GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling civiel recht en belastingrecht, team 1 zaaknummer : 200.289.629/01 zaaknummer rechtbank : 8120400 CV EXPL 19-22020 arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 1 november 2022 inzake [appellante] wonende te [woonplaats] , appellante, advocaat: mr. B. Wernik te Haarlem, tegen STICHTING VUMC h.o.d.n. VU-Medisch Centrum, gevestigd te Amsterdam, geïntimeerde, advocaat: mr. J.A. de Clerck te Utrecht. 1De zaak in het kort In het kader van haar man-vrouw transseksualiteit heeft [appellante] in het VUMC verschillende operaties ondergaan, waaronder een zogenaamde penisinversie vaginaplastiek en een darmvaginaplastiek. Volgens [appellante] heeft VUMC daarbij onzorgvuldig gehandeld en is VUMC aansprakelijk voor de als gevolg daarvan door [appellante] geleden en nog te lijden immateriële schade. VUMC betwist onzorgvuldig te hebben gehandeld. In eerste aanleg heeft de kantonrechter de vorderingen van [appellante] afgewezen. Doorslaggevend in het oordeel van de kantonrechter is de inhoud van een voorlopig deskundigenbericht, dat op verzoek van [appellante] is gelast. De kantonrechter heeft uit de rapportage afgeleid dat de deskundige van oordeel is dat geen sprake is van medisch verwijtbaar handelen. Volgens de kantonrechter heeft [appellante] onvoldoende onderbouwd dat tegen de inhoud van het deskundigenbericht zwaarwegende en steekhoudende bezwaren bestaan. De kantonrechter heeft de beoordeling van de deskundige als voldoende inzichtelijk onderbouwd gekwalificeerd en de daarin gegeven conclusie tot de zijne gemaakt. Hiertegen komt [appellante] in hoger beroep op. 2Het geding in hoger beroep Partijen worden hierna [appellante] en VUMC genoemd. [appellante] is bij dagvaarding van 29 januari 2021 in hoger beroep gekomen van een vonnis van de rechtbank Amsterdam (hierna: de kantonrechter), van 30 oktober 2020, onder bovenvermeld zaaknummer gewezen tussen [appellante] als eiseres en VUMC als gedaagde. Partijen hebben de volgende stukken ingediend: - memorie van grieven, met productie; - memorie van antwoord, met producties; Ten slotte is arrest gevraagd. [appellante] heeft geconcludeerd dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende – uitvoerbaar bij voorraad – VUMC zal veroordelen tot betaling aan [appellante] van een bedrag van € 17.500,- bij wege van voorschot op de door [appellante] geleden en nog te lijden immateriële schade, met veroordeling van VUMC in de proceskosten in eerste aanleg, waaronder de kosten van de deskundige te begroten op een bedrag van € 3.025,-, alsmede VUMC zal veroordelen in de kosten van het hoger beroep. VUMC heeft geconcludeerd dat het hof de vorderingen van [appellante] zal afwijzen, een en ander met - uitvoerbaar bij voorraad - veroordeling van [appellante] in de kosten van de deskundige en de kosten van het geding. Beide partijen hebben in hoger beroep bewijs van hun stellingen aangeboden. 3Feiten 3.1 De kantonrechter heeft in het bestreden vonnis onder 1 de feiten vastgesteld die hij tot uitgangspunt heeft genomen. Deze feiten worden in appel niet bestreden en dienen derhalve ook het hof als uitgangspunt. Samengevat en waar nodig aangevuld met feiten die enerzijds zijn gesteld en anderzijds niet of niet voldoende zijn betwist, komen de feiten neer op het volgende. 3.2 [appellante] is op 9 juli 2015 in het kader van haar man-vrouw transseksualiteit in het VUMC geopereerd door plastisch chirurg drs. [naam 1] . De operatie betrof een penisinversie vaginaplastiek. 3.3 In 2015, 2016 en 2017 is [appellante] nogmaals geopereerd. De operatie die in 2016 plaatsvond betrof een hersteloperatie met darmvaginaplastiek. 3.4 Op 20 april 2017 heeft [appellante] VUMC aansprakelijk gesteld terzake van medisch verwijtbaar handelen. VUMC heeft bij brief van 31 juli 2017 de aansprakelijkheid afgewezen. 3.5 In een door [appellante] aanhangig gemaakte procedure voorlopig deskundigenbericht heeft de rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar, bij beschikking van 13 september 2018 dr. [naam 2] , verbonden als plastisch chirurg aan het Universitair Medisch Centrum Groningen, benoemd om als deskundige over de zaak te rapporteren. 3.6 De deskundige heeft zijn concept-rapport aan partijen toegezonden, waarbij hij hen in de gelegenheid heeft gesteld om eventuele opmerkingen of aanvullingen te maken. Geen van partijen heeft van deze gelegenheid gebruik gemaakt. 3.7 Op 17 mei 2019 heeft de deskundige zijn concept-rapportage definitief gemaakt. 3.8 De vraag of naar zijn oordeel de eerste operatie op 9 juli 2015 lege artis is uitgevoerd (vraag 5a), heeft de deskundige bevestigend beantwoord: “Ja. Er is op gebruikelijke wijze een vaginaplastiek met de penisinversie methode met invoegen van een penoscrotale lap uitgevoerd (protocol UMCG voor vaginaplastiek en nabehandeling).” 3.9 Gevraagd naar zijn oordeel over de opmerkingen in het medisch dossier dat de operatie van 9 juli 2015 goed is gegaan (vraag 5b), antwoordt de deskundige als volgt: “Volgens het operatieprotocol is de operatie van juli 2015 naar mijn begrip lege artis uitgevoerd zonder dat hier ongebruikelijke technieken of stappen genomen werden. Dus in deze zin is de operatie goed verlopen. Volgens de aantekeningen in het medisch dossier, was er postoperatief sprake van veel zwelling en bij ontslag van een wond-dehiscentie. Wond-dehiscenties komen in veel gevallen na deze operatie voor. In het algemeen genezen deze wondjes secundair, groeien dus langzaam dicht zonder tot zwaarwegende negatieve gevolgen voor het resultaat van deze operatie de leiden. In zeldzame gevallen kan een wond-dehiscentie dusdanig uitgebreid zijn dat wel het resultaat in bedwang komt zoals in het geval van betrokkene gebeurt is. Het schijnt achteraf gezien tot een loslating en/of afsterving van de binnenste bekleding van de neovagina gekomen zijn wat in een volledig dichtgroeien van de vaginaholte resulteerde. Dit werd ook zo in september 2015 geconstateerd en besloten om een correctie operatie uit te voeren. Samengevat kan de genezing na de operatie van 9 juli 2015 dus niet als goed beschreven worden. Daarnaast kwam het vervolgens door littekenvorming in het gebied van de bij de operatie nieuw aangelegde uitgang van de plasbuis tot een vernauwing die uiteindelijk tot de met spoed uitgevoerde meatoplastiek van 04 december 2015 leidde. Dit is een zeldzame in dit geval late en ernstige complicatie van de eerste operatie op 9 juli 2015 die een spoedige ingreep nodig maakte.” 3.10 Op de vraag naar zijn oordeel over de nabehandeling en in het bijzonder het advies aan [appellante] om direct na haar ontslag op 14 juli 2015 te dilateren (vraag 5c), heeft de deskundige als volgt geantwoord: “Bij het ontslag werd een wond-dehiscentie gezien. Ik kan achteraf niet beoordelen hoe de wond eruit zag en hoe groot de wond-dehiscentie was. Ook op foto’s van de betrokken kan ik dit niet met uiteindelijke zekerheid zeggen. Als het zich om een kleinere wond-dehiscenties handelde was mijn advies ook geweest om goed te spoelen en te dilateren om de neovaginaholte open te houden en secundaire re-epithelisatie van de wondarealen te initiëren. De dilatatie van de neovaginaholte is een cruciaal onderdeel van de operatie en absoluut noodzakelijk. Als niet gedilateerd wordt leidt dit met een hoge waarschijnlijkheid tot dichtgroeien van de vaginaholte.” 3.11 In zijn rapport doet de deskundige ook verslag van het door hem uitgevoerde lichamelijk onderzoek van [appellante] . In het rapport staat daarover het volgende vermeld: “Lichamelijk onderzoek Uiterlijk genitaal gebied: Status na vaginaplastiek en meerdere correctieoperaties. Onopvallend aspect van het gebied van de mons pubis. De grote schaamlippen zijn weinig gevuld en met name aan de rechterkant bestaat een incongruentie in de overgang van de huid lateraal van het litteken. Hierdoor iets asymmetrisch aspect van de grote schaamlippen. Goede, relatief weinig zichtbare littekenvorming bij de laterale littekens, zonder dog-ear vorming. Aangeduid is een clitoral hood aanwezig. Weinig vorming van kleine schaamlippen aanwezig. Clitoraal gebied iets verstreken, maar duidelijk aanwezig. Dwars iets strak litteken tussen neo-clitoris en meatus urethrae. Rustig beeld van de uitgang van de plasbuis. Breed open meatus urethrae zonder inzichtelijke structuurvorming. De overgang naar de grote schaamlippen is goed genezen met onopvallende littekens. Typisch zig-zag-achtige vorm van het litteken van de ingang van de colon-neo-vagina. Ook hier zijn de littekens rustig zonder insnoering of vernauwing. Perineaal zijn geen opbollingen zichtbaar. Neo-clitoris, meatus urethrae en neo-vagina uitmonding liggen in de midline, waarbij de opening van de neo-vagina links iets breder is dan rechts. Vaginaal onderzoek: Digitaal onderzoek tot ongeveer 10 cm diepte. Hierbij worden veel pijnklachten door betrokkene aangegeven. Tot 10 cm lijkt de neovagina goed open en wijd tot ongeveer 3 vingers breed. Duidelijk uitgebelde bekkenbodemspieren palpabel die actief door betrokkene ontspannen kunnen worden. Tot 10 cm geen vernauwing of littekenvorming in de neovagina palpabel, behalve de vernauwing door de bekkenbodemspieren. Het colonslijmvlies oogt rustig zonder tekenen van infectie. Geen onderzoek met speculum in verband met vaginale klachten uitgevoerd. Sensibiliteit: De sensibiliteit van de uiterlijke vagina is aanwezig. Geen verdoofde arealen. Specifiek wordt bij onderzoek van het clitorale gebied gevoel aangegeven.” 4Beoordeling 4.1 In deze procedure draait het om de vraag of [appellante] aanspraak kan maken op vergoeding van immateriële schade wegens medisch verwijtbaar handelen van VUMC. VUMC heeft de vordering van [appellante] gemotiveerd betwist en de kantonrechter heeft de vordering van [appellante] afgewezen. De kantonrechter heeft daarbij tot uitgangspunt genomen (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.