GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling civiel recht en belastingrecht, team I zaaknummer : 200.280.888/01 zaak- en rolnummer rechtbank Amsterdam : C/13/667474/ HA ZA 19-610 arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 27 december 2022 inzake 1 [appellant 1] ,
- [appellant 2],
- [appellant 3],
- [appellant 4], als wettelijk vertegenwoordiger van a. [appellant 4a] , b. [appellant 4b] , allen wonende te [woonplaats] , appellanten in de hoofdzaak, verweerders in het incident, thans zonder advocaat, tegen: 1FONDAZIONE AUTONOMA PER LO STUDIO DELL’ORIENTE, gevestigd te Vaduz (Liechtenstein), geïntimeerde in de hoofdzaak, eiseres in het incident, advocaat: mr. N.J. Meuwese te ’s-Hertogenbosch,
- CANAL VIEW B.V.,
- ACC DUTCH PROPERTY FUND I B.V., beide gevestigd te Amsterdam, geïntimeerden in de hoofdzaak, eiseressen in het incident, advocaat: mr. C.C.M. van Gisbergen te Amsterdam. 1Het verdere verloop van het geding in hoger beroep 1.
- Het hof verwijst naar zijn tussenarrest van 7 juni
- Het hof blijft bij hetgeen in dat tussenarrest is overwogen en beslist. 1.
- Het hof heeft de zaak verwezen naar de rol voor een akte van [appellanten] , waarin zij (kort gezegd) hun stelling dat [appellant 1] , [appellant 2] , [appellant 3] en [appellant 4b] domicilie hebben in Japan, en dat [appellant 4a] thans in Italië woont onder overlegging van bewijsstukken van een (voldoende) onderbouwing dienden te voorzien. Tevens dienden [appellant 1] , [appellant 2] , [appellant 3] en [appellant 4b] zich uit te laten over de vraag of zij de Nederlandse en/of Japanse nationaliteit hebben, eveneens onder overlegging van bewijsstukken. 1.
- Na het tussenarrest heeft de advocaat van [appellanten] zich onttrokken. Er heeft zich geen andere procesvertegenwoordiger voor [appellanten] gesteld. De akte waartoe het hof hun gelegenheid heeft geboden, is niet genomen. 1.
- Faso c.s. hebben arrest gevraagd. 2Beoordeling 2.
- De incidentele vorderingen van Faso en van Canal View c.s. zijn gebaseerd op de omstandigheid dat [appellanten] volgens hun dagvaardingen in eerste aanleg en in hoger beroep wonen in [plaats] . Ook volgens hun memorie van grieven wonen [appellanten] in [plaats] . Gelet op die woonplaats zijn zij gehouden om zekerheid te stellen voor de proceskosten en de schadevergoeding tot betaling waarvan zij veroordeeld zouden kunnen worden. 2.
- In hun conclusie van antwoord in het incident (onder 2.3 en 2.4) hebben [appellanten] gesteld dat zij “op dit moment” respectievelijk “thans” in een land wonen waarop een van de uitzonderingen van art. 224 lid 2 Rv van toepassing is. Ook stellen zij (onder 2.7) dat zij in de dagvaarding niet hun woonplaats maar hun tijdelijke verblijfplaats hebben genoemd, dat hun domicilie onveranderd is gebleven en dat zij altijd hun domicilie hebben gehad in Japan respectievelijk Italië. Hoewel dat op hun weg had gelegen en het hof hun daartoe nadere gelegenheid heeft geboden, hebben zij hun stellingen niet met schriftelijk bewijs onderbouwd. In het licht hiervan blijft uitgangspunt dat [appellanten] in [plaats] wonen, zoals zij in de appeldagvaarding en hun memorie van grieven hebben opgegeven. Het feit dat zij voor deze procedure domicilie hebben gekozen ten kantore van hun advocaat in Nederland, doet – daargelaten dat aan de overeenkomst met deze advocaat een einde blijkt te zijn gekomen – aan de toepasselijkheid van art. 224 lid 1 Rv niet af. 2.
- De stelling van [appellanten] dat zij financieel niet in staat zijn om de gevorderde zekerheid te stellen en dat zij niet in staat zullen zijn om de procedure tegen Faso c.s. voort te zetten als zij tot het stellen van zekerheid worden veroordeeld, is niet gemotiveerd. Een onderbouwde toelichting op de financiële positie van de kinderen Vonk ontbreekt. Hun beroep op de uitzondering van art. 224 lid 2, onder d, Rv wordt daarom gepasseerd. 2.
- Het hof zal [appellanten] bevelen om zekerheid te stellen overeenkomstig de incidentele vorderingen van Faso c.s., zowel ten gunste van Faso voor een bedrag van € 17.085, als ten gunste van Canal View c.s. voor een bedrag van € 17.
- 2.
- [appellanten] zullen worden veroordeeld in de kosten van het incident. 3Beslissing Het hof: in het incident: beveelt dat [appellanten] zekerheid stellen voor een bedrag van € 17.085 ten gunste van Faso, en voor een bedrag van € 17.085 ten gunste van Canal View c.s., ter zake van de proceskosten waarin [appellanten] in hoger beroep veroordeeld zouden kunnen worden; bepaalt dat [appellanten] voormelde zekerheid stellen binnen veertien dagen na datum van deze uitspraak – op straffe van niet-ontvankelijkheid van hen in hun vorderingen in de hoofdzaak – en dat de zekerheid in elk geval aan de eisen van art. 6:51 lid 2 BW voldoet als de voormelde bedragen worden gestort op de derdengeldenrekeningen van de respectieve advocaten van Faso c.s. dan wel voor die bedragen bankgaranties worden verstrekt van een te goeder naam en faam bekend staande bank, met Faso respectievelijk Canal View c.s. als begunstigden, onder verstrekking van de originele bankgarantie aan de respectieve advocaten van Faso c.s.; veroordeelt [appellanten] in de kosten van dit incident, tot op heden aan de zijde van Faso begroot op € 1.114,- voor salaris en aan de zijde van Canal View c.s. op € 1.114,- voor salaris; verklaart dit tussenarrest uitvoerbaar bij voorraad; in de hoofdzaak: verwijst de zaak naar de rol van 24 januari 2023 voor het nemen van een memorie van antwoord door Faso c.s. dan wel akte houdende mededeling dat voormelde zekerheid niet is gesteld; houdt iedere verdere beslissing aan. Dit arrest is gewezen door mrs. M.M.M. Tillema, J.M. van den Berg en A.C. van Schaick en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 27 december 2022.