afdeling strafrecht parketnummer: 23-000494-20 datum uitspraak: 13 december 2022 TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman) Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam van 12 februari 2020 in de strafzaak onder parketnummer 96-008269-18 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1976, thans uit anderen hoofde gedetineerd in P.I. Ter Apel, te Ter Apel. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 29 november 2022. De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsman naar voren heeft gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd dat: hij, op of omstreeks 19 december 2017, te Amsterdam, niet (op eerste vordering) heeft voldaan aan de verplichting om een identiteitsbewijs ter inzage aan te bieden, hem opgelegd krachtens de Wet op de identificatieplicht en/of het Wetboek van Strafvordering en/of het Wetboek van Strafrecht. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 395a van het Wetboek van Strafvordering. Vordering van het openbaar ministerie De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte schuldig zal worden verklaard zonder oplegging van straf of maatregel. Vrijspraak De raadsman heeft bepleit dat de verdachte zal worden vrijgesproken, nu niet blijkt op welke wijze de verdachte heeft geweigerd om op eerste vordering zijn identiteitsbewijs ter inzage aan te bieden. Dit terwijl zijn identiteit blijkens het proces-verbaal is vastgesteld aan de hand van zijn paspoort. Het hof acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte is tenlastegelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken. In het proces-verbaal staat enkel dat – naar aanleiding van een verdenking van doelloos ophouden – de verdachte is gevorderd een geldig identiteitsbewijs te overhandigen, dat verdachte dit niet kon of wilde overhandigen en dat na onderzoek de identiteit van de verdachte is vastgesteld aan de hand van zijn paspoort. De feitelijke gang van zaken is, mede gelet op hetgeen door de raadsman hieromtrent naar voren is gebracht, onvoldoende concreet beschreven om tot een bewezenverklaring te komen. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij. Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. C.N. Dalebout, mr. M.L.M. van der Voet en mr. N.E. Kwak, in tegenwoordigheid van mr. S. Pesch, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 13 december 2022.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.