beschikking ___________________________________________________________________ GERECHTSHOF AMSTERDAM ONDERNEMINGSKAMER zaaknummer: 200.300.298/01 OK beschikking van de Ondernemingskamer van 30 november 2022 inzake 1. de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid VERENIGING VAN EFFECTENBEZITTERS, gevestigd te Den Haag, 2. [A], wonende te [....] , 3. [B], wonende te [....] , 4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [C] , gevestigd te [....] , 5. [D], wonende te [....] , 6. [E], wonende te [....] , 7. [F], wonende te [....] , 8. [G], wonende te [....] , VERZOEKERS, advocaten: mr. G.T.J. Hoff en mr. J.M.K.P. Cornegoor, beiden kantoorhoudende te Haarlem, t e g e n 1. de naamloze vennootschap SRH N.V. (voorheen genaamd SNS REAAL N.V.), gevestigd te Utrecht, 2. de naamloze vennootschap DE VOLKSBANK N.V. (voorheen genaamd SNS BANK N.V.), gevestigd te Utrecht, VERWEERSTERS, advocaten: mr. P.N. Ploeger, mr. J.L. van der Schrieck en mr. D.C. Roessingh, allen kantoorhoudende te Amsterdam, e n t e g e n 1DE STAAT DER NEDERLANDEN, zetelend te Den Haag, BELANGHEBBENDE, advocaten: mr. R.G.J. de Haan en mr. D.H. Tilanus, beiden kantoorhoudende te Amsterdam, e n t e g e n 2. de stichting STICHTING ADMINISTRATIEKANTOOR BEHEER FINANCIËLE INSTELLINGEN, gevestigd te Den Haag, BELANGHEBBENDE, advocaat: mr. A.R.J. Croiset van Uchelen, kantoorhoudende te Amsterdam, e n t e g e n 3. de stichting RESTITUTIE ONTEIGENDE OBLIGATIEHOUDERS SNS STICHTING, gevestigd te Amsterdam, 4. [H], wonende te [....] , 5. [I], wonende te [....] , BELANGHEBBENDEN, advocaten: mr. K. Rutten en mr. T.C.A. Dijkhuizen, beiden kantoorhoudende te Utrecht, e n t e g e n 6 [J] , wonende te [....] , 7. [K], wonende te [....] , 8. [L], wonende te [....] , 9. [M], domicilie kiezende te [....] , 10. [N], wonende te [....] , 11. [O], wonende te [....] , 12. [P] , wonende te [....] , 13. [Q], wonende te [....] , BELANGHEBBENDEN, advocaten: mr. P.D. Olden, mr. S.G.H. Nieuwendijk en mr. E. van Rooijen, allen kantoorhoudende te Amsterdam. Partijen worden hierna als volgt aangeduid: verzoekers als VEB c.s.; verweersters sub 1 en 2 gezamenlijk als SNS Reaal c.s.; belanghebbende sub 1 als de Staat; belanghebbende sub 2 als NLFI; belanghebbenden sub 3 tot en met 5 gezamenlijk als ROOS c.s.; belanghebbenden sub 6 tot en met 13 gezamenlijk als de Post-Acquisitie-Commissarissen of de PA-Commissarissen. In deze beschikking worden daarnaast de volgende aanduidingen en afkortingen gebruikt: Commissie ENS de Evaluatiecommissie Nationalisatie SNS Reaal, bestaande uit dr. [LL] en mr. [MM] , die in opdracht van de minister van Financiën onderzoek heeft gedaan naar – kort gezegd – de Onteigening en daarover op 23 januari 2014 heeft gerapporteerd; DNB De Nederlandsche Bank N.V.; EY Ernst & Young; [R] , Van [R] , voorzitter van de raad van bestuur van SNS Reaal voorzitter van de raad van commissarissen van Property Finance tot 15 april 2009; KGI koersgevoelige informatie; [S] , CFO van SNS Bank van 1 oktober 2005 tot 1 januari 2012; [T] , CFO van SNS Reaal vanaf 15 april 2009 en lid van de raad van bestuur van SNS Bank en lid van de raad van commissarissen van Property Finance vanaf 2 juni 2009 tot 1 februari 2013; [U] , voorzitter van de raad van bestuur van SNS Reaal en voorzitter van de raad van commissarissen van Property Finance vanaf 15 april 2009 tot 1 februari 2013; LTC Loan to Cost; LTV Loan to Value; [V] , Van [V] , Directeur Corporate Strategy van oktober 2008 tot 2011, CFRO SNS Retail Bank van 2012 tot en met 2014; [W] , Adjunct-directeur Juridische Zaken en Hoofd ondernemingsrecht SNS Reaal van april 2006 tot januari 2008; [X] , lid van de raad van bestuur van SNS Bank en directievoorzitter van Property Finance tot 1 oktober 2009; Onderzoekers de door de Ondernemingskamer bij beschikkingen van 26 juli 2018 en 2 augustus 2018 benoemde onderzoekers dr. F.J.G.M. Cremers, mr. F.D. Stibbe en mr. E.M. Jansen Schoonhoven MBA; Onteigening de onteigening van de vermogensbestanddelen van SNS Reaal c.s. en door SNS Reaal c.s. uitgegeven effecten bij besluit van de minister van Financiën van 1 februari 2013; OOE One Obligor Exposure; PPC participatiecertificaat; Property Finance SNS Property Finance B.V., in citaten ook aangeduid als SPF of SNSPF, na de Onteigening genaamd Propertize B.V.; Reaal Reaal N.V.; [Y] , Van [Y] , Algemeen directeur Business Unit International SNS Property Finance van 2005 tot en met 2007, lid raad van bestuur Property Finance van 1 april 2007 tot 1 juni 2009; SREP-besluit besluit van 27 januari 2013 van DNB in het kader van het Supervisory Review and Evaluation Process 2012 tot het geven van een aanwijzing aan SNS Bank op de voet van artikel 3:111a lid 2 Wft, inhoudende dat SNS Bank uiterlijk op 31 januari 2013 haar kernkapitaal met minimaal € 1,84 miljard moet hebben aangevuld, althans een ‘finale oplossing’ zou moeten presenteren met een voldoende kans van slagen. 1Het verloop van het geding 1.1 Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen in deze zaak van 8 juli 2015, 26 juli 2018, 2 augustus 2018, 21 september 2018, 7 november 2018, 22 juni 2020, 5 maart 2021, 27 juli 2021 en 25 oktober 2021, naar de beschikkingen van de raadsheer-commissaris in deze zaak van 26 februari 2019 en 4 juni 2019, naar de beschikkingen in deze zaak van de Hoge Raad van 4 november 2016 en 3 april 2020 en naar de beschikking in deze zaak van de voorzitter van de Ondernemingskamer van 1 februari 2021. 1.2 Voor het verloop van het geding tot de hierna te noemen beschikking van de Ondernemingskamer van 8 juli 2015 verwijst de Ondernemingskamer naar die beschikking. Samengevat en voor zover hier van belang houdt dat procesverloop het volgende in: VEB c.s. hebben bij verzoekschrift van 6 november 2014 de Ondernemingskamer verzocht een onderzoek te bevelen naar het beleid en de gang van zaken van SNS Reaal, SNS Bank en Propertize vanaf 1 januari 2006 "tot en met het moment waarop het onderzoek is afgerond" en met betrekking tot de in het verzoekschrift aangeduide onderwerpen, met hoofdelijke veroordeling van SNS Reaal, SNS Bank en Propertize in de kosten van het geding. De Ondernemingskamer heeft aanleiding gezien een mondelinge behandeling te bepalen uitsluitend met betrekking tot de bevoegdheid en ontvankelijkheid van VEB c.s. SNS Reaal c.s., Propertize en de Staat hebben elk bij afzonderlijk verweerschrift geconcludeerd tot niet-ontvankelijkheid van VEB c.s. in hun verzoek. 1.3 In haar beschikking van 8 juli 2015 heeft de Ondernemingskamer: bepaald dat ROOS in het vervolg van de procedure kan toelichten op welke gronden zij als belanghebbende moet worden aangemerkt (rov. 3.11); beslist dat de onteigening van de aandelen in SNS Reaal op 1 februari 2013 door de minister van Financiën op grond van de Interventiewet, geen beletsel is om VEB c.s. en Stichting Beheer bevoegd te achten tot het doen van een enquêteverzoek (rov. 3.26); VEB c.s. niet-ontvankelijk verklaard in hun verzoek voor zover het betrekking heeft op Propertize (rov. 3.31 en dictum); e beslissing met betrekking tot de ontvankelijkheid van VEB c.s. in hun verzoek voor zover het betrekking heeft op SNS Bank aangehouden (rov. 3.32); de beslissing op het verweer van SNS Reaal c.s. dat VEB c.s. en Stichting Beheer onvoldoende belang hebben bij een enquête aangehouden (rov. 3.37). 1.4 Bij de beschikkingen van 4 november 2016 heeft de Hoge Raad het cassatieberoep van de Staat en NLFI en het cassatieberoep van SNS Reaal c.s. tegen de beschikking van 8 juli 2015 verworpen (ECLI:NL:HR:2016:2456 en ECLI:NL:HR:2016:2518). 1.5 Bij de beschikkingen van 26 juli 2018 en 2 augustus 2018 heeft de Ondernemingskamer een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van SNS Reaal c.s. over de periode vanaf 1 juli 2006 tot 1 februari 2013, onderzoekers benoemd teneinde het onderzoek te verrichten, de vaststelling van het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten aangehouden en bepaald dat de kosten van het onderzoek ten laste komen van SNS Reaal c.s. 1.6 Bij de beschikking van 7 november 2018 heeft de Ondernemingskamer het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vastgesteld op € 2.300.000, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen. 1.7 Bij de beschikking van 22 juni 2020 heeft de Ondernemingskamer het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten verhoogd tot € 3.000.000, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen. 1.8 Bij de beschikking van 5 maart 2021 heeft de Ondernemingskamer het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten verhoogd tot € 3.800.000, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen. 1.9 Op 26 juli 2021 hebben onderzoekers het verslag, gedateerd op 23 juli 2021, met bijlagen 1 tot en met 10 van het in 1.5 bedoelde onderzoek aan de Ondernemingskamer doen toekomen. 1.10 Het onderzoeksverslag met bijlagen is op 27 juli 2021 ter griffie van de Ondernemingskamer neergelegd. Bij de beschikking van 27 juli 2021 heeft de Ondernemingskamer bepaald dat het onderzoeksverslag tezamen met de bijlagen 4 tot en met 10, aldaar ter inzage liggen voor een ieder en dat de overige bijlagen aldaar ter inzage liggen voor belanghebbenden. 1.11 Bij de beschikking van 25 oktober 2021 heeft de Ondernemingskamer de vergoeding van onderzoekers bepaald op € 3.647.822,09, de daarover verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen. 1.12 VEB c.s. hebben bij verzoekschrift van 27 september 2021 de Ondernemingskamer verzocht, samengevat, vast te stellen dat sprake is van wanbeleid bij SNS Reaal c.s. in de periode van 1 juli 2006 tot 1 februari 2013 met betrekking tot bepaalde onderwerpen (zie 5.1); het onderzoek te heropenen met betrekking tot bepaalde onderwerpen; de besluiten van de vergadering van aandeelhouders van SNS Reaal van 9 mei 2007, 16 april 2008, 16 april 2009, 14 april 2010, 20 april 2011 en 25 april 2012 tot het verlenen van decharge aan de leden van het bestuur en de raad van commissarissen te vernietigen, voor zover die decharge het beleid en het toezicht betreft met betrekking tot de onder 5.1 genoemde onderwerpen; SNS Reaal c.s. te veroordelen in de kosten van de procedure. 1.13 SNS Reaal c.s. hebben bij verweerschrift van 13 januari 2022 de Ondernemingskamer verzocht het verzoek van VEB c.s. af te wijzen en VEB c.s. te veroordelen in de kosten van de procedure. 1.14 De Staat heeft bij verweerschrift van 13 januari 2022 de Ondernemingskamer verzocht het verzoek van VEB c.s. af te wijzen, kosten rechtens. 1.15 NLFI heeft zich bij verweerschrift van 13 januari 2022 gerefereerd aan het oordeel van de Ondernemingskamer voor wat betreft de in 1.12 onder 1 en 3 genoemde verzoeken en heeft de Ondernemingskamer verzocht het in 1.12 onder 2 verzochte af te wijzen, kosten rechtens. 1.16 ROOS c.s. hebben bij verweerschrift van 13 januari 2022 de Ondernemingskamer verzocht het verzoek van VEB c.s. toe te wijzen en SNS Reaal c.s. te veroordelen in de kosten van de procedure. 1.17 De PA-commissarissen hebben bij verweerschrift van 13 januari 2022 de Ondernemingskamer verzocht het verzoek VEB c.s. af te wijzen en VEB c.s. te veroordelen in de kosten van de procedure. 1.18 Het verzoek is behandeld op de zitting van de Ondernemingskamer van 17 februari 2022. De advocaten hebben toen de standpunten van de verschillende partijen toegelicht, wat mrs. Hoff en Cornegoor, mrs. Ploeger, Van der Schrieck en Roessingh en mrs. Olden en Nieuwendijk betreft aan de hand van overgelegde aantekeningen. Daarbij zijn de volgende op voorhand aan de Ondernemingskamer en de wederpartijen gezonden nadere producties overgelegd: producties 29 en 30 door VEB c.s.; productie 123 door SNS Reaal c.s. Partijen en hun advocaten hebben vragen van de Ondernemingskamer beantwoord en inlichtingen verstrekt. Ter zitting heeft de Ondernemingskamer bepaald dat onderzoekers enkele rapporten waaraan in het onderzoeksverslag is gerefereerd, maar die niet aan het verslag zijn aangehecht, aan de Ondernemingskamer en partijen dienen te verstrekken. 1.19 Op 23 februari 2022 hebben onderzoekers aan de Ondernemingskamer en partijen kopie verstrekt van zes rapporten van EY en één van Credit Suisse. 1.20 Bij akte van 9 maart 2022 hebben VEB c.s. zich uitgelaten over de onder 1.19 genoemde rapporten en daarbij producties 31 tot en met 34 overgelegd. 1.21 Bij akte van 23 maart 2022 hebben SNS Reaal c.s. zich uitgelaten over de onder 1.20 genoemde akte van VEB c.s. 2Feiten 2.1 Op 1 februari 2013 heeft de minister van Financiën (hierna ook de minister te noemen) – onder meer – de aandelen in SNS Reaal onteigend (deze gebeurtenis wordt hierna aangeduid met de Onteigening), gebruik makend van de hem in deel 6 van de Wet op het financieel toezicht (hierna kortheidshalve Interventiewet te noemen) gegeven bevoegdheid. 2.2 Voorafgaand aan de Onteigening hield Stichting Beheer 50,00000921% van de gewone aandelen in SNS Reaal en zes aandelen B in SNS Reaal. 2.3 De overige aandelen in SNS Reaal werden tot aan het tijdstip van de Onteigening verhandeld aan de effectenbeurs te Amsterdam. 2.4 SNS Reaal hield ten tijde van de Onteigening alle aandelen in SNS Bank. Sinds 30 september 2015 houdt Volksholding B.V. alle aandelen in SNS Bank. NLFI beheert alle aandelen in Volksholding B.V. 2.5 SNS Bank hield alle aandelen in Propertize, toen nog SNS Property Finance B.V. geheten, totdat zij die aandelen op 31 december 2013 overdroeg aan NLFI. 2.6 Van 1 januari 2006 tot aan de Onteigening bestonden de raden van commissarissen van SNS Reaal en van SNS Bank uit dezelfde personen. De raden van bestuur van SNS Reaal en SNS Bank vormden geen personele unie. Een aantal leden van de raad van bestuur van SNS Reaal maakte tevens deel uit van de raad van bestuur van SNS Bank. 2.7 Vereenvoudigd weergegeven zag de structuur van SNS Reaal er ten tijde van de Onteigening als volgt uit: 2.8 Tot 2006 was Stichting Beheer enig aandeelhouder van SNS Reaal. Op 18 mei 2006 verkreeg SNS Reaal een beursnotering aan Euronext Amsterdam, tegen een emissiekoers van € 17 per aandeel. Het met het oog op deze beursgang door SNS Reaal uitgegeven prospectus houdt onder meer in dat SNS Reaal voornemens is de opbrengst van de uit te geven aandelen mede aan te wenden voor acquisities. 2.9 Nadat ABN AMRO begin juli 2006 SNS Reaal had benaderd met een voorstel tot overname door SNS Reaal van Bouwfonds Property Finance (het latere Propertize), heeft SNS Reaal op 6 juli 2006 een niet bindend indicatief bod van € 1 miljard op Bouwfonds Property Finance (in hierna opgenomen citaten ook aangeduid als BPF) gedaan. 2.10 Een op 25 juli 2006 gepresenteerd conceptrapport van een in opdracht van SNS Reaal uitgevoerde preliminary due diligence door Houthoff Buruma hield onder meer in “that a number of regulatory and compliance requirements (…) are not up-to-date or duly observed” en dat “the Company (i.e. management) has had a lot of difficulty to fulfill, meet or complete the relevant projects.” 2.11 In een presentatie op 28 juli 2006 door JP Morgan, een door SNS Reaal ingeschakelde adviseur, is onder meer vermeld: “The overall risk-profile of the combination of SNS Bank and BPF will shift from conservative to moderate.” 2.12 Met goedkeuring van de raad van commissarissen heeft SNS Reaal op 30 juli 2006 een intentieverklaring (Letter of Intent) ondertekend met betrekking tot een overname van Bouwfonds Property Finance voor € 840 miljoen. Bij persbericht van 31 juli 2006 heeft SNS Reaal de overname van Bouwfonds Property Finance aangekondigd. 2.13 Een in opdracht van SNS Reaal opgesteld due diligence rapport van KPMG van 1 augustus 2006 bevat onder meer de volgende key findings: Het management van Bouwfonds Property Finance verwacht vooral groei in het buitenland en de strategie van Bouwfonds Property Finance is daarop gericht. De combinatie van SNS Reaal en Bouwfonds Property Finance past niet zonder meer bij de eerder gecommuniceerde strategie. “The virtual dataroom process was not well managed by the vendor. Certain key information was made available at a very late stage, information was not easily accessible and responses to questions were either provided late or not at all.” De kwaliteit van de lening-portefeuille is “sound” en de onderliggende objecten zijn “relatively well diversified”. “Credit risk management has been strong (…).” “Loans in default (…) are not monitored on a quarterly basis.” In de vendor due diligence zijn 88 van de 3.340 leningen onderzocht en “no comfort is provided on the loans that were not included in the selection (…)”. “Risk management is well embedded.” “Compliance with internal procedures should be strengthened.” 2.14 SNS Reaal heeft aan KPMG opdracht gegeven voor een aanvullende due diligence. Het door KPMG op 28 augustus 20o6 uitgebrachte rapport houdt onder meer in: “The BUI [Business Unit International, toev. OK] loan documentation (…) does not always provide up-to-date information. (…) We noted that not all loan files are completely up to date, with delays ranging up to 1-1.5 years. Furthermore we noted that, for several loans, information was not filed in the correct loan file (…) The final collateral documentation was not always available in the loan file but was provided to us on request” 2.15 Een door Houthoff Buruma in opdracht van SNS Reaal uitgebracht due diligence rapport van 29 september 2006 houdt onder meer het volgende in: “3.1.6 The loan documentation in the Data Room reviewed is not always complete. There are several instances where the loan agreement, security documents or confirmations (…) are missing from the relevant file. (…) 3.3.2 The current [Bouwfonds One Obligor Exposure, toev. OK] is not in conformity with the guidelines issued by [DNB, toev. OK]. (…) 10.1.4 (…) Our general observation is that a number of regulatory and compliance requirements (…) are not up-to-date or duly observed. (…) Management has indicated that for number of these regulatory requirements, the update, inventory or adjustment is not a priority for them. (…) 10.1.8 In the Management Letter of Ernst & Young for 2004 (…) there are a number of potential risks in the Company’s management (…) in respect of: - risk management; - regulatory and compliance (…); - credit monitoring. 10.1.9 In the Management Letter of Ernst & Young for 2005 (…) there are a number of potential risks in the Company’s management (…) in respect of: - Risk Management (including Risk Based Pricing/accelerate holding reporting/improvement rating system and models/credit risk data warehouse/risk management process) - KYC (DCB has indicated that the quality of the compliance (including customer due diligence/risk analysis) is unsatisfactory and there is a lack of compliance policy (both monitoring and controlling)); - Bouwfonds One Obligor Exposure (…); - Risk Based Pricing (…). 2.16 De notulen van de vergadering van de raad van bestuur van SNS Reaal van 2 oktober 2006 houden met betrekking tot de acquisitie van Bouwfonds Property Finance onder meer in: “Het due diligence proces is naar tevredenheid afgesloten (…). Er zijn geen belangrijke negatieve verrassingen met betrekking tot de bedrijfsvoering vastgesteld. (…) • Er heeft een uitgebreid onderzoek plaatsgehad ten aanzien van de reguliere financieringsprojecten evenals participaties en joint ventures. Op basis van dit onderzoek zijn de voorzieningen verhoogd met € 6 miljoen; • Klanten met in onze ogen hoog reputatierisico zijn achtergebleven; • Ten aanzien van kredietdossiers krijgt SNS REAAL een jaar de tijd om eventuele omissies te herstellen en waar nodig wordt dit gegarandeerd door ABN Amro; (…) • Het bouwwerk voor risico management is op orde en wordt de komende tijd verder in lijn gebracht met het risico bouwwerk van SNS REAAL; (…) De RvB is voornemens akkoord te gaan met de verwerving door SNS Bank van alle aandelen in Bouwfonds Property Finance B.V. tegen een koopsom van euro 810 mln.” 2.17 De overname van Bouwfonds Property Finance is goedgekeurd door de raad van commissarissen in zijn vergadering van 8 oktober 2006. De notulen van deze vergadering houden onder meer in: “(…) De heer [U] stelt vast dat de prijs verlaagd is van 840 mln. naar 810 mln., dat in de due diligence geen majeure zaken naar voren zijn gekomen die niet afgedekt zijn via garanties of vrijwaringen en dat het resultaat 1e halfjaar beter is dan aanvankelijk door ons werd aangenomen. (…) De nieuwe forecast is gemaakt op basis van 10% groei per jaar, aldus de heer [U] . In twee jaar tijd moet een groei [van het resultaat, toev. OK] (…) haalbaar zijn. (…) De heer [Z] [lid raad van commissarissen, toev. OK] maakt zich zorgen over de 1 jaars termijn bij de indemnity met betrekking tot niet complete kredietdossiers. De heer [EE] [lid van de raad van bestuur, toev. OK] bevestigt dat deze termijn voldoende is om de kredietdossiers grondig door te nemen en te controleren op imperfecte zekerheden. (…) De RvC geeft de RvB goedkeuring om de onderhandelingen met ABN AMRO over de overname van Bouwfonds Property Finance verder af te ronden op een prijs van 810 mln.” 2.18 SNS Bank heeft op 10 oktober 2006 Bouwfonds Property Finance overgenomen van ABN AMRO tegen een koopsom van € 810 miljoen. De vastgoedfinancieringsportefeuille van Bouwfonds Property Finance bedroeg toen € 9 miljard. SNS Reaal heeft de overname toegelicht op een buitengewone algemene vergadering van aandeelhouders op 12 oktober 2006. De leden van de raad van bestuur van SNS Reaal zijn tevens benoemd als commissarissen van Property Finance. 2.19 Op 14 december 2006 heeft de raad van commissarissen van SNS Reaal (hierna ook: de PA-commissarissen) een nota getiteld “Risk Management Governance SNS Property Finance” goedgekeurd. De nota (versie 18 januari 2007) beschrijft de risk governance van Property Finance op het terrein van creditrisk. Het doel is het bewerkstelligen van “een efficiënte en doelmatige riskmanagementorganisatie die de business in staat stelt om snel en weloverwogen haar (risico-)beleid en beslissingen te kunnen uitvoeren”. Een riskmanager heeft naast een oog voor risico’s ook een commerciële instelling, aldus de nota. Naast deze nota waren een Fiatnota (met criteria voor de beoordeling van kredietvoorstellen) en een Fiatmatrix (ter bepaling van het gremium dat bevoegd is een kredietvoorstel goed te keuren) onderdeel van de risk governance van Property Finance. 2.20 Op 15 maart 2007 heeft Houthoff Buruma aan SNS Bank gerapporteerd over de zekerheidsdocumentatie van de portefeuille van Property Finance op basis van een onderzoek naar 276 dossiers en geconcludeerd dat er geen aanleiding is om aanspraak te maken op de in de koopovereenkomst opgenomen garantie. De rapportage houdt onder meer in: “It may be appreciated that in every larger loan portfolio outstanding or open issues may be found in loan- and security documentation, including the ones as listed in this report. However, we do not find the number of issues found alarming or disturbing from what we have seen with respect to the contents of files, the methods of work and our general perception of the files inspected. The ability of SNSPF to immediately recover missing documents or information gives us extra comfort in this respect (…)”. 2.21 Het jaarverslag van SNS Reaal over 2006, gepubliceerd op 15 maart 2007, vermeldt onder meer dat risk management SNS Property Finance onafhankelijk is georganiseerd. 2.22 Op verschillende tijdstippen in 2007 heeft de afdeling Concern Audit van SNS Reaal over (onderdelen van) bedrijfsprocessen van Property Finance gerapporteerd. Daarin is bij herhaling erop gewezen dat in de organisatie-inrichting, aansturing en naleving van procedures meer aandacht dient te zijn voor de beheersing van operationele risico’s en kredietrisico’s binnen Property Finance. 2.23 Tijdens de aandeelhoudersvergadering van SNS Reaal van 9 mei 2007 is over Property Finance onder meer gezegd: “De heer [R] geeft aan dat de RvB het een hele interessante markt vindt; het heeft zo’n beetje een retailkarakter, een residentieel karakter. Met andere woorden: het risico en het risicoprofiel liggen heel dicht bij de normale particuliere hypotheekmarktrisico’s aan.” 2.24 In een vergadering van de raad van commissarissen van Property Finance van 1 oktober 2007 zijn ontwikkelingen op de Amerikaanse woningmarkt aan de orde gekomen. De notulen van die vergadering houden daarover in: “De heer [U] constateert dat er ten aanzien van een materieel deel van de portefeuille (US) wat zorg is. De heer [X] geeft aan dat het hier niet de gehele portefeuille betreft maar alleen het deel woningontwikkeling (€ 450 mio). De heer Van [Y] [lid van de raad van bestuur van Property Finance, toev. OK] licht toe dat zowel in de US als in Spanje selectief naar nieuwe productie zal worden gekeken (géén vol gas in deze markten). Niet het volume is ‘target’, maar de verhouding rendement – risico. (…) Vastgesteld wordt door de aanwezigen dat het lastig is om de balans te vinden tussen enerzijds het in de hand houden van de risico’s en het doorvoeren van kwaliteitslagen (‘defensief’) en anderzijds het begrote rendement te blijven halen (‘offensief’). Verder wordt geconstateerd dat de risk-governance structuur zwaar is aangezet en naar de beleving van alle partijen prima werkt.” 2.25 Ook in 2008 rapporteert de afdeling Concern Audit van SNS Reaal bij herhaling over (bedrijfsonderdelen en processen van) Property Finance. Een rapport van 18 januari 2008 over de Business Unit International van Property Finance kwalificeert het kredietverleningsproces en het kredietbeheerproces als onvoldoende. 2.26 KPMG constateert in de management letter van 21 januari 2008 dat het bij Property Finance schort aan de naleving van interne procedures inzake Customer Due Diligence. In het accountantsverslag van 15 februari 2008 constateert KPMG dat de oplevering door Property Finance inzake het jaarafsluitingsproces onvoldoende is. 2.27 In een persbericht van 21 februari 2008 over de resultaten van 2007 heeft SNS Reaal onder meer geschreven: “SNS REAAL heeft haar gematigde risicoprofiel in 2007 gehandhaafd en de internationale liquiditeits- en kredietcrisis heeft geen materiële invloed gehad op de nettowinst. Professioneel risicomanagement en een solide balans beperkten de directe effecten van deze crisis. (…) SNS Property Finance is één jaar na de acquisitie volledig geïntegreerd in SNS Reaal. (…) De kredietportefeuille [van Property Finance, toev. OK] nam toe van € 8,8 miljard ultimo 2006 tot € 11,7 miljard ultimo 2007 (+ 32,9%). Deze toename is het gevolg van autonome groei van de kredietportefeuille met € 1,8 miljard (+ 20,4%) en de integratie van de portefeuille vastgoedfinanciering van SNS Bank (€ 1,1 miljard). De integratie van deze activiteiten met die van SNS Property Finance werd eind 2007 voltooid (…). 2.28 Het jaarverslag van SNS Reaal over 2007 is op 18 maart 2008 gepubliceerd en houdt onder meer in: “SNS REAAL heeft een aantal risicoprincipes gedefinieerd met het oog op en consistente aanpak van het risicobeheer. De risicoprincipes zijn: (...) bewaking en beoordeling van de risico’s onafhankelijk van de commerciële activiteiten.” (…) SNS Property Finance SNS Property Finance hanteert bij de verstrekking van vastgoedfinancieringen acceptatienormen en beleidsregels aan de hand waarvan kredietcommissies kredietaanvragen beoordelen en fiatteren. (…) 2.29 Tijdens een algemene vergadering van aandeelhouders van SNS Reaal op 16 april 2008 is blijkens de notulen onder meer over Property Finance gezegd : “De heer [R] vervolgt dat hier Property Finance te zien is, hetgeen de Vennootschap heeft gekocht en per 1 december 2006 is geconsolideerd. Hij geeft aan dat het volledig is geïntegreerd in het risicomanagement van de Vennootschap. De heer [R] geeft aan dat het een eigen plaats heeft, een eigen gezicht en ook een eigen profiel in de markt, maar voor de rest qua risicomanagement, qua financiering en qua funding ze volledig onderdeel van dit bedrijf zijn geworden, ook in toenemende mate qua cultuur. (…) De heer [R] merkt op dat Property Finance ook qua risicomanagement en qua filosofie een bedrijf is waarmee ze erg in hun sas zijn (…) De heer [U] vervolgt dat dit hen tot tevredenheid stemt vanuit de financiële performance van het bedrijf en hij geeft aan dat de risicobeheersing volledig is geïntegreerd en dat dit ook in relatie tot de prijs en de beoogde diversificatie een belangrijke component is geworden van de groep en dat dit ook zal blijven.” 2.30 Een memo van de afdeling Risk Management van Property Finance van 28 april 2008 over de bevoorschottingsnormen van Property Finance en overschrijding van de fiatnormen van kredieten houdt onder meer het volgende in: “Een van de “unique sellingpoints” van SNSPF is het relatief hoge bevoorschottingspercentage. Argument hiervoor is dat onze grote kennis van de vastgoedmarkt ons in staat stelt om goede projecten van de rest te kunnen onderscheiden. Wij onderscheiden ons hiermee zeer bewust van de handelsbanken, bij wie de vastgoedexpertise veelal ontbeert. Property Finance kiest hiermee bewust voor een hoger risicoprofiel. (…) In de huidige markt lijkt het gewenst om onze criteria nog eens tegen het licht te houden. De verkoopsnelheid en de waardeontwikkeling in diverse regio’s laten een neerwaartse trend zien. De waarde van de projecten kan verdampen (…). Property Finance heeft als relatief jong bedrijf nog géén serieuze waardedalingen in vastgoed meegemaakt. De geschiedenis heeft geleerd dat een forse waardedaling van vastgoed een bank in serieuze problemen kan brengen. In het algemeen beschouwen banken de financiering van projectontwikkeling als een relatief hoog risico en een activiteit met een grote conjunctuurgevoeligheid.(…) Thans staat in de fiatnota als norm voor de debiteur de volgende passage: ‘De financiële status van de ontwikkelaar(s)/kredietnemer(
- s)moet gezond zijn’. Dit wordt blijkbaar als zeer vrijblijvend ervaren. (…) Naar aanleiding van het onderzoek ten aanzien van de normoverschrijdingen [dat betrekking had op alle door Property Finance gefiatteerde aanvragen in de periode 21 november 2007 tot en met 31 maart 2008, toev. OK] valt op dat ca. 58% van de kredieten een normoverschrijding kent en dat deze normoverschrijding met name plaats vindt in een overschrijding van de LTV/LTC en de voorverhuur/voorverkoop-eisen. (…) Er is geen waardeoordeel opgenomen en derhalve niet gekeken naar voor de normoverschrijding compenserende factoren. Die waren er overigens wel voor het overgrote deel van de aanvragen.” Het memo bevat een voorstel voor aangescherpte LTV-criteria voor project- en handelsfinanciering, namelijk van maximaal 90% voor alle categorieën naar tussen maximaal 50%-80% voor sommige categorieën. Verder wordt vermeld: “De bevoorschotting tot 90% LTV/100% LTC moet geen automatisme zijn.” 2.31 Op 15 september 2008 is de Amerikaanse bank Lehman Brothers in staat van faillissement verklaard. 2.32 De raad van commissarissen van Property Finance heeft op 22 september 2008 aan het bestuur van Property Finance als zijn standpunt te kennen gegeven dat de door het bestuur voor 2009 begrote portefeuillegroei van 1% te weinig ambitieus is. De voorzitter van de raad van commissarissen heeft gevraagd om een nieuw voorstel waarin het bestuur van Property Finance “een portefeuillegroei van 3 à 5% laat zien voor 2009”. 2.33 Een auditrapport van de afdeling Concern Audit van SNS Reaal van 15 oktober 2008 met betrekking tot de Business Unit Nederland van Property Finance, met overigens het oordeel “voldoende” vraagt onder meer blijvende aandacht voor het juist toepassen van en voldoen aan de criteria van de fiatnota, opdat het risico van de portefeuille beperkt blijft, constateert achterstanden in de revisies en onderstreept de noodzaak deze achterstanden te beperken. Volgens het rapport betreft de revisie-achterstand per eind augustus 2008 43,7% van de portefeuille. 2.34 Een rapportage van de afdeling Concern Audit van SNS Reaal van 29 oktober 2008 vermeldt in aanvulling daarop onder meer in dat Property Finance voor wat betreft de inrichting van haar organisatie en processen in belangrijke mate voldoet aan de gestelde eisen in de Regeling Solvabiliteitseisen Kredietrisico. 2.35 Bij persbericht van 13 november 2008 heeft SNS Reaal bekendgemaakt haar solvabiliteit te zullen versterken met € 500 miljoen aan kernkapitaal, via securities uit te geven aan Stichting Beheer en € 750 miljoen aan kernkapitaal, via securities uit te geven aan de Staat. Het persbericht houdt onder meer in: “SNS REAAL zal voor € 750 miljoen aan niet-stemgerechtigde core Tier 1 securities uitgeven aan de Nederlandse Staat tegen een prijs van € 5,25 per stuk en voor € 500 miljoen aan niet-stemgerechtigde core Tier 1 securities aan Stichting Beheer SNS REAAL. De Nederlandsche Bank kwalificeert de securities als core Tier 1 kapitaal. De securities zullen gelijk in rang zijn met de gewone aandelen (pari passu) en met de aandelen B van SNS REAAL. De securities die worden uitgegeven aan Stichting Beheer SNS REAAL zijn niet converteerbaar. De securities die worden uitgegeven aan de Nederlandse Staat mogen worden geconverteerd in gewone aandelen door SNS REAAL, waarbij de Nederlandse Staat het recht heeft te kiezen voor een betaling in contanten. De securities die worden uitgegeven aan Stichting Beheer SNS REAAL zijn alleen overdraagbaar met toestemming van SNS REAAL. De securities die worden uitgegeven aan de Nederlandse Staat zijn alleen overdraagbaar met toestemming van SNS REAAL en De Nederlandsche Bank.” Het jaarverslag van SNS Reaal over 2008 vermeldt dat circa 75% van de kapitaalinjectie zal worden aangewend voor kapitaalversterking van de verzekeringsactiviteiten van het concern. 2.36 Tijdens een zogenaamde investor day op 20 november 2008 heeft SNS Reaal met betrekking tot Property Finance melding gemaakt van onder meer “sound risk management”, “strict compliance with tightened acceptance criteria” en “strict implementation and enforcement of loan conditions”. Met betrekking tot de Nederlandse markt houdt de presentatie in dat het beleid gericht is op het behouden en versterken van de top drie positie voor vastgoedfinancieringen, het benutten van mogelijkheden van groei buiten de Randstad en het behouden en versterken van haar positie als de gespecialiseerde projectontwikkelingsfinancier. 2.37 Een rapport van de afdeling Concern Audit van SNS Reaal van 12 december 2008 over de Business Unit International van Property Finance houdt onder meer het volgende in: “Sinds medio 2008 is de opvolging van de actiepunten [binnen Business Unit International, toev. OK] voortvarend in een projectstructuur opgepakt. De door [Concern Audit, toev. OK] geadviseerde acties zijn aangevuld met eigen actiepunten. (…) In de opzet van de beheersmaatregelen binnen dit project zien wij geen hoge restrisico’s.” 2.38 In 2009 heeft de afdeling Concern Audit van SNS Reaal wederom met regelmaat gerapporteerd over (bedrijfsonderdelen en processen van) Property Finance. 2.39 De management letter van KPMG over 2008 van 22 januari 2009 houdt met betrekking tot Property Finance onder meer in dat sprake is van een relatief hoge revisie-achterstand, met name bij de Business Unit Nederland, hetgeen strijdig is met de Basel II-voorschriften. KPMG wijst er voorts op dat het “in de huidige marktomstandigheden” van belang is om de situatie bij kredietnemers a tempo te monitoren om bij eventuele signalen van problemen tijdig in te kunnen grijpen en hecht er daarom groot belang aan dat de revisie-achterstanden op korte termijn worden weggewerkt. 2.40 In de vergadering van de raad van commissarissen van Property Finance van 10 februari 2009 is aan de hand van een ‘sheetpresentatie’ gesproken over een heroriëntatie van de Business Unit International van Property Finance, in het bijzonder het zich terugtrekken uit een aantal markten. De notulen van deze vergadering houden onder meer in: “Naar aanleiding van de discussie die volgt ter zake de Spaanse en de Amerikaanse markt verwacht de RvC concrete ‘commitments’ ten aanzien van het afbouwen van posities. Er wordt afgesproken dat op korte termijn en bij voorkeur in het eerste halfjaar 2009 de gecommitteerde financieringen in Spanje zichtbaar zullen verminderen. Voor wat betreft de Verenigde Staten wordt geconstateerd dat hoewel het gewenst is dat de gecommitteerde financieringen verminderen, dit gezien de huidige marktomstandigheden en nog lopende verplichtingen niet in eenzelfde tempo mogelijk is. (…) De RvC stelt (…) dat zij uit tactisch oogpunt in 2009 (…) géén groei in internationaal verband (zowel West Europa als Noord Amerika) (…) wenst te zien. (…) De RvC kan zich vinden in het handhaven van de US als core market, maar voorshands dient de portefeuille aldaar te worden teruggebracht c.q. zeker niet te groeien.” 2.41 Het KPMG Accountantsverslag van 13 februari 2009 doet met betrekking tot Property Finance melding van “inconsistenties, verouderde informatie en een gebrekkig inzicht in de totale relatie bij de betrokken medewerkers” en bevat verschillende aanbevelingen ter verbetering. 2.42 Op 12 maart 2009 heeft SNS Reaal haar jaarverslag over 2008 gepubliceerd. Met betrekking tot waardeverminderingen bij Property Finance als gevolg van ontwikkelingen op de internationale vastgoedmarkt (ten bedrage van € 116 miljoen) en over de risico’s in Spanje houdt het jaarverslag onder meer het volgende in: “De bijzondere waardeverminderingen bij SNS Property Finance namen toe, met name door ontwikkelingen op de internationale vastgoedmarkten. (…) Van de totale kredietportefeuille van SNS Property Finance is 8% uitgezet in de Verenigde Staten en 3% in Spanje. In verband met het huidige economische klimaat in deze landen heeft SNS Property Finance de controle op haar kredietportefeuille geïntensiveerd, met name voor wat betreft leningen voor de bouw van woningen. Daarnaast heeft SNS Property Finance haar acceptatiecriteria aanzienlijk aangescherpt en gewaarborgd dat bij renteherziening een groot deel van de hogere financieringskosten van de bank doorberekend kan worden aan de klant. De bestaande portefeuille is post voor post beoordeeld ten aanzien van de mogelijkheid om kasstromen te genereren en ten aanzien van de waarde van het onderpand.” 2.43 Tijdens een algemene vergadering van aandeelhouders op 15 april 2009 heeft SNS Reaal over ontwikkelingen ten aanzien van de kredietportefeuille van Property Finance en te verwachten verliezen in Spanje en Amerika de volgende mededelingen gedaan: “De heer [U] geeft aan dat de totale vastgoedportefeuille EUR 13,7 miljard omvat, waarvan EUR 3,8 miljard zich in het buitenland bevindt. (…) Hij geeft aan dat er minder zorgen bestaan over het Nederlandse deel. Hij geeft voorts aan dat de organisatie van Property Finance bovendien allerlei maatregelen heeft genomen om de marge te verhogen en de kosten terug te brengen om ervoor te zorgen dat de operationele positie op orde blijft c.q. verbetert. De heer [U] geeft aan dat dit niet wegneemt dat er in het internationale deel, in met name Amerika en Spanje, leningen en dossiers zijn die het zeker minder goed doen. Over een aantal daarvan is al eerder gerapporteerd en voor een aantal moeten opnieuw aanvullende voorzieningen worden genomen. De heer [U] vervolgt dat in totaal EUR 116 mln. voor belastingen aan voorzieningen moeten worden getroffen. Gegeven de hoge marges hoort dat ook wel bij deze business. Hij geeft aan dat dat echter niet wegneemt dat Property Finance de volle aandacht heeft en er op dit moment ook veel managementcapaciteit naar toe gaat. Hij verwacht dat dit nog wel even aanhoudt, zeker in 2009, en merkt op dat de situatie momenteel wel zo gecontroleerd mogelijk is als het maar kan zijn.” 2.44 In een rapport van de afdeling Concern Audit van SNS Reaal van 27 april 2009 is ten aanzien van de Business Unit International van Property Finance het risicoprofiel gekenmerkt als hoog en het resultaat van de audit als onvoldoende. 2.45 Een door SNS Reaal uitgegeven trading update van 19 mei 2009 over het eerste kwartaal 2009 houdt onder meer in dat een brede evaluatie van de internationale operaties van Property Finance plaatsvindt. 2.46 Op 29 juni 2009 heeft de raad van commissarissen van Property Finance besloten tot versnelde verkoop van de internationale portefeuille. De notulen van deze vergadering houden onder meer in: “De door de Directie aan de RvC overgelegde sheetpresentatie wordt (…) uitgebreid besproken. Er wordt in detail ingegaan op de twee uitgewerkte scenario’s; 1. NL, D, F en B/L, overige landen run off – 2. NL, overige landen run off. (…) De RvC gaat vervolgens akkoord met de aanbeveling van de Directie om te kiezen voor scenario 2, run-off van de gehele internationale portefeuille van SNSPF en de daarbij behorende reorganisatie. Tevens kan nu nadere invulling aan scenario 3. (versnelde verkoop (internationale) portefeuille) gegeven worden.” In deze vergadering is ook gesproken over een plan van aanpak “issues CA rapport International (‘Fasten your seatbelts’)”. Er wordt besloten (
- a)tot een zogenaamde dynamische audit met betrekking tot de voortgang van dit project en (
- b)tot het steeds agenderen van de aanpak en de voortgang op vergaderingen van de raad van commissarissen van Property Finance. 2.47 Op 18 augustus 2009, bij gelegenheid van de publicatie van de halfjaarcijfers 2009, heeft SNS Reaal aangekondigd dat Property Finance haar buitenlandse portefeuille geleidelijk zal afbouwen en zich exclusief zal gaan richten op de Nederlandse markt. Tijdens de persconferentie over de halfjaarcijfers 2009 is namens SNS Reaal ter toelichting onder meer gezegd: “Het verlaten van de internationale vastgoedmarkten is een uitdagend traject en het zal daarom ook geleidelijk plaatsvinden om de waarde die in die projecten zit (…) zoveel mogelijk te borgen. Daarnaast hebben we uiteraard alle benodigde maatregelen genomen om het risicobeheer daar verder te optimaliseren.” 2.48 Op 14 september 2009 is in een vergadering van de raad van commissarissen van Property Finance gesproken over de afbouw van de internationale portefeuille van en andere ontwikkelingen bij Property Finance. 2.49 Bij brief van 23 september 2009 heeft de raad van bestuur van SNS Reaal bij het bestuur van Property Finance aangedrongen op het omlaag brengen van het totale obligo vóór het eind van 2009: “Zoals reeds ook in eerdere RvC-vergaderingen is benadrukt, met name al in de vergaderingen van 10 februari en 30 maart 2009, is het van groot belang om het totale obligo omlaag te brengen voor het einde van 2009. Dit geldt voor de portefeuille als geheel (…) met daarbij een specifieke focus op de internationale portefeuille en in het bijzonder de Spaanse en Amerikaanse portefeuille. In onze vergadering van maandag 14 september jl. is geconstateerd dat er tot op heden nog onvoldoende zichtbare voortgang wordt geboekt ten aanzien van deze eerder gemaakte afspraken.” 2.50 Op 24 september 2009 heeft SNS Reaal het vertrek aangekondigd van [X] als CEO van Property Finance en statutair directeur van SNS Bank “in het licht van veranderingen op strategisch gebied”. Zijn rol wordt overgenomen door [AA] , interim manager, per 1 oktober 2009. 2.51 Bij persbericht van 3 november 2009 heeft SNS Reaal aangekondigd een deel van de in november 2008 ontvangen staatssteun en steun van Stichting Beheer terug te zullen betalen. Het persbericht houdt onder meer in: “SNS REAAL heeft de Nederlandse Staat en Stichting Beheer SNS REAAL op de hoogte gebracht van het besluit om op 30 november 2009 in totaal € 250 miljoen core tier 1 securities in te zullen kopen. Deze € 250 miljoen bestaat uit € 185 miljoen core tier 1 securities geplaatst bij de Nederlandse Staat en € 65 miljoen geplaatst bij de Stichting. De Nederlandse Bank heeft de voorgenomen inkoop goedgekeurd. (…) De inkoop van € 250 miljoen zal worden gerealiseerd uit de opbrengsten van de aandelenuitgifte van € 135 miljoen voltooid op 24 september 2009. Daarnaast wordt een deel van het solvabiliteitsoverschot van de verzekeringsactiviteiten gebruikt. [U] , voorzitter van de Raad van Bestuur: “De inkoop van € 250 miljoen core tier 1 securities van de Nederlandse Staat en de Stichting binnen een jaar na de uitgifte is een eerste stap naar volledige terugbetaling. Onze sterke solvabiliteitspositie en de succesvolle aandelenuitgifte in september stellen ons in staat de vruchten te plukken van een vervroegde terugbetaling.” 2.52 Een rapport van de afdeling Concern Audit van SNS Reaal van 22 januari 2010 over het vierde kwartaal 2009 houdt met betrekking tot Property Finance onder meer in dat de beheersstructuur van Property Finance het predicaat “onvoldoende” krijgt. Daarbij wordt ook opgemerkt: “Het is begrijpelijk dat het fundamentele veranderproces meer tijd nodig heeft en nog niet is afgerond. Belangrijke nog onderhanden zaken betreffen daarbij een hogere taxatiefrequentie, het inregelen van het voorportaal van R&R en het adequaat opvolging geven aan de door Risk Management gestelde voorwaarden of adviezen. Het actuele beheersingsniveau is daarmee op dit moment nog niet goed te beoordelen.” 2.53 Het jaarverslag van SNS Reaal over 2009, gepubliceerd op 10 maart 2010, houdt onder meer in dat het netto resultaat van Property Finance daalde van € 28 miljoen winst over 2008 naar een verlies van € 219 miljoen over 2009, als gevolg van bijzondere waardeverminderingen op kredieten en goodwill. De Nederlandse portefeuille liet een winst zien van € 92 miljoen; de internationale vastgoedportefeuille liet een verlies zien van € 311 miljoen. Het jaarverslag houdt voorts in: “SNS Property Finance nam in 2009 een aantal maatregelen om de risico’s te verminderen en de kwaliteit van de portefeuille te verbeteren. SNS REAAL startte in het tweede kwartaal van 2009 een uitvoerige strategische heroriëntatie op de internationale activiteiten van SNS Property Finance. Zoals eerder aangegeven was de uitkomst dat SNS Property Finance zich exclusief op haar thuismarkt zal gaan richten, waar het tot de drie grootste vastgoedfinanciers behoort. (…) De afname van de kredietportefeuille is een van de belangrijkste prioriteiten van SNS Property Finance. (…) SNS REAAL legt haar prioriteit bij het behoud van een solide solvabiliteit. SNS Property Finance was mede daarom zeer terughoudend in het verlenen van nieuwe kredieten. De focus lag op beheer. De totale leningproductie van SNS Property Finance daalde daardoor van € 4,7 miljard in 2008 tot € 1,8 miljard in 2009.” 2.54 Tijdens de algemene vergadering van aandeelhouders op 14 april 2010 heeft SNS Reaal, bij monde van de voorzitter van haar raad van bestuur, onder meer gezegd dat SNS Reaal maatregelen neemt maar dat de internationale portefeuille heel lastig en volatiel blijft en dat deze portefeuille in de komende jaren nog wel een aandachtspunt zal blijven. De raad van bestuur van SNS Reaal verwacht dat de afboekingen van rond de € 400 miljoen, die SNS Reaal in 2009 heeft gedaan voor de komende jaren, nog wel op een hoog niveau zullen blijven. 2.55 Een door SNS Reaal op 18 mei 2010 uitgegeven trading update over het eerste kwartaal 2010 houdt met betrekking tot Property Finance onder meer het volgende in: “Bijzondere waardeverminderingen op internationale leningen leidden tot een verlies bij SNS Property Finance maar waren lager dan in recente kwartalen. Verder hebben we in het eerste kwartaal blijvend goede vooruitgang geboekt met het actief reduceren van de internationale leningenportefeuille.” 2.56 Op 6 juli 2010 heeft Ernst & Young (thans EY) in opdracht van Property Finance een rapport uitgebracht getiteld “Overview Global Portfolio” met betrekking tot de internationale leningportefeuille van Property Finance. 2.57 Op 17 augustus 2010 heeft EY in opdracht van Property Finance een rapport uitgebracht getiteld “Project Triplo Summary Report” met betrekking tot de mogelijke verkoop van zeven samengestelde pakketten leningen uit de Nederlandse portefeuille van Property Finance. 2.58 Een op verzoek van de raad van commissarissen van SNS Reaal uitgevoerde interne evaluatie van de overname van Property Finance onder leiding van de CFO van SNS Reaal, is uitgemond in het rapport Lessons Learned van 19 augustus 2010. Het rapport trekt onder meer de volgende conclusies: “ Hoofdstuk 6 – Lessons learned (…) Waarnemingen (…) Ten eerste concluderen wij dat de relevante gremia binnen SPF, SNS Bank en SNS REAAL in het algemeen steeds van de relevante informatie zijn voorzien. (…) Ten tweede komt het beeld naar voren dat in bovengenoemde gremia de juiste en kritische vragen zijn gesteld (…) zoals over de aansluiting met de strategie van SNS REAAL, fit tussen de cultuur van BPF en SNS REAAL en reputationele aspecten. (…) Tenslotte zijn al in januari 2008 vragen op tafel gekomen met betrekking tot risico’s binnen SPF in relatie tot de groei en commerciële drive van het management van SPF. Op basis van bovengenoemde aspecten had men in de relevante gremia mogen doorvragen c.q. elkaar meer mogen “challengen”. Ten derde zijn er relatief snel na de overname meerdere signalen afgegeven en besproken over gebreken of aandacht in de beheersingsstructuur van SPF. Na vijf maanden initiële signalen over de risicobeheerorganisatie, na 7 maanden diverse signalen van zowel interne (Groep Audit) als externe accountant (KPMG), na 11 maanden twee grote projecten (55 West en La Cigüeña) met problemen, deels markt gedreven maar ook door ineffectieve project controle, na 12 maanden signalen over participaties en tenslotte na 13 maanden gebreken in werking bij BU Internationaal. Deze signalen hadden nadrukkelijker opgevolgd moeten worden. (…) Ten vijfde heeft men gereageerd op de veranderende omstandigheden. Op verschillende niveaus heeft men medewerkers, inclusief zeer senior medewerkers, vervangen. De strategie is aangepast door introductie van de 4-Rs. De afdeling R&R is versterkt met een directielid en fors uitgebreid. Spanje is relatief vroeg (begin 2009) tot afbouwgebied verklaard. Tenslotte is men overgegaan tot het besluit om de BU Internationaal af te bouwen. Dat gezegd hebbende kan men zich afvragen of deze besluiten in het licht van de ontluikende crisis vanaf medio 2007 niet eerder genomen hadden moeten worden. Waarschijnlijk wel. Kritisch door blijven vragen had hier een bijdrage aan kunnen leveren. De vraag is of dit tot lagere risico’s/waardeveranderingen had geleid. Wij zijn van mening dat dit op onderdelen zeker het geval zou zijn geweest. De omvang hiervan is alleen moeilijk te bepalen. Maar gezien de dramatisch slechte marktontwikkelingen, het profiel van de portefeuille ten tijde van de acquisitie, de positionering van vastgoedfinanciering als een kern van de strategie van SNS REAAL en groei als doelstelling hiervan, waren de verliezen desalniettemin grotendeels al ingelocked. De acquisitie had naar onze mening sowieso waardeverlies met zich gebracht.” 2.59 Op 9 november 2010 heeft SNS Reaal aangekondigd dat ook een deel van de binnenlandse portefeuille van Property Finance zal worden afgebouwd in 2-4 jaar en dat daartoe een onderverdeling is gemaakt binnen de Nederlandse portefeuille in core en non-core. Het persbericht van 9 november 2010, met de aanhef “SNS REAAL herpositioneert SNS Property Finance”, houdt onder meer in: “SNS Property Finance (SNSPF) wordt per 1 januari 2011 opgedeeld in twee aparte onderdelen. SNSPF behoudt de internationale leningenportefeuille, aangevuld met een deel van de Nederlandse leningenportefeuille van SNSPF. Dit onderdeel wordt in de komende twee tot vier jaar op een verantwoorde manier volledig afgebouwd. Het resterende deel van de Nederlandse portefeuille van SNSPF wordt samengevoegd met de huidige midden- en kleinbedrijf (MKB) activiteiten van SNS Bank tot het nieuwe bedrijfsonderdeel SNS Zakelijk. (…) De bruto leningenportefeuille van SNS Zakelijk bedraagt per eind september 2010 circa € 7,4 miljard, hoofdzakelijk bestaande uit winstgevende Nederlandse beleggingsfinancieringen en MKB hypotheekportefeuille van SNS Retail Bank (…) SNS Zakelijk zal zich richten op de optimalisatie van de leningenportefeuille en het verbeteren van het fundingprofiel mede door het vergroten van de zakelijke spaartegoeden. (…) De bruto leningenportefeuille van SNSPF bedraagt per eind september 2010 circa € 6,9 miljard, hoofdzakelijk bestaande uit internationale projectfinancieringen en Nederlandse projectfinancieringen. SNSPF zal zich richten op de afbouw van de totale leningenportefeuille in twee tot vier jaar tijd. (…) SNS Zakelijk en SNSPF zullen vanaf 1 januari 2011 worden geleid door [BB] (CEO), [CC] (CFO), en [DD] (Chief Restructuring Officer). (…) [BB] zal ook deel gaan uitmaken van de directie van [SNS Bank, toev. OK]. [CC] maakt daar al deel van uit.” 2.60 Een door SNS Reaal uitgegeven persbericht van 18 november 2010 houdt in dat zij haar beleid richt op het vrijmaken van kapitaal. Het persbericht houdt onder meer in: “Een solide kapitaalmanagement, gericht op terugkoop van de core Tier 1 securities uitgegeven aan de Staat en Stichting Beheer SNS REAAL houdt een hoge prioriteit. De recent aangekondigde herpositionering van SNS Property Finance en initiatieven voor het vrijmaken van kapitaal zullen op termijn de winstgevendheid van de Groep moeten versterken en leiden tot een situatie waarin de kapitaalsteun van de Staat en de Stichting kan worden terugbetaald.” 2.61 Het op 9 maart 2011 gepubliceerde jaarverslag van SNS Reaal over 2010 houdt over Property Finance onder meer in: “5.2.2 AFBOUW PROPERTY FINANCE We besloten eind 2010 dat Property Finance per 1 januari 2011 wordt gesplitst in twee aparte onderdelen. Het ‘afbouwsegment’ met de internationale kredietportefeuille en een deel van de Nederlandse kredietportefeuille van Property Finance zal gedurende de komende twee tot vier jaar afgebouwd. Het resterende deel van de Nederlandse portefeuille van Property Finance zal worden samengevoegd met de huidige mkb-activiteiten van SNS Retail Bank, in het nieuwe bedrijfsonderdeel SNS Zakelijk. (…)” (…) 6.2.3 GEEN OPLEVING ZAKELIJK VASTGOED Voor 2011 verwachten wij aanhoudend moeilijke omstandigheden in de meeste vastgoedmarkten waar Property Finance actief is. (…) (…) Nettoverlies van € 593 miljoen voornamelijk door uitzonderlijk hoge bijzondere waardeverminderingen op kredieten en goodwill. “ 2.62 In maart 2011 heeft Credit Suisse een conceptrapport over de Nederlandse en de Duitse portefeuille van Property Finance gepresenteerd aan de raad van bestuur, die haar daartoe opdracht had verstrekt in het kader van potential divestment strategies (zie hierna 12.6). 2.63 Het bestuur van Property Finance heeft door een memorandum van 11 mei 2011 de raad van bestuur van SNS Reaal desgevraagd geïnformeerd over het onderzoek door het bureau Holland Intergrity Group (hierna HIG) in opdracht van Property Finance naar drie projecten in Luxemburg en Spanje (Belval, The Key en La Cigüeña). 2.64 Eind 2011 heeft Property Finance opdracht gegeven aan EY een inschatting te maken van de kredietrisico’s verbonden aan de non-core portefeuille (project Schiermonnikoog, zie hierna 12.2). Parallel daaraan is begonnen met het Project Rottum, dat naast de oplevering van een kredietrisico-inschatting mede een eventuele versnelde afbouwstrategie van de core-portefeuille van Property Finance onderzocht. 2.65 Op 19 december 2011 heeft SNS Reaal een persbericht uitgebracht over de hernotificatie van de staatssteun met de volgende inhoud: “De Europese Commissie herbevestigt haar goedkeuring voor de kapitaalsteun van de Nederlandse Staat aan SNS REAAL Vandaag heeft de Europese Commissie (EC) haar goedkeuring voor de kapitaalsteun van de Nederlandse Staat aan SNS REAAL herbevestigd. De herbevestiging volgt op de hernotificatie door de Nederlandse Staat eerder dit jaar. SNS REAAL en de Nederlandse Staat committeren zich aan de terugkoop door SNS REAAL van de kapitaalsteun door de Nederlandse Staat per eind 2013. De herbevestiging van de goedkeuring door de EC vereist dat SNS REAAL indien nodig voldoende aanvullende maatregelen zal nemen om volledige terugkoop per eind 2013 te faciliteren, onder voorbehoud van toestemming van de toezichthouder. De Nederlandse autoriteiten zullen de EC op de hoogte blijven houden omtrent de voortgang van SNS REAAL aangaande de terugkoop van de kapitaalsteun, door middel van een monitoring report. Indien de kapitaalsteun van de Nederlandse Staat niet geheel is teruggekocht per eind 2013, is hernotificatie vereist in januari 2014.” 2.66 Het op 5 maart 2012 gepubliceerde jaarverslag van SNS Reaal over 2011 houdt onder meer in: “5.3.1 Afbouw Property Finance De ontwikkelingen van de afgelopen jaren in de financiële sector, in het bijzonder in de vastgoedmarkten, leidden tot een heroriëntatie op onze strategie voor vastgoedfinanciering. SNS REAAL maakte twee strategische keuzes: • Vorming van een nieuw onderdeel SNS Zakelijk per 1 januari 2011. SNS Zakelijk bestaat uit een deel van de Nederlandse financieringen van Property Finance, de mkb-kredietportefeuille en mkb-sparen van SNS Bank. (…) • Afbouw van de resterende financieringen binnen Property Finance. Deze bestaan uit de internationale portefeuille en een deel van de Nederlandse portefeuille. (…) Na de afbouw van Property Finance zal SNS REAAL zich alleen richten op de Nederlandse markt. (…) 7.1 Afbouw van Property Finance (…) Ondanks moeilijke omstandigheden op de vastgoed- en financiële markten hebben we een sterke progressie gemaakt met de afbouw van Property Finance. De portefeuille met de totale bedragen aan kredietlimieten (brutokredieten inclusief niet getrokken kredietlijnen) is teruggebracht met € 1,3 miljard tot € 5,5 miljard (-20%). De risico gewogen activa namen fors af. (…). (…) 7.2 .1 Zelfstandige solide kapitaalspositie We willen de kapitaalsteun die we van de Staat en de Stichting in de vorm van core Tier 1 capital securites hebben ontvangen op een verantwoorde manier terugkopen, waarbij behoud van onze kapitaalpositie ondanks de moeilijke omstandigheden centraal staat. Daarbij hebben we de ambitie om de Staat uiterlijk per eind 2013 terug te betalen. Dankzij de coöperatieve opstelling van de Stichting, hoeven wij de core Tier 1 capital securities van de Stichting in beginsel niet op hetzelfde tijdstip terug te kopen als die van de Nederlandse Staat. (…) (…) 7.2.3 Voortgang programma kapitaalvrijmaking In november 2010 zette SNS REAAL een plan uiteen om in anderhalf jaar € 600 miljoen aan kapitaal vrij te maken. In februari 2011 werd dit bedrag verhoogd tot € 700 miljoen. De vrijval van kapitaal levert een bijdrage om in een positie te geraken waarin de kapitaalsteun van de Staat kan worden terugbetaald. Eind 2010 was al circa € 160 miljoen vrijgemaakt. Door zeer volatiele financiële markten werd in 2011 een groot deel van de positieve impact op de solvabiliteit van het vrijgemaakte kapitaal echter teniet gedaan. Per saldo kon in totaal tot en met eind 2011 circa € 595 miljoen aan kapitaal vrijgemaakt worden. (…) (…) De belangrijkste financiële risico’s voor SNS REAAL waren eind 2011: • Toenemende onzekerheid over de omvang van de kredietverliezen door een verslechtering van de macro-economie. Dat geldt vooral voor Property Finance, SNS Zakelijk en de hypothekenportefeuille. (…).” 2.67 Een persbericht van SNS Reaal van 23 maart 2012 over de aflossing van participatiecertificaten serie 1 houdt in: “ SNS Bank gaat op 28 juni 2012 de eerste serie SNS Participatie Certificaten aflossen. Het betreft achtergestelde, eeuwigdurende leningen die zijn uitgegeven op 28 juni 2002 voor een totaal bedrag van nominaal 125 miljoen euro tegen 6,6% rente. SNS Bank heeft de mogelijkheid om vanaf tien jaar na de uitgiftedatum over te gaan tot aflossing. Klanten met SNS Participatie Certificaten ontvangen vanaf zaterdag 24 maart 2012 een brief waarin zij persoonlijk geïnformeerd worden over de aflossing.” 2.68 Een persbericht van SNS Reaal van 25 april 2012 over de cijfers over het eerste kwartaal 2012 houdt onder meer in: “Op basis van voorlopige cijfers verwacht SNS REAAL het eerste kwartaal van 2012 af te sluiten met een positief netto resultaat. SNS Retail Bank, SNS Zakelijk en de verzekeringsactiviteiten rapporteerden een nettowinst. Property Finance realiseerde een nettoverlies aangezien bijzondere waardeverminderingen op leningen hoog bleven, in lijn met het kwartaalgemiddelde van 2011. De totale solvabiliteit van de Groep bleef solide, bij volatiele marktomstandigheden.” 2.69 Een persbericht van SNS Reaal van 15 mei 2012 over de cijfers over het eerste kwartaal 2012 houdt met betrekking tot solvabiliteitsratio’s en funding onder meer in: “Aan het eind van het eerste kwartaal was de core Tier 1 ratio van SNS Bank NV licht gestegen tot 9,4%, vergeleken met 9,2% eind 2011. De verbetering werd veroorzaakt door een kapitaalstorting vanuit de holding van € 50 miljoen en de verdere afname van de leningenportefeuille van SNS Zakelijk en Property Finance. De Tier 1 ratio van SNS Bank NV daalde tot 11,9% (eind 2011: 12,2%) als gevolg van de aangekondigde aflossing van € 125 miljoen participatiecertificaten. (…) Aan het eind van het eerste kwartaal was 87% van het kapitaalvrijvalprogramma van € 700 miljoen gerealiseerd. Op dit moment is de eerste prioriteit met betrekking tot het vrijgespeelde kapitaal de verdere stijging van de core Tier 1 ratio van de bank tot 10% in de komende jaren te ondersteunen en eveneens het handhaven van solide solvabiliteitsniveaus van de verzekeringsactiviteiten, gegeven de onrust op financiële markten, de hogere kapitaaleisen en het verslechterende economische klimaat. SNS REAAL zal blijven zoeken naar mogelijkheden om de solvabiliteit verder te versterken om te zijner tijd in staat te zijn de kapitaalsteun van de Nederlandse Staat terug te betalen.” 2.70 SNS Bank heeft op 28 juni 2012 de participatiecertificaten Serie 1 (hierna ook: de eerste tranche participatiecertificaten), in hoofdsom € 125 miljoen, afgelost. 2.71 Een market update van SNS Reaal gepubliceerd op 13 juli 2012 houdt onder meer in: “SNS REAAL herhaalt dat zij zich in lijn met de strategische prioriteiten richt op het afbouwen van vastgoedfinancieringen en de versterking van haar kapitaalspositie. Hierbij onderzoekt SNS REAAL samen met adviseurs verschillende mogelijkheden. De verkoop van bedrijfsonderdelen is een van de mogelijkheden die daarbij wordt onderzocht. Over geen van de verschillende mogelijkheden is een beslissing genomen.” 2.72 Op 8 augustus 2012 heeft Property Finance aan EY opdracht gegeven om de gehele vastgoedportefeuille van Property Finance (zowel core als non-core) en de problemen daarin in kaart te brengen. In de rapportages van EY van 30 september 2012 en 31 oktober 2012 worden de opdrachten als volgt beschreven: “Specifically, SNSPF has requested that EY estimate the potential shortfall of SNSPF’s Core relationship complexes (“RCs”) based on EY’s independent analysis, pursuant to the existing strategies assumed by SNSPF. The potential shortfall estimate is defined as the difference between the outstanding balance of the loans as per 30 June 2012 and the estimated recoverable amount pursuant to the existing strategies assumed by SNSPF.” “Specifically, SNSPF has requested that EY estimate the potential additional shortfall of SNSPF’s Non-Core loans, Real Estate Owned (“REO”), and relationship complexes (“RCs”) based on EY’s independent analysis, pursuant to the existing exit strategies assumed by SNSPF. The potential additional shortfall estimate is defined as the difference between the net outstanding balance of the loans (or book value of the REO) as per 30 June 2012, and the estimated recoverable amount pursuant to the existing exit strategies assumed by SNSPF.” 2.73 Op 16 augustus 2012 heeft SNS Reaal een tussentijds financieel verslag gepubliceerd over het eerste halfjaar van 2012. Het persbericht van die datum houdt onder meer in, als uitlating van [U] : “In een voortdurende uitdagende economische omgeving hebben onze kernactiviteiten een nettowinst gerealiseerd over het eerste halfjaar van 2012. Als gevolg van onze strategische focus is de klanttevredenheid verbeterd, terwijl onze kosten verder zijn verlaagd. De positie van onze voormalige Property Finance business nam met € 1,1 miljard af. Property Finance bleef verlieslatend, terwijl vastgoedmarkten verder verslechterden. Eind juni 2012 was ons programma om € 700 miljoen aan kapitaal vrij te maken, oorspronkelijk bedoeld voor de terugbetaling van de kapitaalsteun van de Nederlandse Staat, grotendeels voltooid. Echter, de belangrijkste prioriteiten in dit stadium zijn om met het vrijgemaakte kapitaal de komende jaren de versterking van de core Tier 1 ratio van de bankactiviteiten tot 10% te ondersteunen en de solvabiliteitspositie van onze verzekeringsactiviteiten te ondersteunen, gegeven de historisch lage rente. We onderzoeken op dit moment een breed scala aan maatregelen gericht op versterking en vereenvoudiging van onze kapitaalbasis alsook strategische herstructureringsscenario’s, zoals de verkoop van bedrijfsonderdelen. Op dit moment is nog geen beslissing genomen op een van de verschillende mogelijkheden. We verwachten later dit jaar een update te geven. De vooruitzichten voor het resterende jaar blijven zeer uitdagend. Desalniettemin blijven we ons richten op de uitvoering van onze strategische prioriteiten.” 2.74 Op 25 september 2012 is besloten om de core en non-core portefeuille weer bij elkaar te voegen en in zijn geheel af te bouwen. 2.75 Bij brief van 2 oktober 2012 heeft DNB aan de minister van Financiën onder meer geschreven (in de brief wordt SNS Reaal aangeduid als Mercurius): “Begin 2011 constateerde DNB dat Mercurius, ondanks de reductie van de vastgoedportefeuille, kwetsbaar bleef voor de continu verslechterende vastgoedmarkten. (…) DNB heeft (…) in augustus 2011 aan Mercurius gevraagd de mogelijkheden tot balansverkorting te onderzoeken (…). Tevens zijn hierover indringende gesprekken gevoerd met de Raad van Commissarissen van Mercurius. (…) Op basis van de beoordeling van de nadere analyse van het management heeft DNB vervolgens geconcludeerd dat Mercurius onvoldoende in staat is om zelf de benodigde versterking van haar financiële positie te realiseren. Om deze reden heeft DNB in december 2011 het initiatief genomen tot een intensivering van de gesprekken met het Ministerie, ten einde een oplossing te zoeken voor de ontstane situatie. (…) Die hierboven genoemde ontwikkelingen hebben geleid tot een precaire situatie bij Mercurius die DNB onhoudbaar acht. DNB ziet geen mogelijkheden voor de instelling om, zonder hulp van buitenaf, de situatie ten goede te keren. Het zijn niet zozeer de zichtbare solvabiliteitsratio’s die het probleem vormen als wel de grote onzekerheden rondom de Property Financeportefeuille, herfinanciering van de aflopende leningen, het woekerpolissendossier en double leverage waardoor de verhouding tussen ‘risico’s’ en buffers uit balans is en de strategische flexibiliteit is afgenomen.” 2.76 Op 31 oktober 2012 heeft Ernst & Young aan SNS Reaal gerapporteerd over de core en de non- core portefeuille van Property Finance (zie 2.72). 2.77 Op 6 november 2012 heeft SNS Reaal in een trading update over het derde kwartaal mededelingen gedaan over het zoeken naar een strategische herstructurering en bekendgemaakt dat de kredietportefeuille van SNS Zakelijk zal worden afgebouwd. Het persbericht houdt onder meer in: “UPDATE STRATEGISCHE HERSTRUCTURINGSSCENARIO’S Op 13 juli 2012 en daarna op 16 augustus 2012 deelde SNS REAAL mee dat zij een breed scala aan scenario’s gericht op het vinden van een allesomvattende oplossing voor de core Tier 1 securities van de Staat en haar kapitaalbasis aan het bestuderen is. SNS REAAL is momenteel in overleg met externe adviseurs een breed scala aan mogelijkheden aan het onderzoeken op het gebied van strategische herstructurering (bv. de verkoop van bedrijfsonderdelen en de beperking van kredietrisico’s bij Property Finance) en de versterking en vereenvoudiging van haar kapitaalbasis (bv. de emissie van gewone aandelen, conversie van core Tier 1 securities, een vermindering van het aantal aandelenklassen en een verlaging van de double leverage). (…) HERPOSITIONERING SNS ZAKELIJK In de toekomst zal SNS Bank zich voornamelijk op particuliere klanten richten. In aansluiting op de afbouw van de kredietportefeuille van SNS Zakelijk waarmee in 2010 werd begonnen, heeft SNS Bank besloten zich terug te trekken uit de financieringsmarkt voor commercieel vastgoed voor het MKB. Dit moet leiden tot een beter fundingprofiel, een behoudender risicoprofiel en een verdere afname van de risicogewogen activa. Als gevolg hiervan zal de kredietportefeuille van SNS Zakelijk in 2013 worden samengevoegd met de Property Finance organisatie en worden afgebouwd. Zakelijk Assurantiën, Sparen en Betalen zullen worden voortgezet en worden ondergebracht bij SNS Retail Bank.” 2.78 Tijdens een investor day op 15 november 2012 heeft SNS Reaal onder meer de herstructureringsscenario’s, het afbouwen van de portefeuille van Property Finance en de bijzondere waardeverminderingen toegelicht. Die toelichting houdt onder meer in dat het vrijgemaakte kapitaal benodigd is voor versterking van de solvabiliteit en niet beschikbaar is voor het terugbetalen van de Core Tier 1 securities, dat de portefeuille van Property Finance in de eerste negen maanden van 2012 is afgebouwd met € 1,4 miljard en dat de afbouw wordt vertraagd door de beperkte herfinancieringscapaciteit in de markt en dat met betrekking tot het non-core gedeelte van de portefeuille van Property Finance zich een significante toename voordoet van de bijzondere waardeverminderingen (€ 118 miljoen in het derde kwartaal van 2012) en de non performing loans (bijna € 2 miljard in het derde kwartaal van 2012, waarvan € 1,4 miljard in het Nederlandse deel van de portefeuille). 2.79 Bij brief van 29 november 2012 heeft KPMG, de externe accountant van SNS Reaal, aan de voorzitter van de raad van bestuur van SNS Reaal onder meer geschreven: “In de gesprekken die wij hebben gevoerd over Project Eiffel [het vinden van een oplossing voor de kwetsbare kapitaalspositie van SNS Bank en SNS Reaal, toev. OK] wordt door de Raad van Bestuur bevestigd dat in de loop van 2012 een materiële onzekerheid is ontstaan ten aanzien van het vermogen van SNS Bank om zelfstandig aan de kapitaalseisen te kunnen voldoen. Dit resulteert thans in een gerede twijfel ten aanzien van de continuïteit van SNS Bank en SNS REAAL.” 2.80 Bij persbericht van 5 december 2012 heeft SNS Reaal aangekondigd dat SNS Bank de participatiecertificaten Serie 2 (hierna ook: de tweede tranche participatiecertificaten), in hoofdsom groot € 116 miljoen, op 24 december 2012 gaat aflossen. Het persbericht houdt onder meer in dat DNB op 4 december 2012 aan SNS Bank heeft medegedeeld dat naar haar oordeel de nog uitstaande participatiecertificaten geen onderdeel meer vormen van het toetsingsvermogen. 2.81 Bij brief van 13 januari 2013 aan het ministerie van Financiën heeft SNS Reaal gereageerd op de bevindingen van Cushman & Wakefield (hierna ook: C&W), de door het ministerie ingeschakelde deskundige, over de te verwachten verliezen op de onroerendgoedportefeuille. De brief houdt onder meer in: “SNS REAAL considers that both the procedure followed and the methodology used in the creation of the C&W report as seriously flawed, which has a material impact on C&W’s estimation of the Real Economic Value and the negotiation process between all the parties involved for a comprehensive solution. Therefore, at this moment no conclusions or actions can be taken on the basis of the results of the C&W report.” Uit de bijlage bij deze brief blijkt dat per medio 2012 de omvang van de totale portefeuille € 9,13 miljard bedroeg en dat daarop reeds een voorziening was getroffen van € 740 miljoen. Naast deze voorziening verwachtte SNS Reaal zelf een aanvullend verlies op de portefeuille van € 1,382 - € 2,083 miljard, terwijl Cushman & Wakefield het aanvullende verlies begrootte op € 2,149 - € 2,853 miljard. 2.82 Ook op 13 januari 2013 heeft SNS Reaal onder meer het volgende geschreven aan het ministerie van Financiën: “Namens de Raad van Bestuur en de Raad van Commissarissen van SNS REAAL richten wij ons tot u in verband met de voortgang van de gesprekken die gaande zijn tussen uw ministerie, SNS REAAL en een aantal andere partijen met als doel een allesomvattende en bij voorkeur zoveel mogelijk private oplossing te vinden voor de problematiek waarmee SNS REAAL is en wordt geconfronteerd, in het bijzonder waar het betreft haar vastgoedfinancieringsactiviteiten. Mede ten gevolge van de financiële crisis geldt juist met betrekking tot dergelijke portefeuilles van vastgoedleningen dat aanzienlijke verliezen worden geleden. Voor SNS REAAL speelt dit helaas terwijl zij ook voor het einde van 2013 een bedrag van € 565 miljoen aan overheidssteun (plus een premie van 50%) moet terugbetalen. Deze elementen gecombineerd met de huidige volatiele financiële markten, krimpende economie en toenemende kapitaaleisen betekenen dat de bestaande kapitaalpositie van SNS REAAL herstructurering vergt.” 2.83 Bij brief van 18 januari 2013 aan SNS Bank heeft DNB mededeling gedaan van het volgende voorgenomen SREP-besluit: “Gelet op de feiten en omstandigheden beschreven in de voorgaande paragrafen is DNB voornemens om op grond van artikel 3:111a lid 2 Wft, in samenhang met de artikelen 3:17 en 3:18a Wft en artikel 24a en 25a Besluit prudentiële regels Wft, de volgende maatregel op te leggen: SNS Bank dient uiterlijk 31 januari 2013 om 18:00 uur haar kernkapitaal met minimaal EUR 1,9 miljard te hebben aangevuld, althans SNS Bank dient uiterlijk 31 januari 2013 om 18:00 uur een finale oplossing te presenteren welke naar het oordeel van DNB een voldoende mate van zekerheid van slagen heeft en welke op korte termijn daadwerkelijk leidt tot aanvulling van het genoemde kapitaaltekort.” Zij heeft daaraan het volgende toegevoegd: “Daarbij komt dat het bij het ontbreken van een overtuigende en definitieve oplossing niet mogelijk zal zijn om op 14 februari 2013 jaarcijfers die op continuïteitsbasis zijn opgesteld, naar buiten te brengen. (…) Indien SNS Bank niet in staat zal blijken om haar kapitaalpositie tijdig en voldoende te versterken, acht DNB het niet langer verantwoord dat SNS Bank het bankbedrijf uitoefent en zal DNB gebruik maken van haar bevoegdheden op grond van de Wft.” 2.84 Op 27 januari 2013 heeft DNB – met inachtneming van de door SNS Bank op het voorgenomen besluit gegeven zienswijze – een definitief SREP-besluit genomen en aan SNS Bank – ter informatie ook aan SNS Reaal – medegedeeld. Daarin heeft zij de bezwaren van SNS Bank tegen de Cushman & Wakefield-rapporten verworpen en een maatregel opgelegd, zakelijk gesproken nagenoeg gelijk als vervat in het onder 2.83 vermelde voorgenomen besluit. 2.85 In een persbericht van 28 januari 2013 heeft SNS Reaal meegedeeld dat zij streeft naar “een allesomvattende oplossing”. 2.86 Bij brief van 1 februari 2013 heeft DNB aan SNS Bank – en ter informatie ook aan SNS Reaal – bericht dat het toetsingsvermogen van SNS Bank niet een beheerste en duurzame dekking van risico’s waarborgt en dat zij het daarom niet langer verantwoord acht dat SNS Bank het bankbedrijf uitoefent. 2.87 Op diezelfde dag heeft de minister het in 2.1 genoemde onteigeningsbesluit genomen. Het besluit heeft onder meer betrekking op alle door SNS Reaal uitgegeven aandelen, op achtergestelde obligaties en op onderhandse leningen aan SNS Reaal en SNS Bank. Het Onteigeningsbesluit bevat een weergave van feiten die tot het besluit aanleiding hebben gegeven. Die weergave houdt onder meer het volgende in: “14. SNS Property Finance heeft op basis van medio 2012 beschikbare informatie zelf de additioneel te verwachten verliezen op de vastgoedportefeuille ingeschat. De vastgoedportefeuille had toen een netto omvang van ongeveer € 8,3 miljard (bruto omvang ongeveer € 9,0 miljard minus € 0,7 miljard voorzieningen). SNS Property Finance heeft ingeschat dat deze additioneel te verwachten verliezen in een basisscenario ongeveer € 1,4 miljard en in een negatief scenario ongeveer € 2,1 miljard zouden bedragen. Het Ministerie heeft in oktober 2012 Cushman & Wakefield ingehuurd om een onafhankelijke waardering te maken van de vastgoedportefeuille van SNS Property Finance. De uitkomst van de bepaling van de reële economische waarde op basis van medio 2012 beschikbare informatie – van de juistheid waarvan het Ministerie in het vervolg is uitgegaan – was voor de vastgoedleningen in een basisscenario ongeveer € 5,6 miljard en in een negatief scenario ongeveer € 4,9 miljard. Tevens heeft Cushman & Wakefield de indicatie gegeven dat het vastgoed van SNS Property Finance (met een boekwaarde van € 512 miljoen) een huidige reële economische waarde heeft tussen € 185 miljoen en € 265 miljoen. Een en ander laat zich vertalen in een verwacht verlies bovenop de reeds door SNS Property Finance genomen voorzieningen op de vastgoedportefeuille van ongeveer € 2,4 miljard in een basisscenario en ongeveer € 3,2 miljard in een negatief scenario. Deze verliezen zijn substantieel hoger dan de door SNS Property Finance ingeschatte additioneel te verwachten verliezen. Een onlangs geactualiseerd overzicht van Cushman & Wakefield geeft geen wezenlijk ander beeld.” 2.88 Bij brief van 21 februari 2013 heeft VEB aan (onder meer) SNS Reaal c.s. bezwaren kenbaar gemaakt tegen het beleid en de gang van zaken. 2.89 Op 4 maart 2013 heeft de minister op de voet van artikel 6:10 Wft aan de rechthebbenden van de onteigende vermogensbestanddelen of effecten een aanbod tot schadeloosstelling gedaan, inhoudende € 0 per vermogensbestanddeel of effect. In de procedure over de verschuldigde schadeloosstelling is op 11 februari 2021 door de Ondernemingskamer uitspraak gedaan. 2.90 Op 8 maart 2013 heeft de Tweede Kamer een hoorzitting gehouden over de aanloop naar de Onteigening en in dat kader personen gehoord die daarbij betrokken zijn geweest. 2.91 Bij brief van 22 juli 2013 heeft DNB aan SNS Reaal c.s. onder meer geschreven: “In de loop van 2012 bleek een afsplitsing van SNS PF in onze optiek (…) een vereiste, waardoor waardering op basis van REV [Real Economic Value, toev. OK], mede in het licht van de vereisten van de EC, naar het oordeel van [DNB, toev. OK] noodzakelijk was. Dientengevolge waren de Ernst & Young (…) rapporten niet langer bruikbaar omdat zij niet uitgingen van een dergelijke waardering en qua aard ook niet aansloten op een prijsbepaling bij een overdracht. De rapporten van Cushman & Wakefield (…) gaan daarentegen als enige wel uit van deze veronderstellingen. (…) 2.92 Op 23 januari 2014 heeft de Commissie ENS haar rapport over de Onteigening en de rol van DNB en het Ministerie van Financiën ten aanzien van SNS Reaal gepubliceerd. 3Inleiding 3.1 Zoals onder 1.3 vermeld heeft de Ondernemingskamer bij beschikking van 8 juli 2015 geoordeeld dat VEB c.s. (en toenmalige andere verzoekers) niet ontvankelijk waren in hun verzoek tegen Propertize (het vroegere Property Finance), welk oordeel in cassatie niet is bestreden. De enquêteverzoeken, die overigens ook betrekking hebben op het beleid van Property Finance, zijn daarom slechts gericht tot SNS Bank en SNS Reaal. De vraag of op het niveau van Property Finance sprake is geweest van wanbeleid valt daarmee in beginsel (zie echter rov. 3.34 van de beschikking van 26 juli 2018 (hierna: de eerstefasebeschikking)) buiten het bereik van deze beslissing. De Ondernemingskamer heeft vervolgens in haar eerstefasebeschikking een concernenquête naar SNS Reaal en SNS Bank toelaatbaar geoordeeld (rov. 3.12-3.20). 3.2 In de eerstefasebeschikking zijn door de verschillende verzoekers de volgende onderwerpen als gegronde reden aangevoerd: de acquisitie van Property Finance door SNS Reaal in 2006; misstanden bij Property Finance; het (volgens VEB c.s. tekortschietend) risicobeheer van SNS Reaal c.s. ten aanzien van Property Finance; het (volgens VEB c.s. inadequate en zwalkende) beleid van SNS Reaal c.s. ten aanzien van Property Finance; de (volgens VEB c.s. misleidende althans ontoereikende) mededelingen en informatieverschaffing door SNS Reaal aan het beleggend publiek over de problemen bij Property Finance; het (volgens VEB c.s. gebrekkige) inzicht dat de jaarrekeningen en jaarverslagen van SNS Reaal verschaften in de financiële en operationele toestand van SNS Reaal, SNS Bank en Property Finance; de rol van het bestuur van SNS Reaal bij de beoogde onteigening van niet-achtergestelde schadevorderingen van de onteigende aandeelhouders van SNS Reaal; de intrekking door SNS Reaal c.s. van het door hen ingestelde bezwaar tegen het SREP-besluit; het optreden van het bestuur van SNS Reaal in gesprekken vanaf december 2011 met het ministerie van Financiën en met DNB; het besluit van SNS Reaal c.s. tot aflossing van de Participatie Certificaten van Serie 1, 2 en 3, de gevolgen daarvan voor de solvabiliteit van SNS Reaal c.s. en de berichtgeving daarover en over de solvabiliteit van SNS Reaal aan het beleggend publiek; de misleidende berichtgeving van SNS Reaal over de state securities en de solvabiliteit van SNS Reaal, door de schuld van Reaal van € 700 miljoen aan SNS Bank niet te verdisconteren in de gepubliceerde solvabiliteitsratio van Reaal. 3.3 De Ondernemingskamer heeft vervolgens een onderzoek gelast naar het beleid en de gang van zaken van SNS Reaal c.s. over de periode vanaf 1 juli 2006 tot 1 februari 2013, in het bijzonder met betrekking tot: de mate waarin SNS Reaal c.s. zich rekenschap hebben gegeven van de voorafgaand aan de overname van Property Finance geïdentificeerde risico’s (zie rov. 3.30 eerstefasebeschikking); de vraag of de door SNS Reaal c.s. vanaf de overname tot en met 2008 nagestreefde en gerealiseerde groei van Property Finance, gepaard is gegaan met een voldoende zorgvuldige beoordeling van de kredietaanvragen (zie rov. 3.38-3.42 eerstefasebeschikking); de mate waarin de administratie en het risicobeheer van Property Finance ten tijde van de acquisitie en nadien tekortschoot, de mate waarin SNS Reaal c.s. zich daarvan bewust waren en de wijze waarop SNS Reaal c.s. hebben gereageerd op geconstateerde tekortkomingen (zie rov. 3.43-3.49 eerstefasebeschikking); e vraag of SNS Reaal c.s. tijdig hebben gereageerd op de verslechtering van de onroerend goed markten, zowel met betrekking tot het beheer van de bestaande projecten van Property Finance als met betrekking tot de aanpassing van de (groei)strategie van Property Finance en de besluitvorming die in dat verband heeft plaatsgevonden (zie rov. 3.45 en 3.50 – 3.67 eerstefasebeschikking); de mate waarin SNS Reaal c.s. inzicht hadden in de aan Property Finance verbonden risico’s en de consequenties van de risico’s voor de continuïteit van het concern als geheel (zie rov. 3.68 eerstefasebeschikking); het tijdstip waarop SNS Reaal c.s. zich realiseerden dat SNS Bank zich genoodzaakt zag tot aflossing van de Participatie Certificaten na afloop van de termijn van 10 jaar na uitgifte daarvan, de consequentie van die aflossingsverplichting voor de kwalificatie van de Participatie Certificaten als Tier 1 kapitaal en de externe communicatie van SNS Reaal over een en ander (zie rov. 3.83 – 3.87 eerstefasebeschikking); de vraag waarom SNS Reaal in publicaties over de solvabiliteit van Reaal geen rekening heeft gehouden met de omstandigheid dat de vordering van SRLEV op SNS Bank was verpand aan SNS Bank tot zekerheid van de vordering van SNS Bank op Reaal (zie rov. 3.92 eerstefasebeschikking); de wijze waarop in de jaarrekeningen van SNS Reaal over 2008 tot en met 2011 en in overige publicaties van SNS Reaal de in 2008 aan de Staat voor € 750 miljoen uitgegeven securities zijn verantwoord in het licht van de toezegging aan de Europese Commissie om die staatssteun uiterlijk per 31 december 2013 terug te betalen (zie rov. 3.94-3.95 eerstefasebeschikking). 4Het onderzoeksverslag 4.1 Bij beschikking van 2 augustus 2018 heeft de Ondernemingskamer onderzoekers aangewezen. Zij hebben, na onder meer bestudering van talloze documenten en het voeren van (soms meerdere) gesprekken met 57 personen, het definitieve onderzoeksverslag, gedateerd op 23 juli 2021, op 26 juli 2021 bij de Ondernemingskamer ingediend. Het verslag bestaat uit vier delen en bevat 10 bijlagen, exclusief de in 1.19 genoemde rapporten. 4.2 Deel I is een algemeen deel en bevat een inleiding, een weergave van de onderzoeksvragen van de Ondernemingskamer, en een hoofdstuk over de door onderzoekers gevolgde werkwijze. In dat laatste hoofdstuk komen onderwerpen als (raadplegen van) documenten en e-mailboxen, wederhoor, hindsight bias en het raadplegen van deskundigen aan bod. Met betrekking tot het fenomeen hindsight bias schrijven onderzoekers dat zij zich zeer bewust zijn geweest van het feit dat de feiten en omstandigheden die onderwerp van onderzoek zijn geweest zich lang geleden hebben afgespeeld en dat met de kennis van nu en ook met de kennisontwikkelingen gedurende de onderzoeksperiode het achteraf eenvoudig(
- er)is om aan te geven waar beter andere beslissingen genomen hadden kunnen worden; “Onderzoekers hebben het dan ook vanzelfsprekend tot hun taak gerekend zich bij het lezen van stukken en het interviewen van personen af te vragen wat indertijd bekend was en of besluiten, genomen in de context van de situatie ten tijde van het nemen van de betrokken besluiten, begrijpelijk en in redelijkheid verdedigbaar waren.” Deel II van het onderzoeksverslag beschrijft de gebeurtenissen met betrekking tot SNS Reaal en Property Finance in de periode juli 20o6-januari 2013. De governance van SNS Reaal c.s. en Property Finance beslaat daarin een afzonderlijk hoofdstuk. In deel III worden de tien onderzoeksvragen in afzonderlijke hoofdstukken besproken en beantwoord. De Ondernemingskamer zal de relevante passages uit het onderzoeksverslag hierna zo nodig citeren bij de bespreking van de afzonderlijke beslispunten. Deel IV bevat een nabeschouwing, waaruit de meest relevante passages onder 16.7 worden geciteerd. 5Verzoek tot vaststellen wanbeleid 5.1 VEB c.s. hebben met betrekking tot de volgende onderwerpen verzocht vast te stellen dat sprake is geweest van wanbeleid bij SNS Reaal c.s.: 1. Het beleid om e-mailboxen na vertrek van een bestuurder of medewerker te vernietigen. 2. De acquisitie van Property Finance. 3. Het beleid vanaf de acquisitie van Property Finance. 4. De marktcommunicatie over de in december 2008 ontvangen staatssteun. 5. De marktcommunicatie over de aflossing van de Participatie Certificaten. 6. De marktcommunicatie over bijzondere waardeverminderingen van Property Finance. 7. De marktcommunicatie over het saldocompensatiestelsel. 8. De overige marktcommunicatie over Property Finance. 9. Het achterhouden van wezenlijke informatie aan de accountant. Daarnaast is verzocht om een beperkte uitbreiding van het onderzoek. 5.2 De toelichting op de verzoeken en de daartegen door verweersters en verschillende belanghebbenden gevoerde verweren zullen hieronder bij de beoordeling van ieder afzonderlijk onderwerp worden besproken en beoordeeld. De Ondernemingskamer zal daarbij – voor zover van belang – telkens eerst kort ingaan op hetgeen in de eerstefasebeschikking over de verschillende onderwerpen is overwogen. Vervolgens zal worden ingegaan op hetgeen in het onderzoeksverslag over het desbetreffende onderwerp is vermeld, waarna de standpunten van partijen zullen worden besproken, gevolgd door een conclusie. 5.3 De Ondernemingskamer stelt daarbij voorop dat zij dient te beoordelen of uit het onderzoeksverslag is gebleken dat het door VEB c.s. gestelde handelen of nalaten van SNS Reaal c.s. wanbeleid oplevert. Dat zal het geval zijn indien SNS Reaal c.s. onzorgvuldig dan wel laakbaar hebben gehandeld of nagelaten en wel zo ernstig dat moet worden geoordeeld dat dat handelen of nalaten in strijd was met elementaire beginselen van verantwoord ondernemerschap. Een incidentele beleidsfout of onjuiste inschatting is daarvoor onvoldoende, tenzij er opzettelijk onjuist of ernstig verwijtbaar is gehandeld of nagelaten en dit handelen tot voor de onderneming zeer nadelige gevolgen heeft geleid of heeft kunnen leiden. 6Beoordeling: beleid vernietiging e-mailboxen 6.1 Onderzoekers hebben in het algemeen deel van het onderzoeksverslag opgemerkt dat van de zestien opgevraagde e-mailboxen er slechts negen beschikbaar waren. SNS Reaal c.s. hanteerden gedurende de onderzoeksperiode het beleid dat e-mailboxen dertig dagen na vertrek van een bestuurder of medewerker werden gewist. Zo bleken de e-mailboxen van [R] , [X] en [Y] niet meer voorhanden te zijn. Wel zijn er e-mails teruggevonden in een door SNS Reaal c.s. gebruikt document management systeem (DMS). Van dertien van de zestien personen bleken de DMS data beschikbaar, waarbij het echter om een gering aantal e-mails ging, enige honderden, terwijl de ter beschikking gestelde e-mailboxen tienduizenden e-mails of meer bevatten. Onderzoekers hebben het feit dat zij slechts negen e-mailboxen hebben kunnen doorzoeken dan ook als beperkend ervaren. 6.2 Volgens VEB c.s. is het beleid om e-mailboxen dertig dagen na vertrek van een medewerker of bestuurder te vernietigen onwettig, omdat ook op digitale documenten de bewaarplichten van artikel 2:10 BW en van artikel 52 AWR van toepassing zijn. Zij erkennen dat die verplichtingen niet álle e-mails van alle medewerkers betreffen, maar menen dat e-mails van en naar het zakelijke e-mailadres van een bestuurder of hooggeplaatste medewerker van een systeemrelevante instelling veelal wel onder die verplichting vallen. Het beleid verklaart bovendien niet waarom sommige e-mailboxen niet en andere wel beschikbaar waren. Het vernietigen van beschikbare informatie kan verder de preventieve werking van het enquêterecht ondergraven. In hun nadere akte (zie 1.20) lichten zij verder toe dat de in die akte besproken externe rapporten een dermate explosieve inhoud hadden, dat het niet anders kan dan dat daarover via e-mail is gecorrespondeerd, maar die bron van informatie over de interne afwegingen binnen SNS Reaal c.s. is nu niet meer beschikbaar. Zij menen dan ook dat het beleid van SNS Reaal c.s. op dit punt als wanbeleid moet worden gekwalificeerd. VEB c.s. vrezen dat een ander oordeel ertoe zal leiden dat het vast beleid zal worden binnen het Nederlandse bedrijfsleven om e-mailboxen te vernietigen. 6.3 SNS Reaal c.s. wijzen er allereerst op dat aan onderzoekers een zeer grote hoeveelheid informatie is verstrekt en dat zij met behulp van forensische software de beschikbare e-mailboxen hebben doorzocht. Zij hebben bovendien 57 personen gehoord. Een en ander heeft hen in staat gesteld het beleid en de gang van zaken binnen SNS Reaal c.s. gedurende de onderzoeksperiode minutieus in kaart te brengen. Verder hebben zij aangevoerd dat de wettelijke bewaarplicht ziet op de vermogenstoestand en de werkzaamheden van de rechtspersoon c.q. de belastingplichtige en ertoe strekt dat uit de administratie te allen tijde de rechten en verplichtingen van de rechtspersoon kunnen worden gekend, en daarmee een andere doelstelling heeft dan in deze procedure aan de orde is. Het gehanteerde beleid was ten slotte in lijn met de toentertijd toepasselijke privacyregelgeving, waarop SNS Reaal c.s. een uitzondering maakten als het bewaren van een e-mailbox wettelijk vereist of om een andere reden noodzakelijk was. In hun nadere akte benadrukken SNS Reaal c.s. nog dat de beweringen van VEB c.s. worden gelogenstraft omdat de e-mailboxen van degenen die zich het meest met Property Finance bezighielden ( [T] , [U] en [EE] ) niet vernietigd zijn, maar aan onderzoekers ter beschikking zijn gesteld. 6.4 De PA-commissarissen verenigen zich met het verweer van SNS Reaal c.s. op dit punt. 6.5 De Ondernemingskamer stelt voorop dat het beleid van SNS Reaal c.s. met betrekking tot het bewaren van e-mailboxen in de fase van het bezwaar niet naar voren is gebracht en evenmin ten grondslag is gelegd aan de beslissing om een enquête te gelasten. Dat bevreemdt niet, omdat dit punt pas aan de orde is gekomen als gevolg van het onderzoek en hetgeen in dat verband aan onderzoekers is gebleken. Gelet op de zeer nauwe samenhang van dit onderwerp met de onderzoeksopdracht, het feit dat in de tweedefaseprocedure voldoende gelegenheid is geweest voor hoor en wederhoor en het gegeven dat SNS Reaal c.s. daarvan gebruik hebben gemaakt zonder zich te verzetten tegen inhoudelijke beoordeling van de klacht, zal de Ondernemingskamer de klacht van VEB c.s. over dit onderwerp bespreken. 6.6 De Ondernemingskamer verwerpt de opvatting van de VEB c.s. dat het beleid van SNS Reaal c.s. om e-mailboxen dertig dagen na vertrek van de desbetreffende persoon te verwijderen, als wanbeleid moet worden aangemerkt. VEB c.s. hebben onvoldoende aannemelijk gemaakt dat daardoor daadwerkelijk de wettelijke bewaarplichten van art 2:10 BW en artikel 52 AWR zijn geschonden. VEB c.s. baseren hun standpunt op een eigen uitleg van de wettelijke bewaarplichten, die erop neerkomt dat nagenoeg iedere e-mail van bestuurders of hooggeplaatste werknemers gedurende de looptijd van de wettelijke bewaartermijn moet worden bewaard omdat de e-mailboxen van deze personen per definitie tot de administratie van de onderneming behoren. Deze verstrekkende uitleg kan (zonder verdere toelichting, die ontbreekt) in zijn algemeenheid niet als juist worden aanvaard. Dat door het vernietigen van e-mailboxen eventuele toekomstige onderzoeken kunnen worden bemoeilijkt valt niet uit te sluiten, maar dat volstaat evenmin om het beleid dat e-mailboxen dertig dagen na vertrek van een bestuurder of medewerker werden gewist als wanbeleid aan te merken. In dat kader is nog van belang dat met een dergelijk beleid ook rechtmatige belangen kunnen zijn gediend, waaronder het (privacy-)belang van de personen om wiens e-mailboxen het gaat en dat een deel van de e-mails wel werd bewaard in het door SNS Reaal c.s. gebruikte DMS. 6.7 Overigens constateert de Ondernemingskamer dat onderzoekers ter zitting desgevraagd hebben opgemerkt dat, hoewel niet alle e-mailboxen nog beschikbaar waren, er een systeem was (doelend op het in het onderzoeksverslag genoemde DMS) waarin belangrijke e-mails apart werden opgeslagen en dat zij daarvan wel kennis hebben kunnen nemen. Bij die stand van zaken bestaat geen aanleiding om aan te nemen dat als gevolg van het beleid om e-mailboxen in beginsel (want er werden kennelijk uitzonderingen gemaakt) dertig dagen na vertrek van een medewerker of bestuurder te vernietigen, het onderzoek als gebrekkig of als onvoldoende moet worden aangemerkt. 7Beoordeling: acquisitie Property Finance 7.1 VEB c.s. hebben aangevoerd dat de acquisitie van Property Finance als zodanig onverantwoord was, omdat daaraan omvangrijke risico’s waren verbonden en voorafgaand aan de overname slechts een uiterst onvolledig onderzoek (due diligence) heeft plaatsgevonden. Het doorzetten daarvan vormt wanbeleid. Aan Property Finance kleefden volgens VEB c.s. de volgende fundamentele tekortkomingen: 1. een ongecontroleerde internationale expansie; 2. gebruik van te hoge bevoorschottingsratio’s (LTV/LTC); 3. een organisatie en bedrijfscultuur gericht op groei en niet op mitigering van risico’s, met lage kwaliteit van de portefeuille tot gevolg; en 4. een onaanvaardbaar concentratierisico. Met de acquisitie werd een risico genomen ter hoogte van ongeveer € 11 miljard, waarvan 30% betrekking had op internationale activiteiten van Property Finance. SNS Reaal heeft vervolgens tot de overname besloten op basis van een ontoereikend onderzoek en de risico’s die wel zijn gesignaleerd, zijn volgens VEB c.s. genegeerd, in plaats van onderkend als symptomen van een groter probleem. De due diligence was volgens VEB c.s. ontoereikend, want: - SNS Reaal had zelf geen expertise op het gebied van projectfinanciering van vastgoed en heeft bij de acquisitie die expertise (of buitenlandse vastgoeddeskundigen met lokale kennis) ten onrechte ook niet ingehuurd; - de meest risicovolle posten, namelijk de projectontwikkelingskredieten in het buitenland, zijn in de due diligence niet of nauwelijks onderzocht; - het advies van KPMG om multidisciplinair onderzoek te laten doen is niet opgevolgd; - het aanvullende onderzoek door KPMG en Houthoff Buruma, een steekproef, was veel te beperkt en onvoldoende deskundig; - voorafgaand aan de overname had SNS Reaal een reeks aan signalen over het ontbreken van een adequate risicobeheersing ontvangen (zie rov. 3.26, vijfde tot zevende streepje eerstefasebeschikking). Daar is ten onrechte geen nader onderzoek naar gedaan. 7.2 De onder 7.1 sub 1, 3 en 4 genoemde onderwerpen zijn door de Ondernemingskamer in de eerstefasebeschikking genoemd als omstandigheden die noopten tot inachtneming van een grote zorgvuldigheid bij de integratie, de risicobeheersing en het toezicht en bij de groeistrategie na de overname. Tegelijkertijd werd geoordeeld (rov. 3.27 eerstefasebeschikking) dat niet is gebleken dat er ten tijde van de overname risico’s verbonden waren aan Property Finance die SNS Reaal kende of had behoren te kennen en op grond waarvan SNS Reaal had behoren af te zien van de overname. Deze omstandigheden (wat daarvan verder ook zij) leidden er dus niet toe dat de beslissing tot overname van Property Finance op zichzelf een gegronde reden vormde om aan een juist beleid te twijfelen, laat staan dat daarover in deze procedure (zonder daarop toegesneden onderzoek) een wanbeleidsoordeel zou kunnen volgen. Voor zover VEB c.s. met hun klachten aansturen op heroverweging van die beslissing bestaat daarvoor geen grond. 7.3 De vraag of SNS Reaal c.s. zich in het kader van de acquisitie rekenschap hebben gegeven van het risico van de door Property Finance gehanteerde hoge bevoorschottingspercentages is door de Ondernemingskamer in de eerstefasebeschikking niet bij de boordeling betrokken. Deze vraag is niet aan onderzoekers voorgelegd en zij hebben dit specifieke punt ook niet (kenbaar) onderzocht, laat staan daarover conclusies getrokken. Zij schrijven integendeel in het onderzoeksverslag: “8.2.53 Bij de beoordeling van de verstrekte kredieten hebben onderzoekers niet betrokken de vraag of het wel passend was om geen wijzigingen door te voeren in de fiatcriteria na de overname van Property Finance. ABN AMRO was immers een bank met een veel grotere kapitaalsbasis dan SNS Bank en daarmee met een veel groter vermogen tot risicoabsorptie. Die vraag is bij de overname niet opgekomen en kennelijk niet als risico gezien (zie ook hoofdstuk 8.1).” Reeds daarmee ontbreekt een grond om op dit punt tot wanbeleid te kunnen concluderen. 7.4 Al in het kader van de eerstefasebeschikking hebben VEB c.s. kritiek geuit op de kwaliteit van de due diligence (zie rov. 3.22, tweede gedachtestreepje) en dat is door de Ondernemingskamer onder ogen gezien (zie rov. 3.26, tweede, derde en vijfde gedachtestreepje), maar dit heeft niet ertoe geleid dat het onderzoek is uitgebreid met vragen naar de kwaliteit van de due diligence. De Ondernemingskamer overwoog integendeel dat de due diligence aan de (destijds) gebruikelijke maatstaven voldeed (rov. 3.27 eerstefasebeschikking) en dat deze onder meer tot een verlaging van de koopprijs, een garantie met betrekking tot de (compleetheid van
- de)leningdocumentatie en een carve out van een aantal klanten met een hoog reputatierisico heeft geleid. Het onder 7.1 genoemde betoog van VEB c.s. komt erop neer dat een kwalitatief betere due diligence tot identificatie van meer risico’s zou hebben geleid, maar die kwestie is niet aan onderzoekers voorgelegd. De Ondernemingskamer heeft het onderzoek voor zover verband houdende met de acquisitie van Property Finance beperkt tot de vraag naar de mate waarin SNS Reaal c.s. zich rekenschap hebben gegeven van de van tevoren wél geïdentificeerde risico’s. Voor zover VEB c.s. aanvoeren dat de raad van bestuur die wel gesignaleerde risico’s anders (lees: zwaarder) had moeten wegen, namelijk als symptoom van een dieperliggend probleem, bevat geen van de due diligence rapporten voor die conclusie een voldoende concreet aanknopingspunt. 7.5 De Ondernemingskamer heeft een onderzoek gelast naar – onder meer – de mate waarin SNS Reaal c.s. zich bij de acquisitie rekenschap hebben gegeven van de voorafgaand aan de overname van Property Finance geïdentificeerde risico’s, met name omdat (rov. 3.30 eerstefasebeschikking): 1) de vaststelling van de raad van bestuur van SNS Reaal (hierna ook: de raad van bestuur) op 2 oktober 2006 dat het due diligence proces naar tevredenheid is afgesloten, contrasteert met de inhoud van het due diligence rapport waarin wordt gewezen op gebreken in het risicobeheer en de compliance; 2) op basis van de notulen van de raad van commissarissen van 8 oktober 2006 niet duidelijk is in welke mate de raad van commissarissen zich een beeld heeft gevormd van de risico’s verbonden aan acquisitie van Property Finance voordat daarmee werd ingestemd. 7.6 Over het tweede punt hebben onderzoekers geconcludeerd dat kanttekeningen kunnen worden geplaatst bij de vraag of de raad van commissarissen voldoende is voorgelicht over de risico’s die in de diverse due diligence rapporten naar voren zijn gekomen en zich een volledig beeld heeft kunnen vormen van de risico’s verbonden aan de acquisitie van Property Finance voorafgaand aan de beslissing tot overname, maar tevens dat de commissarissen op basis van de aan hen verstrekte informatie ervan uit mochten gaan dat er uit de due diligence geen issues naar voren kwamen die niet werden geadresseerd. 7.7 VEB c.s. hebben niet verzocht om vast te stellen dat op dit punt sprake is geweest van wanbeleid. De Ondernemingskamer laat dit onderwerp daarom verder rusten en zal ook het betoog van SNS Reaal c.s., dat de commissarissen in een eerder stadium wel degelijk over de risico’s waren geïnformeerd, verder onbesproken laten. 7.8 Het onderzoeksverslag bevat over het eerste punt een uiteenzetting van de feitelijke gang van zaken aan de hand van de inhoud van de due diligence rapporten van Deloitte, KPMG en Houthoff Buruma, een management letter van Ernst & Young, een rapport van JP Morgan en de notulen van vergaderingen van de raad van bestuur en de raad van commissarissen. Daarna volgen (onder meer) de volgende passages: “8.1.31 Op grond van het bovenstaande constateren onderzoekers het volgende: a. in de notulen van de vergaderingen van de Raad van Bestuur van juli, augustus, september en oktober 2006 wordt niets over risico’s aangaande een eventuele aankoop van BPF [Ondernemingskamer: Property Finance] vermeld, behalve in de vergadering van 2 oktober 2006 zoals hierboven aangegeven; b. het J.P. Morgan rapport van 28 juli was nogal wervend, het kan echter niet als een louter due diligence rapport worden gekenschetst, maar meer als een samenvattend financieel rapport van een investment banker die als adviseur optrad voor SNS Reaal, en daarbij een succesfee had bedongen ingeval van een succesvolle acquisitie van BPF; c. hoewel de KPMG rapporten van 1 en 8 augustus geen risico’s van belang meldden, lag dit anders bij het KPMG tax rapport van 25 augustus 2006, het aanvullend KPMG rapport van 28 augustus 2006 en het Houthoff Buruma rapport van 29 september 2006; d. van de Raad van Bestuur vergadering van 2 oktober 2006 wordt (samenvattend) genotuleerd dat de due diligence naar tevredenheid is afgesloten en dat het bouwwerk voor risicomanagement op orde is. 8.1.32 Met de opsomming van enerzijds de risico’s waarop gedurende de due diligence fase is gewezen en anderzijds wat daarover is genotuleerd, lijkt de conclusie gerechtvaardigd dat de betrokken risico’s óf niet als zodanig werden gezien (geen rekenschap van gegeven), óf als zodanig ondergeschikt c.q. onvoldoende materieel gezien dat het niet nodig was om deze tijdens Raad van Bestuur en Raad van Commissarissen vergaderingen te bespreken, dan wel te notuleren. Dat geldt uiteraard niet voor de risico’s waarover wél is genotuleerd en ook hebben geleid tot daarop toegesneden contractuele bepalingen zoals het niet “meenemen” van bepaalde klanten en de mogelijkheid om voor een jaar de zekerhedendocumentatie te mogen toetsen (…). Na bestudering van zowel de vendor- als de buyers due diligence rapporten, afgezet tegen wat daarover is genotuleerd, is het voor onderzoekers niet begrijpelijk hoe de Raad van Bestuur op 2 oktober 2006 tot de conclusie heeft kunnen komen dat de due diligence naar tevredenheid is afgesloten en dat het bouwwerk voor risicomanagement op orde is.” 7.9 Na citaten uit interviews met betrokken bestuurders en commissarissen vervolgt het onderzoeksverslag: “8.1.41 Anders dan uit de notulen blijkt, komt uit de afgelegde verklaringen het beeld naar voren dat de Raad van Bestuur zich wél rekenschap heeft gegeven van de voorafgaand aan de overname BPF geïdentificeerde en aan hen gerapporteerde risico’s, maar deze risico’s (voorzover deze niet zijn geadresseerd in de koopovereenkomst) niet als red flags heeft gezien en er op vertrouwde dat de gerapporteerde risico’s zouden worden geadresseerd na de overname. In dat kader heeft er in juni 2007 ook een zogenaamde entry audit plaatsgevonden na de overname met als scope: - “Deze audit is gericht op het verkrijgen van inzicht in de risicofactoren van SNS PF en de wijze waarop management deze risico’s beheerst - Uitgangspunt van de audit zijn de risico’s zoals die zijn opgesomd in het KPMG due diligence rapport van medio 2006 - Daarnaast is beoordeeld of er risico’s zijn die niet zijn meegenomen in het due diligence onderzoek - Op basis van de ontvlechting uit de voormalige Bouwfonds organisatie en invlechting bij SNS Bank is eveneens beoordeeld of er nieuwe risico’s zijn bijgekomen in de periode december 2006 tot juni 2007” en met als Executive Summary: “In juni 2007 is een entry audit uitgevoerd, gericht op het verkrijgen van inzicht in de risicofactoren van SNS PF en de wijze waarop management deze risico’s beheerst. Uitgangspunt voor de audit zijn de issues uit het due diligence rapport van KPMG van 2006. Daarnaast is beoordeeld of er nieuwe risico’s zijn bijgekomen. Wij hebben geconstateerd dat aan de meeste issues uit het due diligence rapport adequaat follow up is gegeven. (...) Overigens hebben wij geen issues vastgesteld die tijdens de due diligence periode aanwezig waren en niet benoemd zijn in het due diligence rapport.” 7.10 Aan de onder 8.1.41 van het onderzoeksverslag weergegeven conclusie van onderzoekers kleeft volgens VEB c.s. een aantal manco’s. Zo zouden alleen de risico’s ten aanzien van de risicobeheersing van Property Finance in aanmerking zijn genomen. Verder vinden zij het bezwaarlijk dat de conclusie van onderzoekers alleen is gebaseerd op verklaringen van de bestuurders, omdat die erop uit zouden zijn zaken gunstig voor te stellen. 7.11 SNS Reaal c.s. hebben erop gewezen dat ook andere risico’s door onderzoekers in aanmerking zijn genomen, maar dat onderzoekers daarvoor aansluiten bij de bevindingen uit de due diligence rapporten. Dat laatste weerlegt bovendien het feit dat de conclusies uitsluitend op de interviews met betrokkenen zouden zijn gebaseerd. 7.12 De Ondernemingskamer verwerpt de bezwaren van VEB c.s. op dit onderdeel. Onderzoekers hebben hun conclusies zowel gebaseerd op contemporaine documenten, als op interviews met betrokkenen. Op grond daarvan hebben zij de gestelde vraag op inzichtelijke en begrijpelijke wijze beantwoord. Onderzoekers concluderen - kort gezegd - dat uit de onderzochte stukken, in samenhang met de verklaringen van de bestuurders, volgt dat de raad van bestuur zich wel degelijk rekenschap heeft gegeven van de voorafgaand aan de overname geïdentificeerde risico’s, waaronder de genoemde gebreken in het risicobeheer en de compliance, maar dat zij deze niet als voldoende zwaarwegend hebben gezien, dan wel ervan uit zijn gegaan dat deze in de koopovereenkomst of na de overname voldoende geadresseerd zouden kunnen worden. Dat de verschillende interviews daarbij blijk geven van opvattingen waaruit volgens VEB c.s. volgt dat de betreffende bestuurders onvoldoende begrip hebben van de materie, of risico’s ten onrechte als onvoldoende zwaarwegend hebben aangemerkt, laat onverlet dat de bestuurders zich van die risico’s wel rekenschap hebben gegeven. 7.13 Anders dan VEB c.s. betogen zien de conclusies van onderzoekers niet alleen op de risicobeheersing bij Property Finance, maar betreft het alle voorafgaand aan de overname geïdentificeerde risico’s zoals die blijken uit de due diligence onderzoeken. Dat onderzoekers niet ook zijn ingegaan op andere risico’s die het bestuur volgens VEB c.s. kende of had moeten kennen is geen manco van het onderzoek, maar een gevolg van de beperkte onderzoeksopdracht op dit punt. Het onderzoeksverslag bevat in zoverre geen omissies. De Ondernemingskamer stelt vast dat aldus uit het onderzoeksverslag genoegzaam blijkt dat de raad van bestuur zich rekenschap heeft gegeven van de voorafgaand aan de overname van Property Finance geïdentificeerde risico’s. Dat VEB c.s. menen dat de raad van bestuur die risico’s onjuist heeft ingeschat en op basis daarvan een verkeerde beslissing is genomen blijft hier verder buiten beschouwing, nu de Ondernemingskamer in de eerstefasebeschikking al heeft geoordeeld dat de beslissing tot overname van Property Finance op zichzelf geen grond oplevert voor het gelasten van een onderzoek. 8Beoordeling: beleid vanaf de acquisitie van Property Finance 8.1 In rov. 3.31-3.68 van de eerstefasebeschikking heeft de Ondernemingskamer het beleid van SNS Reaal c.s. vanaf de acquisitie van Property Finance besproken. Op basis daarvan heeft de Ondernemingskamer in rov. 3.133 (onder b, c, d en
- e)van de eerstefasebeschikking vier onderwerpen van onderzoek geformuleerd (zie 3.3): De vraag of de door SNS Reaal c.s. vanaf de overname tot en met 2008 nagestreefde en gerealiseerde groei van Property Finance gepaard is gegaan met een voldoende zorgvuldige beoordeling van de kredietaanvragen. De Ondernemingskamer gaf onderzoekers daarbij in overweging steekproefsgewijs onderzoek te doen naar het kredietverleningsproces (rov. 3.42 eerstefasebeschikking); de mate waarin de administratie en het risicobeheer van Property Finance ten tijde van de acquisitie en nadien tekortschoot, de mate waarin SNS Reaal c.s. zich daarvan bewust waren en de wijze waarop SNS Reaal c.s. hebben gereageerd op geconstateerde tekortkomingen; de vraag of SNS Reaal c.s. tijdig hebben gereageerd op de verslechtering van de onroerend goed markten, zowel met betrekking tot het beheer van de bestaande projecten van Property Finance als met betrekking tot de aanpassing van de (groei)strategie van Property Finance en welke besluitvorming in dat verband heeft plaatsgevonden; de mate waarin SNS Reaal c.s. inzicht hadden in de aan Property Finance verbonden risico’s en de consequenties van de risico’s voor de continuïteit van het concern als geheel. ad 1. beoordeling kredietaanvragen 8.2 Onderzoekers hebben in het onderzoeksverslag allereerst drie deelvragen beantwoord die de Ondernemingskamer in de eerstefasebeschikking had gesteld over de beoordeling door Property Finance van kredietaanvragen. Verder hebben zij, zoals gesuggereerd door de Ondernemingskamer, steekproefsgewijs onderzoek gedaan naar de verstrekte kredieten, aan de hand van de indertijd bestaande fiatteringscriteria. 8.3 De eerste deelvraag betrof het onder 2.30 genoemde memo van Risk Management van Property Finance van 28 april 2008 (dat kennelijk is opgevolgd door een inhoudelijk gelijkluidend, niet aan de Ondernemingskamer overgelegd, memo van 13 mei 2008). In dat memo staat onder meer dat in de periode vanaf 21 november 2007 tot en met 31 maart 2008 58% van de verstrekte kredieten is verleend terwijl niet werd voldaan aan de fiatteringsnormen van Property Finance en dat deze overschrijding met name plaatsvindt in een overschrijding van de LTV/LTC. Het memo bevat daarnaast een voorstel voor aangescherpte bevoorschottingspercentages voor project- en handelsfinanciering. De Ondernemingskamer had opgemerkt (rov. 3.40 eerstefasebeschikking) dat onduidelijk is tot welke besluitvorming die bevindingen hebben geleid. Onderzoekers stellen vast dat het memo niet veel impact lijkt te hebben gemaakt (8.2.5 onderzoeksverslag), met name omdat de in de nota vermelde bevoorschottingspercentages, hoewel de markt al was gekanteld, tot april 2009 vrijwel ongewijzigd zijn gebleven. 8.4 De tweede deelvraag betrof de onder 3.42 van de eerstefasebeschikking beschreven (onduidelijkheid over
- de)deelname van [U] aan vergaderingen van de Krediet Commissie van Property Finance. Naar aanleiding van de bevindingen van onderzoekers hebben VEB c.s. hierover geen klacht geformuleerd. De Ondernemingskamer laat dit punt daarom verder rusten. 8.5 De derde deelvraag betrof de (ook onder rov. 3.42 van de eerstefasebeschikking) door de Ondernemingskamer opgeworpen vraag naar de onafhankelijkheid van de in de business units van Property Finance geplaatste risk managers van Property Finance. In dit verband wordt verwezen naar 14.8 e.v. waar deze zelfde kwestie in een ander verband aan de orde wordt gesteld. De conclusie van onderzoekers luidt (8.10.33 onderzoeksverslag) dat Risk Management van Property Finance niet onafhankelijk van de commerciële activiteiten van Property Finance was georganiseerd, maar dat dit wel het geval was voor de Krediet Commissie die over de te verstrekken kredieten vanaf 25 miljoen euro diende te beslissen. Bij dat laatste wordt aangetekend dat de risicoanalyse bij de voorstellen voor de Krediet Commissie werd aangeleverd door het niet onafhankelijk georganiseerde Risk Management. 8.6 Het steekproefsgewijze onderzoek vond plaats naar 29 van de grootste relaties van Property Finance waarvan in totaal 117 kredieten in de periode december 2006 – eind 2008 zijn bekeken. De onderzochte kredieten maakten 59,6% uit van de toename van het obligo (het totaal van de getrokken en ongetrokken leningbedragen) in die periode en 37,5 % van de totale leningenportefeuille. Onderzocht zijn de kredietaanvragen, Risk Memo’s en Krediet Commissie notulen. Een (251 pagina’s tellend) verslag van het onderzoek is als bijlage 2 aan het onderzoeksverslag gehecht. 8.7 In verband met de vraag naar de kredietverstrekking zijn verder de volgende stukken aan onderzoekers verstrekt: a. Fiatmatrix SNS Property Finance, geldend vanaf 1 december 2006; b. Fiatnota SNS Property Finance, geldend vanaf 1 december 2006; c. Risk Management Governance SNS Property Finance, geldend vanaf 1 december 2006; d. Fiatnota SNS Property Finance, november 2007; e. Fiatmatrix SNS Property Finance, geldend vanaf november 2007; f. Een ongedateerde Process & Procedures Manual SNS Property Finance; g. Beleidsdocument Kredietrisico SNS Property Finance, februari 2008; h. Fiatnota SNS Property Finance 2 april 2009; i. Zogenaamde “Rili’s” (nadere richtlijnen). 8.8 Het onderzoek vond plaats aan de hand van de criteria uit de fiatnota’s, de Rili’s alsmede (aanvullende) criteria die volgens onderzoekers deel uit horen te maken van zorgvuldige kredietverlening (zoals besluitvorming op basis van voldoende feitelijk juiste informatie). In de fiatnota’s waren de acceptatiecriteria (ook wel ‘fiatcriteria’) per business unit en per productvorm opgenomen en deze vormden de grondslag voor de beoordeling van kredietaanvragen. In voorkomende gevallen zijn de criteria nog verder uitgewerkt in ‘Rili’s’, waarin nader afgesproken en gefiatteerd beleid van Property Finance was vastgelegd (zie 6.2.14 en 6.2.15 onderzoeksverslag). 8.9 Het onderzoek laat met betrekking tot de na te melden criteria de volgende uitkomsten zien: - gezonde financiële status van de kredietnemer(
- s)en/of ontwikkelaar(
- s)Onderzoekers hebben geconstateerd dat in een aantal gevallen geen sprake is geweest van een gezonde financiële status van de kredietnemer(
- s)en/of ontwikkelaar(
- s)of dat daar onvoldoende aandacht voor is geweest. Zij geven daarvan zeven voorbeelden (Babylon, Flatbeheer, Kaiserplatz, Lips, Oceanis, PDU, White Estate). De bevindingen van onderzoekers sluiten aan bij de conclusie in het memo van Risk Management van 13 mei 2008 (zie ook 6.2.17 onderzoeksverslag) met als onderwerp “Discussie-stuk inz. aanscherpen fiatbeleid”, waarin onder meer staat “Thans staat in de fiatnota als norm voor de debiteur de volgende passage: ‘De financiële status van de ontwikkelaar(s)/kredietnemer(
- s)moet gezond zijn’. Dit wordt blijkbaar als zeer vrijblijvend ervaren.” - vaststelling maximaal obligo Onderzoekers hebben geconstateerd dat in vijf gevallen (Foruminvest, Lips, Modulus, TCN, Oceanis,) geen opvolging is gegeven aan het verzoek van de Krediet Commissie om een maximum obligo vast te stellen. - kredietbeslissingen op basis van verouderde cijfers Onderzoekers hebben in zes gevallen (Belval, Foruminvest, Lips, Van der Looy, Oceanis, Homburg Inc.) geconstateerd dat beslist is op basis van verouderde cijfers. - ondoorzichtig beeld voor en/of te late informatie-aanlevering aan de Krediet Commissie Onderzoekers maken melding van een aantal gevallen (Flatbeheer, Van der Looy, Schaumann, TCN, Waterford) waarin de informatie ondoorzichtig, onvolledig of onjuist was. - overig Onderzoekers zijn kritisch over twee gevallen waarin (uiteindelijk) geen syndicering plaatsvond en het feit dat maar in twee gevallen überhaupt syndicering plaatsvond, hoewel dat in sommige gevallen wel in de rede had gelegen. Daarnaast vermelden zij nog een aantal bijzondere waarnemingen met betrekking tot Babylon, Belval, Flatbeheer, Foruminvest, Kaiserplatz, Lips, Van der Looy en Oceanis , zoals het goedkeuren van kredieten beneden de vastgelegde rendementsnorm of het goedkeuren van een financiering bij een partij die op een andere lening een betalingsachterstand van 90 dagen heeft. 8.10 Onderzoekers concluderen als volgt. “8.2.50 Bij het doornemen van de kredietvoorstellen, de riskmemo’s en de KC notulen over de periode december 2006 t/m 2008 waaruit in de bijlage ‘Steekproef kredietdossiers’ overvloedig is geciteerd, komt het beeld naar voren dat bij de meeste kredieten in ieder geval niet onzorgvuldig of op onbegrijpelijke wijze tot een beoordeling en fiattering is gekomen, uitgaande van de criteria die indertijd golden, waaronder begrepen het criterium dat er met mitiganten van criteria kon worden afgeweken c.q. er bij een groot aantal participatiefinancieringen op basis van no rules financieringen verstrekt konden worden. Dat waren criteria die zijn meegekomen bij de overname van Property Finance. Criteria die ook zullen hebben bijgedragen aan het succes van Bouwfonds Property Finance tot de overname en van SNS Property Finance tot medio 2008. 8.2.51 Bij een redelijk aantal kredietverleningen kunnen echter weldegelijk vraagtekens gezet worden, zoals ook blijkt uit het commentaar dat onderzoekers hebben gegeven op, en de kanttekeningen die onderzoekers hebben geplaatst bij de onderzochte kredieten. Meest in het oog springend bleek de welwillendheid van Property Finance om direct of indirect kredieten te (blijven) verlene