GERECHTSHOF AMSTERDAM Afdeling civiel recht en belastingrecht Team III (familie- en jeugdrecht) zaaknummer: 200.313.670/01 zaaknummer rechtbank: C/13/715697 / JE RK 22-231 beschikking van de meervoudige kamer, uitgesproken op 17 november 2022 en schriftelijk uitgewerkt op 29 november 2022, in de zaak van [de vader] , wonende te [plaats ] , gemeente [gemeente] , verzoeker in hoger beroep, hierna te noemen: de vader, advocaat: mr. M.B. Chylinska te Zaandam, en de gecertificeerde instelling Stichting Jeugdbescherming Regio Amsterdam, gevestigd te Amsterdam, verweerder in hoger beroep, verder te noemen: de GI. Als belanghebbenden zijn aangemerkt: - [de moeder] (hierna: de moeder), advocaat mr. J.J.M. Kleiweg te Amsterdam; - de minderjarige [minderjarige] (hierna: [minderjarige] ). In zijn adviserende rol is in de procedure gekend: de Raad voor de Kinderbescherming, gevestigd te Den Haag, locatie Amsterdam, hierna te noemen: de raad. 1Het verloop van het geding in eerste aanleg Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Amsterdam (hierna: de rechtbank) van 12 mei 2022, uitgesproken onder voormeld zaaknummer. 2Het geding in hoger beroep 2.1 De vader is op 20 juli 2022 in hoger beroep gekomen van de beschikking van 12 mei
- 2.2 De mondelinge behandeling heeft op 17 november 2022 plaatsgevonden. Verschenen zijn: -de advocaat van de vader; -de advocaat van de moeder; - de raad, vertegenwoordigd door I. Stuifbergen. Hoewel behoorlijk opgeroepen is de GI niet verschenen. 3De feiten 3.1 Uit de (inmiddels verbroken) relatie van de vader en de moeder is geboren: - [minderjarige] , [in]
- Bij beschikking van de rechtbank van 9 december 2020 is het gezamenlijk gezag van de ouders beëindigd. Sindsdien oefent de moeder alleen het gezag uit over [minderjarige] . De beschikking van 9 december 2020 is door dit hof bekrachtigd bij beschikking van 26 oktober
- 3.2 Bij beschikking van de rechtbank van 23 februari 2016 is [minderjarige] onder toezicht gesteld. De ondertoezichtstelling is nadien telkens verlengd, laatstelijk tot 23 mei
- Op 29 maart 2022 heeft de GI om verlenging verzocht, welk verzoek heeft geleid tot de bestreden beschikking. 4De omvang van het geschil 4.1 Bij de bestreden beschikking is het verzoek van de GI, inhoudende de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van twaalf maanden, afgewezen. 4.2 De vader verzoekt, met vernietiging van de bestreden beschikking, het verzoek van de GI (alsnog) toe te wijzen en te bepalen dat de ondertoezichtstelling van [minderjarige] conform dat verzoek wordt verlengd. 5De motivering van de beslissing Uit het arrest van de Hoge Raad van 12 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2665 volgt dat de vader, sinds hij niet meer met het gezag is belast, in het kader van de ondertoezichtstelling niet langer kan worden beschouwd als belanghebbende in de zin van artikel 798, lid 1, Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Het inleidende verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling dat heeft geleid tot de bestreden beschikking is ingediend door de GI. Een en ander leidt tot de conclusie dat de vader niet de bevoegdheid toekomt hoger beroep in te stellen tegen de bestreden beslissing. Hij is daarom in het hoger beroep niet-ontvankelijk. 6De beslissing het hof: Verklaart de vader niet-ontvankelijk in het hoger beroep. Deze beschikking is gegeven door mr. J. Kloosterhuis, mr. A.N. van de Beek en mr. M.F.G.H. Beckers, op 17 november 2022 in het openbaar uitgesproken door de voorzitter in tegenwoordigheid van de griffier en op 29 november 2022 schriftelijk uitwerkt en ondertekend door de voorzitter en de griffier.