afdeling strafrecht parketnummer: 23-001457-22 datum uitspraak: 22 december 2022 TEGENSPRAAK Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam van 18 mei 2022 in de strafzaak onder parketnummer 13-285601-21 tegen [verdachte01] , geboren te [geboorteplaats01] op [geboortedatum01] 2003, adres: [adres01] . Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 8 december
(1)persoon contant geld aan de verdachte overhandigde, waarna hij dit in zijn jaszak stopte. Ambtshalve zijn wij er mee bekend dat er voor de verkoop van lachgas op de openbare weg in het geheel geen vergunningen zijn afgegeven. Op aanwijzen hielden collega’s op het Leidseplein vervolgens aan: [verdachte01] , geboren op [geboortedatum01] 2003 in [geboorteplaats01] . Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het bewezenverklaarde levert op: overtreding van het bepaalde in artikel 2.7, tweede lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening Amsterdam 2008 Strafbaarheid van de verdachte De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het bewezenverklaarde uitsluit. Oplegging van straf De kantonrechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een geldboete van € 390,00 subsidiair 7 dagen jeugddetentie, waarvan € 240,00 subsidiair 4 dagen jeugddetentie voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren. De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een geldboete van € 195,00 subsidiair 3 dagen jeugddetentie. De raadsman heeft het hof ter terechtzitting in hoger beroep verzocht te volstaan met het uitspreken van een schuldigverklaring zonder oplegging van een straf of maatregel, subsidiair te volstaan met een grotendeels voorwaardelijke straf, mede gelet op de overschrijding van de redelijke termijn in eerste aanleg. Daarnaast heeft de raadsman erop gewezen dat een bekende van de verdachte op diezelfde dag is aangehouden, ook wegens verdenking van verkoop van lachgasballonnen. Deze bekende heeft een strafbeschikking gekregen voor het bedrag van € 195,
- Ook deze bekende is minderjarig. Een aanzienlijk lager boetebedrag dan het bedrag van de strafbeschikking dient dan ook als uitgangspunt te gelden. Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon en de draagkracht van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen. De verdachte heeft zich opgehouden op het Leidseplein om ballonnen, gevuld met lachgas, te verkopen. Door zo te handelen heeft de verdachte overlast en hinder veroorzaakt. Daarbij neemt het hof in aanmerking dat de (ver)koop van lachgasballonen regelmatig gepaard gaat met hinder als gevolg van het samenscholen van kopers en geluidsoverlast alsmede vervuiling van de directe omgeving door lege ballonnen en patronen. Het hof heeft kennis genomen van een op naam van de verdachte staand uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 1 december 2022 waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder voor een soortgelijk feit is veroordeeld. Het hof acht in beginsel de bij strafbeschikking aan de verdachte opgelegde boete van € 390,00 een passende straf waarbij het hof heeft betrokken dat de verdachte ten tijde van het strafbare feit weliswaar minderjarig maar wel reeds enkele maanden 16 jaar was. Het hof heeft hiervoor aansluiting gezocht bij de methodiek wat volgens de Richtlijn voor Strafvordering feitgecodeerde misdrijven en overtredingen gold voor minderjarigen, te weten dat ten aanzien van minderjarigen van 12 tot 16 jaar de vastgestelde tarieven werden gehalveerd en voor minderjarigen van 16 tot 18 jaar in beginsel dezelfde tarieven golden als voor volwassenen. Dat de verdachte een strafbeschikking heeft ontvangen voor het bedrag van € 390,00 is op grond hiervan verklaarbaar. Het hof neemt dit boetebedrag daarom ook als uitgangspunt. In het voordeel van de verdachte houdt het hof rekening met de overschrijding van de redelijke termijn van de procedure in eerste aanleg. De verdachte is op 5 januari 2020 aangehouden, waarna eerst op 28 oktober 2021 aan hem een strafbeschikking is verzonden. Nadat de verdachte verzet had ingesteld heeft de kantonrechter hem op 18 mei 2022 veroordeeld voor het hem ten laste gelegde feit; ruim 28 maanden na zijn aanhouding. Er is dan ook sprake van een overschrijding van de redelijke termijn in eerste aanleg. Op 29 mei 2022 is namens de verdachte hoger beroep ingesteld en heden doet het hof uitspraak. De voortvarende aanpak in hoger beroep disculpeert de overschrijding van de redelijke termijn in eerste aanleg niet. Het hof ziet dan ook aanleiding de overschrijding van de redelijke termijn te verdisconteren in de op te leggen straf door deze te matigen. Voor een voorwaardelijk strafdeel ziet het hof gelet op het tijdverloop geen aanleiding. Het hof acht, alles afwegende, een geldboete van na te melden hoogte passend en geboden. Toepasselijke wettelijke voorschriften De op te leggen straf is gegrond op artikelen 2.7 lid 2 en 6.1 van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008 Amsterdam en de artikelen 77a, 77g en 77l van het Wetboek van Strafrecht. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan. Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij. Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar. Vernietigt de eerder uitgevaardigde strafbeschikking d.d. 28 oktober 2021 onder CJIB nummer [nummer01] . Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 150,00 (honderdvijftig euro) , bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 3 (drie) dagen jeugddetentie . Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.L. Leenaers, mr. A.M.P. Geelhoed en mr. A.M.A. Keulen, in tegenwoordigheid van mr. A.M. van Tilburg, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 22 december
- De jongste raadsheer is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen. ========================================================================= […]