogenaamde kabelcarrousel van OTS. Bij vonnis van 27 november 2017 heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam het verzoek van OTS tot opheffing van dit beslag afgewezen. 2.19. Bij brief van 24 november 2017 heeft [appellant] zijn arbeidsovereenkomst met OTS per 31 december 2017 opgezegd. 2.20. Bij brief van 29 november 2017 heeft OTS jegens [appellant] aanspraak gemaakt op betaling van de boete wegens overtreding van het nevenwerkverbod, dan wel schadevergoeding als deze op een hoger bedrag uitkomt. 2.21. Bij beschikking van 17 januari 2018 heeft OTS verlof gekregen om ten laste van [appellant] conservatoir beslag te leggen, waarna zij beslag heeft laten leggen op de bankrekening, de woonboot en de speedboot van [appellant] . 2.22. In februari 2018 heeft [X] op de website van OTS en aan klanten van OTS bericht dat [appellant] (kort gezegd) zou hebben gefraudeerd door onbevoegde betalingen naar aan hem gelieerde entiteiten namens OTS te autoriseren. 2.23. Na onderzoek heeft Hermes haar bevindingen neergelegd in een rapport van 28 maart 2018. In hoofdstuk 2 (“Samenvatting van bevindingen”) is het volgende vermeld:“47. (…) Uit de informatie die aan ons is verstrekt, kan worden geconcludeerd dat de interne controle op commissiebetalingen in de periode 2014-2016 onvoldoende is geweest. Uit de overeenkomst die Oceanteam met Emporos heeft gesloten, kan worden afgeleid dat deze namens Oceanteam alleen door [appellant] als project manager / managing director is getekend. Dit terwijl de autorisatiematrix aangeeft dat ook de autorisatie van [X] als CEO van Oceanteam daarvoor benodigd was. Voorafgaand en gedurende de periode dat de commissieovereenkomsten zijn gesloten en commissies zijn betaald, heeft Oceanteam geen onderzoek uitgevoerd naar de achtergrond van de vennootschappen waaraan commissies werden betaald. Oceanteam heeft destijds ook geen onderzoek uitgevoerd naar wie de uiteindelijk belanghebbenden van deze commissies waren. Uit het onderzoek is gebleken dat Oceanteam in de periode 2014-2016 alleen commissies heeft betaald aan Rightshore en Emporos (…).50. Uit het onderzoek is gebleken dat Oceanteam in ieder geval via Emporos commissies heeft betaald aan personen die in deze periode werkzaamheden verrichtten voor dezelfde klant als waarvan Oceanteam haar opdracht heeft verkregen. (…) Het rapport van Hermes vermeldt verder dat uit het transactieoverzicht van Emporos over 2015 kan worden afgeleid dat Emporos in 2015 in totaal € 1.697.604,00 aan commissie-opbrengsten heeft ontvangen van OTS, Broron, Subtech Qatar en Mubarak. Verder veronderstelt Hermes dat Emporos een master agreement met een looptijd van 12 maart 2014 tot en met maart 2016 heeft gesloten met Subtech Qatar, die daarna doorloopt tot deze wordt opgezegd. In addendum 1 bij deze overeenkomst is bepaald dat Subtech Qatar met behulp van Emporos een overeenkomst is aangegaan met LS Cable, dat zij daarvoor 2,5% van USD 22 miljoen aan Emporos zal betalen en dat communicatie uitsluitend tussen [E] van Subtech Qatar en [appellant] zal plaatsvinden. 2.24. Uit het Hermes rapport en de OTS-emailaccount [appellant] blijkt verder dat [appellant] meerdere e-mailberichten heeft verstuurd aan Emporos en derden houdende bedrijfsgevoelige informatie van OTS en tevens dat hij opdrachten van klanten die binnen kwamen bij OTS, heeft doorgeleid naar Subtech. 2.25. Op 15 maart 2018 heeft [X] aangekondigd zich per 30 maart 2018 terug te zullen trekken als CEO van OTS. Een week later, op 22 maart 2018, heeft ook [Y] zijn aftreden per direct aangekondigd. 3 3. Beoordeling 3.1. [appellant] heeft in eerste aanleg in conventie, na wijziging eis, gevorderd OTS bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, te veroordelen tot betaling van: - € 84.403,55 netto, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 1 augustus 2016;|- € 24.537,98, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 januari 2018;- € 1.471,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 augustus 2017;- € 1.712,96, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 oktober 2017;- de proceskosten, waaronder de kosten van het beslag ten bedrage van € 2.283,47. Tevens vordert [appellant] te bepalen dat OTS hem alle e-mails met daaraan gehechte bijlagen dient te verstrekken die vanaf de emailadressen [emailadres 1] en [emailadres 2] zijn verzonden en ontvangen, zulks vanaf de periode 1 januari 2014 tot en met 20 juni 2017, zulks op straffe van een dwangsom van € 2.500,00 voor iedere dag of dagdeel dat zij niet geheel aan deze veroordeling voldoet, met een maximum van € 500.000,00. 3.2. Ter onderbouwing van deze vorderingen heeft [appellant] gesteld: - dat hem bij brief van 5 juli 2016 door OTS een bonus is toegekend van € 85.360,00 bruto, zijnde € 41.723,55 netto, welke ingevolge het handboek vóór 1 augustus 2016 betaald had moeten worden, zodat OTS ook de wettelijke verhoging van 50% over dit bedrag verschuldigd is geworden, te weten € 42.680,00 netto, derhalve in totaal € 84.403,55 netto;- dat de aan [appellant] toegekende phantom shares niet op 1 januari 2018 bij einde dienstverband zijn uitgekeerd, zodat [appellant] aanspraak heeft op uitbetaling van € 16.358,65, vermeerderd met 50% aan wettelijke verhoging ten bedrage van € 8.179,33, derhalve in totaal € 24.537,98; - dat de onkosten over de maanden mei, juni en juli 2017 ten bedrage van € 1.471,00 per 1 augustus 2017 en over de maanden augustus en september 2017 ten bedrage van € 1.712,96 per 1 oktober 2017 niet zijn betaald. 3.3. OTS heeft verweer gevoerd in conventie. In reconventie heeft OTS in eerste aanleg na wijziging van eis samengevat gevorderd dat [appellant] bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, veroordeeld zou worden tot betaling van € 701.100,00 aan verbeurde boetes wegens schending van het verbod op nevenwerk en het geheimhoudingsbeding, en € 58.780,30 aan kosten voor het forensisch onderzoek van Hermes, alsmede in de proceskosten, waaronder € 4.685,05 aan beslagkosten. 3.4. De kantonrechter heeft ter zitting van 25 april 2018 mondeling vonnis gewezen en in reconventie [appellant] bewijs opgedragen van zijn stelling dat [X] wist van de betrokkenheid en/of werkzaamheden van [appellant] bij/voor Emporos. Bij eindvonnis van 7 oktober 2019 heeft de kantonrechter [appellant] niet geslaagd geacht in dit bewijs. De vorderingen van [appellant] in conventie zijn afgewezen en de vorderingen van OTS in reconventie zijn toegewezen. 3.5. Tegen deze beslissing en de gronden waarop zij berust komt [appellant] in dit hoger beroep op. De grieven 5 tot en met 11 betreffen de in reconventie aan [appellant] gegeven bewijsopdracht en de waardering van dit bewijs, en de grieven 12 tot en met 17 (waarvan grief 16 ontbreekt) betreffen de toewijzing van de in reconventie gevorderde boetes. Het hof ziet aanleiding de grieven 5 tot en met 17 gezamenlijk te bespreken. Overtreding bedingen arbeidsovereenkomst 3.6. Het meest verstrekkende verweer van [appellant] tegen de vorderingen van OTS houdt in dat in 2011 een nieuwe arbeidsovereenkomst is gesloten waarin geen verbod op het verrichten van nevenwerkzaamheden en geen boetebeding is opgenomen. Dit verweer slaagt. In hoger beroep is tussen partijen niet in geschil dat in februari 2011 een nieuwe arbeidsovereenkomst tot stand is gekomen. In de nieuwe arbeidsovereenkomst is geen boete gesteld op overtreding van artikel 5 en 8. Voor zover OTS betoogt dat de arbeidsovereenkomst uit 2007, althans het daarin opgenomen geheimhoudingsbeding, verbod op nevenwerkzaamheden en het boetebeding, naast de arbeidsovereenkomst uit 2011 onverkort zijn blijven gelden, faalt dit betoog. Noch de arbeidsovereenkomst uit 2011 zelf, noch hetgeen partijen overigens hebben gesteld omtrent de totstandkoming daarvan, rechtvaardigt de conclusie dat naast deze nieuwe arbeidsovereenkomst, de oude geheel of gedeeltelijk is blijven voortduren. Wanprestatie of onrechtmatige daad 3.7. De vraag die vervolgens voorligt is (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.