afdeling strafrecht parketnummer: 23-000956-22 datum uitspraak: 24 oktober 2022 TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsvrouw) Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 22 maart 2022 in de strafzaak onder de parketnummers 13-048523-22 en 13-228462-21 (TUL) tegen [verdachte01] , geboren op [geboortedatum01] 1972, thans uit anderen hoofde gedetineerd in PI Veenhuizen, gevangenis Bankenbosch BB te Veenhuizen. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 24 oktober 2022 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsvrouw naar voren heeft gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd dat: hij op of omstreeks 25 februari 2022 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, opzettelijk een of meer ambtena(a)r(en), te weten [benadeelde01] (handhaver bij de gemeente Amsterdam) en/of [benadeelde01] (handhaver bij de gemeente Amsterdam), gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar/hun bediening, in zijn/haar/hun tegenwoordigheid, heeft beledigd, door in de richting van die [benadeelde01] en/of [benadeelde01] te spugen en/of die [benadeelde01] en/of [benadeelde01] de woorden toe te voegen: "ga weg, ik hou niet van deze monkey-business, jullie zijn mongolen" en/of "vieze ratten zijn jullie jullie zijn racisten, je stinkt naar poep, jullie zijn vieze poessies, jullie zijn kankermongolen", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof komt tot een andere beslissing ten aanzien van de afdoening van de zaak en de vordering van de benadeelde partij, zodat een (partiële) bevestiging van het vonnis een te onoverzichtelijk samenstel van beslissingen zou opleveren. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: hij op 25 februari 2022 te Amsterdam, opzettelijk ambtenaren, te weten [benadeelde01] (handhaver bij de gemeente Amsterdam) en [benadeelde01] (handhaver bij de gemeente Amsterdam), gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van hun bediening, in hun tegenwoordigheid, heeft beledigd, door in de richting van die [benadeelde01] en [benadeelde01] te spugen en die [benadeelde01] en [benadeelde01] de woorden toe te voegen: "ga weg, ik hou niet van deze monkey-business, jullie zijn mongolen" en "vieze ratten zijn jullie jullie zijn racisten, je stinkt naar poep, jullie zijn vieze poessies, jullie zijn kankermongolen". Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het bewezenverklaarde levert op: eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, meermalen gepleegd. Strafbaarheid van de verdachte De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het bewezenverklaarde uitsluit. Toepassing van artikel 9a Wetboek van Strafrecht De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf van 3 dagen. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte schuldig zal worden verklaard, maar dat hem met toepassing van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht geen straf of maatregel wordt opgelegd. De raadsvrouw heeft hier eveneens om verzocht. Het hof heeft in hoger beroep de al dan niet op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan belediging van twee ambtenaren in functie, waarmee hij hen in hun eer en goede naam heeft aangetast. Gelet op de ernst van het feit en de straffen die voor soortgelijke feiten plegen te worden opgelegd, evenals de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, acht het hof de in eerste aanleg opgelegde straf in beginsel passend. Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 4 oktober 2022 blijkt echter dat de verdachte na het plegen van onderhavig feit, te weten op 28 juni 2022, door de rechtbank Amsterdam bij onherroepelijk geworden vonnis een ISD-maatregel voor de duur van 2 jaren is opgelegd. Mede in het licht van artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht ziet het hof in die omstandigheid aanleiding om van de voornoemde straf af te wijken. Een ISD-maatregel is immers bedoeld om te bewerkstelligen dat de verdachte zijn leven een andere wending zal geven. Het hof acht het onwenselijk dat de verdachte na het volbrengen van die maatregel opnieuw met een strafrechtelijke sanctie wordt geconfronteerd. Met toepassing van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht bepaalt het hof daarom dat aan hem geen straf of maatregel wordt opgelegd. Vordering van de benadeelde partij [benadeelde01] De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 750,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.