GERECHTSHOF AMSTERDAM Afdeling civiel recht en belastingrecht Team III (familie- en jeugdrecht) zaaknummer: 200.308.701/01 zaaknummer rechtbank: 9469195 \ EB VERZ 21-12843 beschikking van de meervoudige kamer van 15 november 2022 inzake [de betrokkene] , wonende te [plaats ] , verzoeker in hoger beroep, verder te noemen: de betrokkene, advocaat: mr. P.C. Menick te Amsterdam. Als belanghebbenden in deze zaak zijn aangemerkt: - Stichting Centrale Administratie voor Voorzieningen op het Gebied van de Gezondheids- en Welzijnszorg (hierna te noemen: Stichting CAV); - [belanghebbende 1] ; - [belanghebbende 2] ; - [belanghebbende 3] ; - [belanghebbende 4] ; - [belanghebbende 5] ; - [belanghebbende 6] ; - [belanghebbende 7] . 1Het verloop van het geding in eerste aanleg Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam van 22 december 2021, uitgesproken onder voormeld zaaknummer. 2Het geding in hoger beroep 2.1 De betrokkene is op 21 maart 2022 in hoger beroep gekomen van voormelde beschikking. 2.2 Bij het hof zijn voorts de volgende stukken ingekomen: - een brief van de zijde van Stichting CAV van 20 juni 2022, binnengekomen op 22 juni 2022; - een brief van de zijde van Stichting CAV van 19 augustus 2022, binnengekomen op 22 augustus 2022. 2.3 De mondelinge behandeling heeft op 30 september 2022 plaatsgevonden. Verschenen zijn: - de betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat; - [X] namens Stichting CAV; - [belanghebbende 6] ; - [Y] namens Buurtteam [plaats ] , die als informant door het hof is gehoord. [belanghebbende 1] , [belanghebbende 2] , [belanghebbende 3] , [belanghebbende 4] , [belanghebbende 5] en [belanghebbende 7] zijn, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen. 2.4 Ter mondelinge behandeling heeft de betrokkene een stuk overgelegd, te weten een e-mailbericht van Buurtteam [plaats ] . 3De feiten 3.1 De betrokkene is geboren [in] 1992. Hij is de zoon van [belanghebbende 1] en [belanghebbende 2] . De betrokkene is de broer van [belanghebbende 6] en de halfbroer van [belanghebbende 3] , [belanghebbende 4] , [belanghebbende 5] en [belanghebbende 7] . 3.2 Bij beschikking van 1 maart 2021 heeft de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam over de goederen die de betrokkene toebehoren of zullen toebehoren voor de duur van vijf jaar bewind ingesteld als gevolg van verkwisting/het hebben van problematische schulden, met benoeming van Stichting CAV tot bewindvoerder. 4. De omvang van het geschil 4.1 Bij de bestreden beschikking heeft de kantonrechter het verzoek van de betrokkene tot opheffing van het bewind afgewezen. 4.2 De betrokkene verzoekt, met vernietiging van de bestreden beschikking, zijn inleidend verzoek alsnog toe te wijzen. 4.3 Stichting CAV verzoekt – naar het hof begrijpt – het verzoek van de betrokkene toe te wijzen. 5De motivering van de beslissing 5.1 Op grond van artikel 1:449 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) kan de rechter het bewind opheffen, indien de noodzaak daartoe niet meer bestaat of voortzetting van het bewind niet zinvol is gebleken, zulks op verzoek van de bewindvoerder of van degene die gerechtigd is de onderbewindstelling te verzoeken als bedoeld in artikel 1:432 lid 1 en 2 BW, dan wel ambtshalve. 5.2 De betrokkene stelt dat voortzetting van het bewind op dit moment niet zinvol is. Er loopt een aantal - door hem aangespannen - procedures waarvan de uitkomst moet worden afgewacht voordat de betrokkene een schuldhulptraject in kan. Zo heeft hij bewaar gemaakt tegen het besluit van de Belastingdienst om hem niet aan te merken als gedupeerde van de toeslagenaffaire. Als zijn bezwaar wordt gehonoreerd, ontvangt hij een financiële vergoeding die zou kunnen worden aangewend voor het aflossen van een deel van zijn schulden. Verder loopt er een beroepsprocedure tegen een besluit van het UWV (met betrekking tot zijn Ziektewetuitkering) en een procedure over de aansprakelijkheidsstelling van zijn voormalige werkgever in verband met een bedrijfsongeval. Zolang deze procedures lopen, is onderbewindstelling niet opportuun. De betrokkene wil de kosten van het bewind dan ook liever besparen en dat geld benutten om zijn schulden af te lossen. Hij erkent dat hij ondersteuning op financieel vlak kan gebruiken, maar die kan het Buurtteam van de gemeente hem ook geven. Als voornoemde procedures zijn afgerond en onderbewindstelling nog steeds als voorwaarde wordt gesteld voor een schuldhulptraject, kan de betrokkene een nieuw verzoek tot onderbewindstelling indienen. 5.3 Stichting CAV heeft bevestigd dat niet op de schulden van de betrokkene kan worden afgelost zolang de door hem genoemde procedures nog lopen, omdat de Gemeentelijke Kredietbank hem onder deze omstandigheden niet wil toelaten tot de schuldhulpverlening. De schuldenlast bedraagt in totaal ongeveer € 55.000,- en daar komen nieuwe schulden bij, zoals die in verband met een abonnement op een sportschool. Dankzij het bewind kan dit soort nieuwe schulden – met een beroep op het centraal curatele- en bewindregister - worden teruggedraaid. Daarnaast kan Stichting CAV als bewindvoerder controle uitoefenen op de schadevergoeding(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.