GERECHTSHOF AMSTERDAM, MEERVOUDIGE STRAFKAMER, RAADKAMER BESCHIKKING in raadkamer op het hoger beroep van de officier van justitie in de zaak van [verdachte01] , geboren te [geboorteplaats01] op [geboortedatum01] 1990, adres: [adres01] , tegen de beschikking van de rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar van 16 november 2022, houdende schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte voornoemd. De feiten en de rechtsgang Het hof heeft kennis genomen van de akte van de griffier van de rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar van 18 november 2022, waarbij door de officier van justitie hoger beroep is ingesteld tegen voormelde beschikking van die rechtbank. Het hof heeft gezien de beschikking waarvan beroep en heeft kennis genomen van de stukken betrekking hebbend op de voorlopige hechtenis van de verdachte en heeft gehoord de advocaat-generaal en de verdachte, bijgestaan door diens raadsman mr. F.D.W. Siccama. De beoordeling Het hof verenigt zich niet met de beschikking waarvan beroep en de gronden waarop deze berust. Met de rechtbank is het hof van oordeel dat de ernstige bezwaren voor alle feiten op de vordering tot inbewaringstelling aanwezig zijn. Het hof acht de recidivegrond aanwezig mede gelet op de verdenking dat de verdachte een rol lijkt te hebben gespeeld bij grootschalige drugshandel, waarbij gebruik wordt gemaakt van crypto telefoons. Een dergelijke handel heeft veelal een financieel lucratief karakter en verondersteld kan dan ook worden — mede gelet op de overige inhoud van het dossier — dat de verdachte hiermede in zijn levensonderhoud voorziet. Voorts heeft het hof acht geslagen op de justitiële documentatie van de verdachte waaruit volgt dat hij in 2015, 2018 en 2021 onherroepelijk is veroordeeld voor delicten uit de Opiumwet, de Wet Wapen en Munitie en witwassen. Bij die stand van zaken is, mede in aanmerking genomen de aard, ernst en omvang van de op de vordering tot inbewaringstelling genoemde feiten, de enkele omstandigheid dat er thans geen zicht is op een inhoudelijke behandeling van zijn strafzaak op korte termijn, mede als gevolg van onderzoekswensen, niet een zo zwaarwegende omstandigheid dat de strafvorderlijke belangen ondergeschikt worden aan de persoonlijke belangen (te weten: de zorg voor zijn moeder en het ondersteunen van de moeder van zijn kind) van de verdachte. Om die reden zal het hof de bestreden beschikking vernietigen en de door de rechtbank bevolen schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte opheffen. De beslissing Het hof: WIJST TOE het beroep tegen de bestreden beschikking. VERNIETIGT de beschikking waarvan beroep. HEFT OP de schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte. Deze beschikking is gegeven op 30 november 2022 in raadkamer van dit hof door mr. J.W.P. van Heusden, voorzitter, mrs. M. Koek en M. van der Horst, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr. B. Berberoglu als griffier. De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van de verdachte. Amsterdam, 30 november 2022, de advocaat-generaal
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.