← Nederland

ECLI:NL:GHAMS:2022:327

Afdeling strafrecht Parketnummer: 23-000002-21 Datum uitspraak: 10 februari 2022 TEGENSPRAAK Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 29 december 2020 in de strafzaak onder parketnummer 13-153189-20 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1999, adres: [adres]. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 27 januari 2022 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. Namens de verdachte is beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht. Vonnis waarvan beroep Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen behalve ten aanzien van de strafoplegging – in zoverre zal het vonnis worden vernietigd – en met dien verstande dat het hof de bewijsmotivering aanvult en een beslissing neemt over de voorlopige hechtenis. Aanvulling bewijsmotivering De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het onder 1 ten laste gelegde. Daartoe is aangevoerd dat het essentieel is te weten op welke wijze het chatbericht bij mevrouw [slachtoffer] terecht is gekomen, hetgeen niet is onderzocht. Indien dit via een infiltrant bij haar terecht is gekomen, kan niet worden gesteld dat de verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat een dergelijke infiltrant in de chatgroep aanwezig zou zijn en dat deze infiltrant het bericht (aan [slachtoffer]) zou doorsturen. Het hof overweegt hierover het volgende. Het bestaan van een infiltrant in de besloten chatgroep moet onderbouwing door het dossier ontberen, reden waarom het daarop gebaseerde verweer wordt gepasseerd. Voorop blijft staan dat de verdachte – in welke lijn de rechtbank al overwoog – naar eigen zeggen het bericht heeft geplaatst om een voorbeeld te stellen en de aandacht van de overheidsdiensten te trekken. De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep herhaald dat dit zijn bedoeling was; hij wilde een zogenoemd algoritme laten afgaan. Hieruit, en onder overige omstandigheden die de rechtbank al schetste, volgt onmiskenbaar de conclusie dat de verdachte op zijn minst bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat het bericht ter kennis van de politie kon komen en daarmee ook ter kennis van [slachtoffer] zou komen. Daarnaast heeft de raadsman aangevoerd dat de verdachte het gewraakte bericht uit de losse pols heeft geschreven, dat de naam van [slachtoffer] verkeerd is gespeld, dat [slachtoffer] op de ten laste gelegde datum nog niet in de Tweede Kamer zat, maar gemeenteraadslid was en dat derhalve sprake was van een ondeugdelijke bedreiging. De vraag of een bedreiging daadwerkelijk feitelijk uitgevoerd had kunnen worden conform de bewoordingen van de bedreiging is niet relevant. De door de raadsman genoemde omstandigheden doen geen afbreuk aan de ernst van de bedreiging en maken niet dat bij de bedreigde niet de redelijke vrees zou kunnen ontstaan dat het misdrijf waarmee werd gedreigd ook zou worden gepleegd. Het hof verwerpt de verweren van de raadsman. Oplegging van straffen De rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg onder 1 en 2 bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf van 4 maanden, waarvan 2 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren, met oplegging van een aantal door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het onder 1 en 2 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 4 maanden, waarvan 2 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren, met oplegging van een aantal door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden. De advocaat-generaal heeft in het bijzonder aangevoerd dat het discriminatie-aspect in deze zaak van belang is, nu uit chatgesprekken voorafgaand aan de bedreiging blijkt dat de verdachte gemotiveerd werd vanuit een racistisch motief. Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een ernstige bedreiging van [slachtoffer], thans lid van de Tweede Kamer. Zij heeft aangegeven dat ze zich door een dergelijke bedreiging realiseert dat ze werkelijk fysiek gevaar kan lopen omdat ze zich mengt in het publieke debat en dat het invloed heeft op de manier waarop ze zich kan uiten als politica. Ook heeft zij aangegeven dat het angst veroorzaakt, bij zichzelf maar ook bij mensen in haar omgeving. Het hof rekent de bedreiging de verdachte des te zwaarder aan, omdat het om een volksvertegenwoordiger gaat. In een democratische rechtsstaat is het van het grootste belang dat politici hun werk, dat per definitie deels in de openbaarheid plaatsvindt, zonder angst en vrij kunnen verrichten. Door [slachtoffer] te bedreigen, heeft de verdachte bijgedragen aan een klimaat waarin sommige politici zich uit angst beknot kunnen voelen in hun persoonlijke vrijheid, ook in hun privéleven. Ten aanzien van het door de advocaat-generaal benoemde discriminatie-aspect is het hof van oordeel dat uit de door de verdachte bij de bedreiging gebruikte bewoordingen niet, althans onvoldoende kan worden afgeleid dat de bedreiging is gepleegd met een discriminatie-aspect ex artikel 137c Sr als motief of aanleiding, of gebruikt is om het delict indringender te plegen, zoals bedoeld in de Aanwijzing discriminatie (2018A009) van het College van Procureurs-Generaal. De verdachte ontkent dit motief en uit de door hem afgelegde verklaringen kan evenmin blijken dat sprake was van een discriminatoir motief. Dat zich in het dossier onder meer van de verdachte afkomstige chatgesprekken bevinden van racistische aard is een feit, maar staan deze in een onvoldoende rechtstreeks verband met de geuite bedreiging. De verdachte heeft zich ook schuldig gemaakt aan het witwassen van een geldbedrag van ongeveer € 10.000. Het verhullen van de herkomst van geld dat afkomstig is van misdrijf vormt een bedreiging voor de legale economie en tast de integriteit van het financiële en economische verkeer aan. Gelet op de ernst van de feiten kan niet worden volstaan met een andere dan een deels vrijheidsbenemende straf. Het hof acht, alles afwegende, een (deels voorwaardelijke) gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden. Anders dan de rechtbank ziet het hof van het opleggen van bijzondere voorwaarden geen meerwaarde meer. Wel zal de proeftijd worden gesteld op een periode van 3 jaren. Toepasselijke wettelijke voorschriften De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 57, 285 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de strafoplegging en doet in zoverre opnieuw recht. Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) maanden. Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 2 (twee) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 3 (drie) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Verklaart verbeurd het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten: Goednummer: 5929126. 1 STK GSM, wit, merk: Apple. Heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis. Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige, met inachtneming van het vorenstaande. Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. H.A. van Eijk, mr. D. Radder en mr. P.C. Verloop, in tegenwoordigheid van mr. N. van Gelder, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 10 februari 2022. mr. D. Radder en mr. P.C. Verloop zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen. ========================================================================= […]

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.