GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling civiel recht en belastingrecht, team I AOF zaaknummer : 200.319.263/01 SKG zaak-/rolnummer rechtbank Amsterdam: C/13/724257 / KG ZA 22-906 arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 7 december 2022 inzake [appellante] kantoor houdende te [vestigingsplaats] , appellante, advocaat: mr. I. R. Köhne te Voorburg, tegen 1. [geïntimeerde sub 1] ,, wonend te [woonplaats 1] , 2. [geïntimeerde sub 2], wonende te [woonplaats 2] , geïntimeerden, advocaat: mr. H. Loonstein te Amsterdam. 1De zaak in het kort Een oude dame heeft haar testament veranderd en een mantelzorgende buurman tot haar enige erfgenaam benoemd. Twee onterfde familieleden vechten de geldigheid van dat testament aan. Zij vorderen ten behoeve van door hen te leveren bewijs het complete dossier van de notaris. De notaris die op dit moment verantwoordelijk is voor het dossier heeft slechts enige stukken daaruit ter beschikking gesteld en beroept zich voor het overige op haar beroepsgeheim en verschoningsrecht. De voorzieningenrechter heeft bevolen dat zij het hele dossier overlegt. De notaris komt daartegen in dit spoedappel op. 2Het geding in hoger beroep Partijen worden hierna (notaris) [appellante] of de notaris en [geïntimeerde sub 1] c.s. genoemd. De notaris is bij dagvaarding van 21 november 2022 in hoger beroep gekomen van een vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Amsterdam van 17 november 2022, in kort geding onder bovengenoemd zaak-/rolnummer gewezen tussen [geïntimeerde sub 1] c.s. als eisers en de notaris als gedaagde. De appeldagvaarding bevat de grieven. De rolraadsheer heeft, naar aanleiding van het bericht dat een tweede kort geding zou worden gevoerd, behandeling als zogenoemd turbospoedappel toegestaan. [geïntimeerde sub 1] c.s. hebben daarna een memorie van antwoord, met producties, ingediend. Partijen hebben de zaak ter zitting van 1 december 2022 doen bepleiten door hun voormelde advocaten, ieder aan de hand van pleitnotities die zijn overgelegd. [geïntimeerde sub 1] c.s. hebben nog producties in het geding gebracht. Ten slotte is arrest gevraagd en bepaald op heden. De notaris heeft geconcludeerd dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen en alsnog de vordering zal afwijzen, met beslissing over de proceskosten. [geïntimeerde sub 1] c.s. hebben geconcludeerd tot bekrachtiging, met beslissing over de proceskosten. 3Feiten De voorzieningenrechter heeft in het vonnis onder 2 de feiten opgesomd die hij bij de beoordeling van de zaak tot uitgangspunt heeft genomen. Deze feiten zijn niet in geschil en dienen derhalve ook het hof als uitgangspunt. Samengevat en waar nodig aangevuld met andere feiten die volgen uit niet weersproken stellingen van partijen dan wel de niet (voldoende) bestreden inhoud van producties waarnaar zij ter staving van hun stellingen verwijzen, komen de feiten neer op het volgende. 3.1. De tante van [geïntimeerde sub 1] c.s., [erflaatsters] , hierna erflaatster genoemd, is nooit getrouwd geweest en had geen kinderen. Zij heeft tot vier keer toe een testament laten opmaken. In haar testamenten van 1976, 1984 en 1998 (waarover [geïntimeerde sub 1] c.s. de beschikking hebben gekregen na een daartoe strekkend vonnis) had zij telkens — kort gezegd — haar moeder en/of haar jongere broer [geïntimeerde sub 1] en/of diens kinderen ( [geïntimeerde sub 1] c.s.) tot haar enige erfgenamen benoemd. 3.2. Op 27 oktober 2017 heeft erflaatster haar testament voor de laatste keer gewijzigd. Zij heeft in dat testament haar eerdere wilsbeschikkingen herroepen en haar buurman en mantelzorger [A] (hierna: [A] ) als enig erfgenaam en executeur benoemd. 3.3. [A] houdt zich blijkens het handelsregister sinds 11 januari 2016 bezig met welzijnswerk voor ouderen, vanuit zijn eenmanszaak [eenmanszaak] . 3.4. In het testament van 2017 staat als notaris vermeld mr. [B] , kandidaat-notaris, als waarnemer van notaris mr. [C] (hierna: [C] ). In december 2017 kwam aan het licht dat [C] derdengelden van cliënten had verduisterd en stukken had vervalst om dat te verhullen. Hij is toen meteen geschorst en in 2018 uit het ambt ontzet. In 2020 is hij vanwege deze feiten veroordeeld tot twee jaar gevangenisstraf en een beroepsverbod van vijf jaar. [C] had ook andere notariële gedragsregels geschonden. Het kantoor van [C] bestaat niet meer. 3.5. Bij beschikking van 28 mei 2019 zijn een bewindvoerder en een mentor benoemd voor erflaatster. Anders dan verzocht heeft de kantonrechter daarbij niet [A] maar een professionele bewindvoerder benoemd. 3.6. Op 15 januari 2021 is erflaatster op 88-jarige leeftijd overleden. Haar moeder en jongere broer waren al eerder overleden. 3.7. In de eerste helft van 2021 heeft de kantonrechter op verzoek van [geïntimeerde sub 1] c.s. [A] geschorst, en later ontslagen, als executeur testamentair, en de woning van erflaatster verzegeld. De kantonrechter was van oordeel dat het bewindsdossier van erflaatster aanleiding gaf om te twijfelen aan de intenties van [A] en de geldigheid van het testament en zijn benoeming als erfgenaam. 3.8. In augustus 2021 heeft [D ] ) op haar website een artikel gepubliceerd onder de kop "Erfenis dementerende ouderen is makkelijke prooi voor mantelzorgers". In dat artikel wordt onder meer ingegaan op de contacten van [A] en erflaatster (onder andere namen). In het artikel schrijft [D ] dat zij heeft ontdekt dat [A] ook een aanzienlijk deel van de erfenis van een andere buurvrouw heeft ontvangen. In het artikel staat dat [A] tegenover [D ] heeft verklaard erbij te zijn geweest toen de notaris bij erflaatster langs kwam, omdat ze slechthorend was. 3.9. [geïntimeerde sub 1] c.s. zijn een bodemprocedure tegen [A] gestart. Inzet van die procedure is onder meer nietigverklaring van het in 2017 opgemaakte testament, op de grond dat erflaatster ten tijde van het opmaken van dat testament niet meer wilsbekwaam was als gevolg van een geestelijke stoornis. In die procedure is op 11 mei 2022 een tussenvonnis gewezen, waarin aan [geïntimeerde sub 1] c.s. is opgedragen te bewijzen dat erflaatster op 27 oktober 2017 vanwege een geestelijke stoornis niet in staat was tot een redelijke waardering van haar belangen bij het aanpassen van haar testament. 3.10. De huisartsenpraktijk waar erflaatster in haar laatste levensfase patiënt was, heeft in september 2021 op last van de voorzieningenrechter het medische dossier van erflaatster over de jaren 2015 tot en met 2018 aan [geïntimeerde sub 1] c.s. afgegeven. 3.11. Op 21 september 2022 is prof. [E] , [E] ouderengeneeskunde, door de bodemrechter als deskundige gehoord. In het proces- verbaal van dat verhoor staat onder meer het volgende: Het dossier van mevrouw is zeer gebrekkig, zowel bij de huisarts als de POH. Dat heeft te maken met de gezondheidssituatie van mevrouw. Zij was echt een zorgmijder. (…) In juni van het jaar dat zij haar testament wijzigde is zij opgenomen in de Amstelring. De gegevens uit Amstelring heb ik gezien. Dat zijn de meest contemporaine gegevens gelet op de datum van het testament. Tijdens die opname is regelmatig twijfel geuit aan de wisbekwaamheid van mevrouw. Dat had vooral te maken met medicatieweigering, behandelweigering, gebrek aan inzicht in de ernst van haar eigen gezondheidssituatie. (...) Mevrouw is nog een keer opgenomen geweest, in Slotervaart, begin 2018. De gegevens die ik daarvan heb gezien komen overeen met die van Amstelring. In die periode was bij mevrouw geen sprake van dementie. Mevrouw heeft wel een psychiatrisch ziektebeeld en een persoonlijkheidsstoornis. Dat staat [er] niet met zoveel woorden, maar dat leid ik of uit het patroon van haar gedrag dat een constante is over de jaren heen. (…) Er is niet langjarig behandelcontact geweest waaruit een diagnose onderbouwd had kunnen worden. Mevrouw verbrak altijd het contact met hulpverleners.(…) Omdat de diagnostiek beperkt is geweest denk ik dat en schizotypische persoonlijkheid het waarschijnlijkst is. De achterdocht past daarbij. En het verbreken van de contacten ook. Iemand met een persoonlijkheidsstoornis kan op depressieve op psychotische episodes hebben. Bij mevrouw is in 2010 een waanstoornis vastgesteld. Dat wil niet zeggen dat er permanent een waanstoornis aanwezig was. Of haar wel steeds aanwezige achterdocht voortkwam uit een waanstoornis, kan ik niet zeggen. De achterdocht is kenmerk van de schizotypische en de paranoide persoonlijkheid. Ben je met zo'n stoornis in staat om je wil te bepalen ter zake een nalatenschap? lk twijfel daaraan. Achterdocht is geen goede raadgever. Achterdocht brengt je altijd in problemen en maakt dat je moeilijk in staat bent om een beslissing te maken over het opmaken van je testament. (…) Als je kijkt naar wilsbekwaamheid ter zake een testament kijk je ook of de mensen vrij plotseling afwijken van een in het verleden gehuldigd waardepatroon, zonder duidelijke motivatie. Als ik die notaris was geweest, had ik daar natuurlijk een vraag over gehad. (...) Als ik notaris was zou het voor mij een alarmsignaal zijn aangaande de wilsbekwaamheid als in een testament wettelijk erfgenamen zouden worden vervangen door een derde en al helemaal als die persoon van die derde afhankelijk zou zijn. Heeft u aanleiding om te denken dat mevrouw in dit geval afhankelijk was? Ja, als ik zo teruglees in het dossier, heb ik de indruk dat zij afhankelijk was van [A] . Met afhankelijk bedoel ik hier undue influence, ongepaste beïnvloeding. Daar moet je altijd op bedacht zijn als mensen mentaal kwetsbaar zijn. voor ons als hulpverlener is het belangrijk om grenzen in acht te nemen als patiënten van ons afhankelijk zijn. Dat geldt ook in dit soort kwesties. lk wil benadrukken dat ik niet zeg dat er in dit geval sprake was van ongepaste beinvloeding, wel dat er aanleiding was om daarop bedacht te zijn. (...) 3.12. Op 14 september 2022 is K.J. van den Wijngaard als getuige gehoord. Hij heeft kort samengevat onder meer verklaard dat de eerste keer dat hij erflaatster sprak in het kader van de wijziging van het testament “in een verzorgingstehuis ofzo” was, dat hij niet had begrepen dat dat een psychiatrische afdeling was, dat hij de conceptwilsbeschikking heeft opgesteld, dat hij dat vaker deed, en dat erflaatster warrig was en steeds teruggreep naar personen die zij verwijten maakte en dat hij daarom aarzelingen had over haar wilsbekwaamheid, maar dat dat niet aan hem was. Hij heeft een groot aantal stukken aan de advocaat van [geïntimeerde sub 1] c.s. toegestuurd. 3.13. Op 21 september 2022 is [F] als getuige gehoord. Hij heeft kort samengevat onder meer verklaard dat hij erflaatster in haar woning heeft gesproken over de uitvaart, dat hij een deel van de benodigde informatie van [A] had gekregen, dat [A] bij dat gesprek aanwezig was maar op afstand bleef en dat het huis en ook erflaatster zelf een onverzorgde indruk maakten. 3.14. Op 23 september 2022 en wederom op 21 november 2022 is [A] als getuige gehoord. Hij heeft kort samengevat onder meer verklaard dat enige opmerkingen die hij ter comparitie heeft gemaakt niet kloppen, dat erflaatster geen internet had, dat hij samen met haar een bankrekening had waarover hij via internetbankieren kon beschikken, dat hij door nog een andere oude dame als erfgenaam is aangewezen, dat hij niet het idee had dat erflaatster psychotisch was, dat zij al langer haar testament wilde veranderen en dat hij niet de handtekening onder het testament heeft geplaatst. Zijn eigen telefoonnummer herkent hij aanvankelijk niet en op een aantal vragen kan hij geen antwoord geven. 3.15. Oud kandidaat-notaris Weijman is op 21 november 2022 als getuige gehoord. Hij heeft zich bij een aantal vragen op zijn verschoningsrecht beroepen en voor het overige, kort samengevat, verklaard het dossier te hebben ingezien en zich het gezicht van erflaatster te kunnen herinneren. Hij weet dat hij bij haar in de woning is geweest. Hij heeft verklaard dat hij materieel de stappen van het Stappenplan Beoordeling Wilsbekwaamheid heeft doorlopen en dat hij, als hij aarzeling had gehad over haar wilsbekwaamheid, de akte niet gepasseerd zou hebben. Hij kon zich niet herinneren of hij haar het testament heeft zien tekenen. 3.16. [geïntimeerde sub 1] c.s. hebben door het Nationaal Forensisch Onderzoeksbureau (NFO) een schriftkundig onderzoek laten uitvoeren naar de echtheid van de handtekening van erflaatster onder het bestreden testament. Het NFO heeft, op basis van de kopie die ter beschikking was gesteld, geconcludeerd dat de kans dat de handtekening niet die van erflaatster is vele malen groter is dan de kans dat het een echte handtekening betreft. Daarbij is vermeld dat onderzoek van het originele testament, met de originele handtekening, meer duidelijkheid kan verschaffen. 3.17. Notaris [appellante] is door de voorzitter van de Kamer voor het Notariaat benoemd tot waarnemer van het protocol van [C] . In die hoedanigheid heeft zij sindsdien de beschikking over het dossier van erflaatster. 3.18. Op 23 september 2022 is notaris [appellante] gehoord als getuige. Zij heeft een aantal vragen beantwoord, onder meer over de inhoud van het dossier van erflaatster. Zij heeft verklaard in het dossier geen Stappenplan Beoordeling Wilsbekwaamheid te hebben aangetroffen. 3.19. Notaris [appellante] heeft niet voldaan aan het verzoek van eisers om het hele dossier aan hen af te geven. Wel heeft zij, na afstemming met (de advocaat van) [A] , aan [geïntimeerde sub 1] c.s. de informatie verstrekt die volgens haar niet onder haar geheimhoudingsplicht valt. Het gaat om de hierna opgesomde stukken/informatie, die gedeeltelijk onleesbaar zijn/is gemaakt door notaris [appellante] vanwege haar geheimhoudingsplicht: een bevestiging van inschrijving van het testament in het Centraal Testamentenregister; het testament; de uitdraai uit de agenda van oud-notaris [C] tot het passeren van het testament; een brief van [G] (medewerkster van het kantoor; hierna: [G] ) aan erflaatster van 19 oktober 2017 met een bevestiging van de passeerafspraak en als bijlagen het testament in concept en een declaratie; een e-mail van [G] aan [A] van 19 oktober 2017 met als bijlage het testament in concept en een declaratie. In de e-mail staat onder meer het volgende: Zoals besproken treft u bijgaand de correspondentie die ik vandaag per post naar mw. [geïntimeerde sub 1] c.s. heb verzonden. het testament in concept; en een declaratie (...). Op de uitdraai van deze e-mail staat de handgeschreven aantekening tel contact 25 10 17 akte = ok; een kopie van de identiteitskaart van erflaatster met daarop (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.