afdeling strafrecht parketnummer: 23-002528-20 datum uitspraak: 9 november 2022 TEGENSPRAAK Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 30 oktober 2020 in de strafzaak onder de parketnummers 13-182102-20 en 13-148479-19 (TUL) tegen [verdachte01] , geboren te [geboorteplaats01] op [geboortedatum01] 2001, adres: [adres01] Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 11 januari 2022 en 26 oktober 2022 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv), naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsvrouw naar voren hebben gebracht. Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep De verdachte is door politierechter in de rechtbank Amsterdam vrijgesproken van hetgeen aan hem onder 2 is tenlastegelegd. Het hoger beroep is door de verdachte onbeperkt ingesteld en is derhalve mede gericht tegen de in eerste aanleg gegeven beslissing tot vrijspraak. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid, Sv staat voor de verdachte tegen deze beslissing geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte daarom niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven vrijspraak. Tenlastelegging Gelet op de in eerste aanleg door de rechtbank toegelaten wijziging, en voor zover in hoger beroep nog aan de orde, is aan de verdachte tenlastegelegd dat: 1 primair hij op of omstreeks 13 juli 2020 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [benadeelde01] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen als bestuurder van een personenauto voorzien van kenteken [kenteken01] meermalen, althans eenmaal dicht op en/of naast, in elk geval in de richting voornoemde [benadeelde01] heeft gereden, dan wel gestuurd ten gevolge waarvan [benadeelde01] heeft moeten uitwijken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; 1 subsidiair hij op of omstreeks 13 juli 2020 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, [benadeelde01] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend als bestuurder van een personenauto voorzien van kenteken [kenteken01] meermalen, althans eenmaal dicht op en/of naast, in elk geval in de richting voornoemde [benadeelde01] gereden, dan wel gestuurd, ten gevolge waarvan [benadeelde01] heeft moeten ontwijken. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, zal worden vernietigd, omdat het hof de kwalificatie verbetert, een andere bewijsconstructie hanteert dan de rechtbank en een andere straf oplegt. Bewijsoverweging De verdediging heeft betoogd dat de verdachte van het onder 1 primair en subsidiair tenlastegelegde dient te worden vrijgesproken. Uit de verklaringen van de aangever en de verdachte blijkt dat de verdachte bij het links afslaan wel éénmaal richting de aangever heeft gestuurd, maar dit was per ongeluk, omdat de verdachte bij het links afslaan een verkeerde inschatting heeft gemaakt. Bij deze manoeuvre is bovendien geen aanmerkelijke kans op zwaar lichamelijk letsel ontstaan, noch was sprake van aanvaarding daarvan. Ook was er geen opzet op een bedreiging. Verder is er onvoldoende bewijs dat de verdachte na het linksaf slaan, vóór of onder het viaduct, nog in de richting van of naar de aangever heeft gestuurd, omdat de verklaringen van de aangever en de getuige [getuige01] (verder: de getuige) hieromtrent uiteenlopen. Het hof overweegt als volgt. Uit de verklaringen van zowel de aangever, de verdachte en de objectieve getuige, die onder ede als getuige heeft verklaard heel goed te hebben gezien wat er is gebeurd, blijkt dat de aangever, die op een bromfiets reed, vanaf het stoplicht op het kruispunt van de Droogbak met de De Ruyterkade te Amsterdam vanaf de rijbaan voor linksaf slaand verkeer linksaf sloeg, waarna de verdachte, die in een auto reed, vanaf de baan voor rechtdoor gaand verkeer eveneens linksaf sloeg en daarbij dicht bij de rechterkant van de scooter kwam. Overeenkomstig het standpunt van de verdediging is het hof van oordeel dat de verdachte met deze handeling een (weliswaar grove) verkeersfout maakte, maar dat niet bewezen kan worden dat de verdachte toen opzettelijk naar de aangever heeft gestuurd. Het hof is echter, anders dan de verdediging, wel van oordeel dat de verdachte na het nemen van de bocht meermaals stuurbewegingen heeft gemaakt naar de aangever. Zowel de aangever als de getuige hebben overeenkomstig verklaard dat de verdachte kort ná het hierboven genoemde eerste incident nog tweemaal van links naar rechts in de richting van de aangever heeft gestuurd, waarbij de auto van de verdachte telkens zeer dicht bij de bromfiets van de aangever kwam. Dat in hun verklaringen een verschil bestaat over de exacte locatie waarop het tweemaal van links naar rechts sturen heeft plaatsgevonden, maakt niet dat het hof aan deze verklaringen geen waarde hecht, nu zij in hoofdlijnen overeen komen, het een en ander in een kort tijdsbestek heeft plaatsgevonden en er bovendien in beweging zijnde voertuigen bij betrokken waren. In het enkele feit dat de aangifte en de getuigenverklaring op punten afwijken, ziet het hof geen reden om tot bewijsuitsluiting van de aangifte (op die punten) wegens onbetrouwbaarheid over te gaan, zoals door de verdediging is bepleit. Omtrent de vraag of de verdachte met het maken van zijn stuurbewegingen van links naar rechts opzet heeft gehad op het onder 1 primair tenlastegelegde, overweegt het hof allereerst dat de verdachte naar eigen zeggen op de hoogte was van de aanwezigheid van de aangever op zijn bromfiets. Het behoeft geen nader betoog dat in beginsel de bestuurder van een brommer in het verkeer kwetsbaar is ten opzichte van een auto, zeker als beide voertuigen zich vlak bij elkaar bewegen en dat, wanneer beide voertuigen elkaar raken, de kans op zwaar letsel bij de bestuurder van de brommer aanmerkelijk is. Desondanks heeft de verdachte abrupte stuurbewegingen in de richting van de aangever gemaakt, waardoor de aangever (op zijn bromfiets) volgens de getuige moest uitwijken en de aangever naar eigen zeggen naar rechts werd gedrukt. Het hof is van oordeel dat de verdachte, door met zijn auto deze abrupte stuurbewegingen in de richting van de aangever te maken, waarbij het alleen aan de aangever is te danken dat hij niet door de auto van de verdachte werd geraakt, naar de uiterlijke verschijningsvorm van zijn handelen (al dan niet voorwaardelijk) opzet heeft gehad op het raken van de aangever met zijn auto, waardoor hij een grote kans in het leven heeft geroepen dat de aangever zwaar lichamelijk letsel zou oplopen. De verweren worden verworpen. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: 1 primair hij op 13 juli 2020 te Amsterdam, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [benadeelde01] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, als bestuurder van een personenauto meermalen dicht op en in de richting van voornoemde [benadeelde01] heeft gereden, ten gevolge waarvan [benadeelde01] heeft moeten uitwijken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid. Hetgeen onder 1 primair meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 1 primair bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het onder 1 primair bewezenverklaarde levert op: poging tot zware mishandeling. Strafbaarheid van de verdachte De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het onder 1 primair bewezenverklaarde uitsluit. Oplegging van straffen De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg onder 1 primair bewezenverklaarde veroordeeld tot een werkstraf van 100 uren, te vervangen door 50 dagen jeugddetentie. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het onder 1 primair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf van 100 uren, te vervangen door 50 dagen hechtenis en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 4 maanden waarvan 2 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot zware mishandeling door als bestuurder van een personenauto meermalen in te rijden op een brommerrijder. Het is alleen aan het handelen van het slachtoffer te danken dat hij niet ten val is gekomen. Met zijn handelen heeft de verdachte de verkeersveiligheid ernstig in gevaar gebracht en bij het slachtoffer grote gevoelens van onveiligheid veroorzaakt. Uit een uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 4 oktober 2022 blijkt dat de verdachte weliswaar niet eerder voor geweldsdelicten is veroordeeld, maar wel tweemaal onherroepelijk is veroordeeld voor overtredingen van de Wegenverkeerswet 1994 en een onherroepelijke strafbeschikking heeft ontvangen voor een overtreding van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.