afdeling strafrecht parketnummer: 23-002319-20 datum uitspraak: 22 december 2021 TEGENSPRAAK Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 13 oktober 2020 in de gevoegde strafzaken onder de parketnummers 13-261136-19 (zaak A), 16-105062-20 (zaak B), 13-172658-20 (zaak C), 16-248306-19 (zaak D), 13-306915-19 (zaak E), 13-202337-19 (zaak F), 13-274875-19 (zaak G), 13-072708-20 (zaak H), 13-252081-19 (zaak I), 13-154132-20 (zaak J), 15-029409-20 (zaak K) en 15-161287-20 (zaak L) tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1976, adres: [adres]. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 22 december 2021 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht. Omvang van het hoger beroep De verdachte is door de rechtbank vrijgesproken van hetgeen aan hem in zaak B onder 1, zaak I onder 2 en zaak K onder 1 is tenlastegelegd. Het hoger beroep is door de verdachte onbeperkt ingesteld en is derhalve mede gericht tegen de in eerste aanleg gegeven beslissingen tot vrijspraak. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor de verdachte tegen deze beslissing geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte mitsdien in zoverre niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep. Vonnis waarvan beroep De behandeling van de zaak in hoger beroep heeft het hof niet gebracht tot andere overwegingen en beslissingen dan die van de eerste rechter, zodat het vonnis waarvan beroep, voor zover in hoger beroep nog aan de orde, zal worden bevestigd, met uitzondering van de gestelde bijzondere voorwaarden en de opdracht aan Reclassering Inforsa tot het houden van toezicht op de naleving van die voorwaarden en het begeleiden van de veroordeelde. In zoverre wordt het vonnis vernietigd, omdat het hof het stellen van de bijzondere voorwaarden niet meer opportuun acht. BESLISSING Het hof: Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het in zaak B onder 1, zaak I onder 2 en zaak K onder 1 tenlastegelegde. Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de gestelde bijzondere voorwaarden en de opdracht aan Reclassering Inforsa tot het houden van toezicht op de naleving van die voorwaarden en het begeleiden van de veroordeelde en doet in zoverre opnieuw recht. Bevestigt het vonnis waarvan beroep, voor zover in hoger beroep nog aan de orde, voor het overige, met inachtneming van het hiervoor overwogene. Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. H.M.J. Quaedvlieg, mr. V. Mul en mr. R. Kuiper, in tegenwoordigheid van mr. R.J. den Arend, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 22 december 2021. Mr. Mul en mr. Kuiper zijn buiten staat dit arrest te ondertekenen.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.