← Nederland

ECLI:NL:GHAMS:2022:3135

beslissing ___________________________________________________________________ _ _ GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling civiel recht en belastingrecht zaaknummer : 200.305.912/01 NOT nummers eerste aanleg : SHE/2020/25 en SHE/2020/35 beslissing van de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van 8 november 2022 inzake 1 [appellant 1] , wonend te [woonplaats] ,

  1. [appellant 2], wonend te [woonplaats] , appellanten, gemachtigde: mr. J.H. Weermeijer, tegen mr. [geïntimeerde], notaris te [vestigingsplaats] , geïntimeerde. Partijen worden hierna klagers en de notaris genoemd. 1De zaak in het kort Klagers hebben hun beroepschrift niet binnen de beroepstermijn van dertig dagen (artikel 107 lid 1 Wet op het notarisambt) ingediend. De vraag die het hof als eerste moet beantwoorden is of klagers toch ontvankelijk zijn in hun hoger beroep. 2Het geding in hoger beroep 2.
  2. Klagers hebben een beroepschrift – met dagtekening 4 januari 2022 – bij het hof ingediend tegen de beslissing van de kamer voor het notariaat in het ressort ’sHertogenbosch (hierna: de kamer) van 6 december 2021 (ECLI:NL:TNORSHE:2021:31), welk beroepschrift op 6 januari 2022 door het hof is ontvangen. De kamer heeft in de bestreden beslissing een aantal klachtonderdelen en een aantal in de beslissing omschreven verzoeken niet-ontvankelijk verklaard en de overige klachtonderdelen ongegrond verklaard. 2.
  3. Op 1 juli 2022 hebben klagers op verzoek van het hof aanvullende gronden, die uitsluitend betrekking hebben op hun ontvankelijkheid in het hoger beroep, ingediend bij het hof. 2.
  4. De notaris heeft, hoewel daartoe in de gelegenheid gesteld, geen verweerschrift ingediend bij het hof. 2.
  5. Het hof heeft van de kamer de stukken van de eerste aanleg ontvangen. 2.
  6. De mondelinge behandeling van deze zaak heeft plaatsgevonden ter openbare terechtzitting van het hof van 15 september
  7. Het hof heeft partijen vooraf laten weten eerst alleen de ontvankelijkheid van klagers in hun hoger beroep te zullen behandelen. De gemachtigde van klagers is verschenen en heeft het woord gevoerd. Klagers en de notaris zijn niet verschenen. 3De ontvankelijkheid van klagers in het hoger beroep 3.
  8. De beslissing van de kamer van 6 december 2021 is aan (de gemachtigde van) klagers verzonden als bijlage bij een aangetekende brief van de secretaris van de kamer, welke brief is gedagtekend op 6 december
  9. Op grond van artikel 107 lid 1 van de Wet op het notarisambt dient het hoger beroep van klagers binnen dertig dagen na dagtekening van deze brief te zijn ingesteld. De beroepstermijn is dus gaan lopen op dinsdag 7 december 2021 en geëindigd aan het einde van woensdag 5 januari
  10. Het beroepschrift van klagers is op donderdag 6 januari 2022 per e-mail door de griffie van het hof ontvangen. Het beroepschrift is dus na het verstrijken van de beroepstermijn ontvangen door het hof. 3.
  11. De rechtszekerheid vergt dat strikt de hand wordt gehouden aan wettelijke beroepstermijnen. Het risico dat een beroepschrift na het verstrijken van de beroepstermijn ter griffie van het hof inkomt ligt bij de appellant, in dit geval klagers. Slechts onder bijzondere omstandigheden kan op dit uitgangspunt een uitzondering worden gemaakt. Het is aan klagers om bijzondere omstandigheden aan te voeren op grond waarvan de termijnoverschrijding verschoonbaar zou zijn. 3.
  12. Klagers hebben aangevoerd dat zij betwisten dat het op 4 januari 2022 gedagtekende beroepschrift buiten de beroepstermijn is ingekomen bij het hof, nu daarvan geen enkel bewijs is overgelegd door het hof. Onder verwijzing naar een publicatie op rechtspraak.nl (inzake ECLI:NL:CRVB:2020:1207) is volgens klagers een bezwaar- of hoger beroepschrift (waarvan in deze sprake is) ook tijdig ingediend indien het binnen een week na afloop van de bezwaar- of beroepstermijn is ontvangen. Volgens deze nieuwe lijn is het beroepschrift dan ook nog tijdig ingediend, aldus klagers. 3.
  13. Het hof stelt vast dat de stempel van het hof die geplaatst is op het beroepschrift aangeeft dat het stuk op 6 januari 2022 per e-mail bij het hof is ingekomen. De e-mail waarmee de gemachtigde van klagers het beroepschrift bij het hof heeft ingediend is verzonden op donderdag 6 januari 2022 om 0:05 uur. Van een eerdere verzending van het beroepschrift is het hof niet gebleken. Het beroepschrift is dus te laat ingediend. De verwijzing naar de “nieuwe lijn” in de beslissing van de Centrale Raad van Beroep, daargelaten of deze van toepassing is op notariële tuchtklachten, kan klagers niet baten omdat ook dan geldt dat het beroepschrift voor het einde van de beroepstermijn moet zijn verzonden en dat is in deze zaak niet het geval. 3.
  14. Van feiten of omstandigheden die de overschrijding van de beroepstermijn verschoonbaar doen zijn, is het hof dus niet gebleken. Klagers zullen daarom nietontvankelijk worden verklaard in hun hoger beroep. 4Beslissing Het hof verklaart klagers niet-ontvankelijk in hun hoger beroep tegen de beslissing van de kamer van 6 december
  15. Deze beslissing is gegeven door mrs. J.H. Lieber, C.H.M. van Altena en S.V. Viveen en in het openbaar uitgesproken op 8 november 2022 door de rolraadsheer.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.