GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling civiel recht en belastingrecht, team I zaaknummers : 200.309.571/01 en 200.309.577/01 zaaknummers rechtbank Noord-Holland : 8886049 \ EJ VERZ 20-412 en 8895669 \ EJ VERZ 20-426 beschikking van de meervoudige burgerlijke kamer van 1 november 2022 inzake zaaknummer: 200.309.571/01 VERENIGING VAN EIGENAREN [X] TE [plaats] , gevestigd te [vestigingsplaats] , appellante in de hoofdzaak, verzoekster in het incident, advocaat: mr. K.M. Janssen te Alkmaar, tegen 1 [geïntimeerde 1] ,
- [geïntimeerde 2], beiden wonend te [woonplaats] , geïntimeerden in de hoofdzaak, verweerders in het incident, advocaat: mr. A.M. Zoete-Van der Zwart te Amsterdam, en zaaknummer: 200.309.577/01 VERENIGING VAN EIGENAREN [Y] TE [plaats] , gevestigd te [vestigingsplaats] , appellante in de hoofdzaak, verzoekster in het incident, advocaat: mr. K.M. Janssen te Alkmaar, tegen 1 [geïntimeerde 1] ,
- [geïntimeerde 2] , beiden wonend te [woonplaats] , geïntimeerden in de hoofdzaak, verweerders in het incident, advocaat: mr. A.M. Zoete-Van der Zwart te Amsterdam. 1Het geding in hoger beroep Zaaknummer 200.309.571/01 Partijen worden hierna VvE [X] en [geïntimeerden] genoemd. VvE [X] is bij beroepschrift met producties, dat op 19 april 2022 per e-mail en 21 april 2022 per gewone post is ontvangen ter griffie van het hof, in hoger beroep gekomen van de beschikkingen die de kantonrechter in de rechtbank Noord-Holland op 3 mei 2021, 6 augustus 2021 en 17 maart 2022 heeft gegeven tussen [geïntimeerden] als verzoekers en VvE [X] als verweerster. Tevens heeft VvE [X] daarbij een incidenteel verzoek gedaan tot voeging op de voet van artikel 222 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van de zaak met de zaak die onder zaaknummer 200.309.577/01 bij het hof is ingekomen. [geïntimeerden] hebben daarop geantwoord en geconcludeerd tot referte. Vervolgens is de uitspraak in het incident bepaald op heden. Zaaknummer 200.309.577/01 Partijen worden hierna VvE [Y] en [geïntimeerden] genoemd. VvE [Y] is bij beroepschrift met producties, dat op 19 april 2022 per e-mail en 21 april 2022 per gewone post is ontvangen ter griffie van het hof, in hoger beroep gekomen van de beschikkingen die de kantonrechter in de rechtbank Noord-Holland op 3 mei 2021, 6 augustus 2021 en 17 maart 2022 heeft gegeven tussen [geïntimeerden] als verzoekers en VvE [Y] als verweerster. Tevens heeft VvE [Y] daarbij een incidenteel verzoek gedaan tot voeging op de voet van artikel 222 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van de zaak met de zaak die onder zaaknummer 200.309.571/01 bij het hof is ingekomen. [geïntimeerden] hebben daarop geantwoord en geconcludeerd tot referte. Vervolgens is de uitspraak in het incident bepaald op heden. 2Beoordeling in het incident tot voeging in de zaak met zaaknummer 200.309.571/01 2.
- VvE [X] heeft om voeging verzocht op de grond dat de beide zaken verknocht zijn en in eerste aanleg gelijktijdig zijn behandeld. [geïntimeerden] hebben zich, als gezegd, ten aanzien van het incidentele verzoek tot voeging gerefereerd aan het oordeel van het hof. 2.
- Uit hetgeen VvE [X] heeft aangevoerd volgt dat aan de eisen van artikel 222 lid 1 Rv is voldaan. De zaken zullen derhalve worden gevoegd. 2.
- De beslissing over de kosten zal worden aangehouden totdat in de hoofdzaak eindbeschikking zal worden gegeven. In de hoofdzaak zullen [geïntimeerden] in de gelegenheid worden gesteld te reageren op het beroepschrift van VvE [X] binnen zes weken na heden. in het incident tot voeging in de zaak met zaaknummer 200.309.577/01 2.
- VvE [Y] heeft om voeging verzocht op de grond dat de beide zaken verknocht zijn en in eerste aanleg gelijktijdig zijn behandeld. [geïntimeerden] hebben zich, als gezegd, ten aanzien van het incidentele verzoek tot voeging gerefereerd aan het oordeel van het hof. 2.
- Uit hetgeen VvE [Y] heeft aangevoerd volgt dat aan de eisen van artikel 222 lid 1 Rv is voldaan. De zaken zullen derhalve worden gevoegd. 2.
- De beslissing over de kosten zal worden aangehouden totdat in de hoofdzaak eindbeschikking zal worden gegeven. In de hoofdzaak zullen [geïntimeerden] in de gelegenheid worden gesteld te reageren op het beroepschrift van VvE [Y] binnen zes weken na heden. 3Beslissing Het hof: in de zaak met zaaknummer 200.309.571/01 in het incident tot voeging: voegt de onderhavige zaak met de zaak met zaaknummer 200.309.577/01; houdt de beslissing over de proceskosten aan totdat in de hoofdzaak eindbeschikking zal worden gegeven; in de hoofdzaak: stelt [geïntimeerden] in de gelegenheid te reageren op het beroepschrift van VvE [X] binnen zes weken na heden, te weten uiterlijk op 13 december 2022; houdt iedere verdere beslissing aan; in de zaak met zaaknummer 200.309.577/01 in het incident tot voeging: voegt de onderhavige zaak met de zaak met zaaknummer 200.309.571/01; houdt de beslissing over de proceskosten aan totdat in de hoofdzaak eindbeschikking zal worden gegeven; in de hoofdzaak: stelt [geïntimeerden] in de gelegenheid te reageren op het beroepschrift van VvE [Y] binnen zes weken na heden, te weten uiterlijk op 13 december 2022; houdt iedere verdere beslissing aan. Deze beschikking is gegeven door mrs. J.W. Hoekzema, J.C.W. Rang en A.R. Sturhoofd en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 1 november 2022.