afdeling strafrecht beklagkamer rekestnummer K22/230270 Beschikking op het beklag van: [klager] , woonplaats kiezende op het kantooradres van zijn gemachtigde: mr. M.S.L. Leeflang, advocaat te Rotterdam, klager. 1Het beklag Het hof heeft op 6 juli 2022 het klaagschrift ontvangen. Het beklag richt zich tegen de beslissing van de officier van justitie bij het arrondissementsparket Amsterdam om geen strafvervolging in te stellen tegen [beklaagde] (hierna: beklaagde) tegen wie klager aangifte heeft gedaan ter zake van mishandeling en vernieling. 2Het verslag van de advocaat-generaal Bij verslag van 27 oktober 2022 heeft de advocaat-generaal het hof in overweging gegeven het beklag af te wijzen. 3De voorhanden stukken Het hof heeft kennisgenomen van: - het klaagschrift; - het verslag van de advocaat-generaal; - het dossier van de politie. 4De behandeling in raadkamer Het hof heeft klager in de gelegenheid gesteld op 15 november 2022 het beklag toe te lichten. Klager is, bijgestaan door de gemachtigde, in raadkamer verschenen en heeft het beklag toegelicht en gehandhaafd. Voorts heeft het hof beklaagde in de gelegenheid gesteld op 15 november 2022 te worden gehoord. Beklaagde is gelijktijdig met klager in raadkamer verschenen en heeft het hof verzocht de klacht af te wijzen. De advocaat-generaal is bij de behandeling in raadkamer aanwezig geweest. In hetgeen in raadkamer naar voren is gekomen heeft deze geen aanleiding gevonden de conclusie in het verslag te herzien. 5De beoordeling van het beklag 5.1. De feitelijke uitgangspunten van het beklag Klager heeft op 13 december 2021 aangifte gedaan van mishandeling en vernieling naar aanleiding van een parkeerconflict. Het parkeerconflict liep uit op een woordenwisseling en eindigde in een schermutseling, waarbij beklaagde de deur van zijn personenauto tegen klager zou hebben aangeslagen en klager zou hebben geduwd. Klager heeft letsel opgelopen en schade geleden. Beklaagde is als verdachte gehoord. Beklaagde verklaart -kort gezegd- dat klager agressief reageerde en dat hij zich aan de situatie probeerde te onttrekken door in de auto te stappen en weg te rijden. Met betrekking tot de hem verweten gedraging heeft beklaagde verklaard dat hij klager heeft geduwd om hem van hem af te weren, omdat klager hem in zijn gezicht sloeg terwijl hij in zijn auto zat. Beklaagde kan zich niet herinneren dat klager door de duw ten val is gekomen. Tijdens het voorval heeft de vriendin van klager gefilmd met haar telefoon. Een omstander heeft een getuigenverklaring afgelegd. Voor de weergave van de feitelijke uitgangspunten die van belang zijn voor de beoordeling verwijst het hof naar de inhoud van het verslag. 5.2 Beoordelingskader Het hof heeft te beoordelen of de strafrechter die over deze zaak zou moeten oordelen – al dan niet na nader onderzoek – zou kunnen komen tot een veroordeling voor enig strafbaar feit. Daarnaast moet het hof beoordelen of er, gelet op alle omstandigheden, voldoende belang is bij het alsnog instellen van strafrechtelijke vervolging. Indien het antwoord op beide vragen bevestigend luidt, zal een bevel tot vervolging worden gegeven. In zijn arrest van 12 mei 2015 heeft de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2015:1237, NJB 2015/1008) aangegeven dat onder mishandeling moet worden verstaan het: - aan een ander toebrengen van lichamelijk letsel of pijn, alsmede – onder omstandigheden – het bij een ander teweegbrengen van een min of meer hevige onlust veroorzakende gewaarwording in of aan het lichaam, een en ander -zonder dat daarvoor een rechtvaardigingsgrond bestaat. 5.3 De overwegingen van het hof Het hof is van oordeel dat het dossier onvoldoende aanwijzingen bevat om tot een veroordeling te komen ter zake van mishandeling of vernieling door beklaagde. Hoewel kan worden vastgesteld dat tussen betrokkenen een handgemeen heeft plaatsgevonden, staan de verklaringen van klager en beklaagde over wie er met het geweld is begonnen en welke geweldshandelingen hebben plaatsgevonden lijnrecht tegenover elkaar. Dat is van belang voor het antwoord op de vraag of er sprake was van ongerechtvaardigde agressie of een legitieme zelfverdediging. De politie heeft in deze zaak het nodige onderzoek verricht. Dit heeft niet tot resultaat gehad dat meer steun voor de lezing van klager (of die van beklaagde) is gevonden. De enige onafhankelijke getuige heeft niet belastend over de beklaagde verklaard en volgens het proces-verbaal bevindingen ter zake de camerabeelden is op de door klager overgelegde camerabeelden de vermeende mishandeling niet te zien. De strafrechter zal bij deze stand van zaken niet kunnen vaststellen welke van beide lezingen de juiste is. Voorts heeft de raadsvrouw van klager op vragen van het hof niet kunnen aangeven welke nadere bewijsmiddelen nog in beeld kunnen komen gelet op het onderzoek dat reeds is verricht. Nu relevante aanknopingspunten voor nader onderzoek ontbreken, zal de strafrechter niet tot een veroordeling van de beklaagde ter zake van mishandeling en vernieling kunnen komen. De beslissing van de officier van justitie om niet verder te vervolgen is onder deze omstandigheden de juiste. 5.4 Conclusie Nu naar het oordeel van het hof niet tot een bewezenverklaring kan worden gekomen van een strafbaar feit, is het hof van oordeel dat er goede redenen zijn om in deze zaak geen vervolging te gelasten. Het beklag is ongegrond. Het hof zal daarom als volgt beslissen. 6De beslissing Het hof wijst het beklag af. Deze beschikking, waartegen voor betrokkenen geen rechtsmiddel openstaat, is gegeven op 20 december 2022 door mrs. A.D.R.M. Boumans, voorzitter, W.S. Ludwig en J. Steenbrink, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr. S.S.I. Jackson, griffier, en ondertekend door de voorzitter en de griffier.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.