beschikking GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling strafrecht rekestnummers: 001060-21 (529 Sv), 000756-21 (530 Sv) en 000755-21 (533 Sv) parketnummer in hoger beroep: 23-000274-20 Beschikking op het verzoekschrift op de voet van de artikelen 529, 530 en 533 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van: [verzoekster] , geboren op [geboortedag] 1985 te [geboorteplaats] ([geboorteland]), domicilie kiezende ten kantore van haar advocaat, mr. T. Felix, Keizersgracht 332, 1016 EZ Amsterdam. 1Procesverloop Het verzoekschrift is op 17 augustus 2021 ingekomen. Op 22 september 2021 heeft de advocaat-generaal het standpunt van het openbaar ministerie kenbaar gemaakt. Het hof heeft kennis genomen van de stukken in de strafzaak met voormeld parketnummer en heeft op 14 december 2021 de advocaat-generaal ter gelegenheid van de openbare behandeling van het verzoek-schrift in raadkamer gehoord. De verzoekster en haar advocaat zijn niet in raadkamer verschenen.
- Inhoud van het verzoek Het verzoek strekt tot het verkrijgen van een vergoeding ter zake van: schade die de verzoekster stelt te hebben geleden als gevolg van de ondergane verzekering in de strafzaak met voormeld parketnummer ten bedrage van € 520,00; kosten die volgens de verzoekster zijn aangewend in het belang van het onderzoek, te weten het opvragen van medische informatie bij de huisarts om het gerechtshof te informeren over de persoonlijke omstandigheden van de verzoekster, ten bedrage van € 50,28; kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van onderhavige verzoekschrift-procedure ten bedrage van € 280,
- 3Beoordeling van het verzoek Bij arrest van dit hof van 26 juli 2021 is de strafzaak met voormeld parketnummer geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht. Het verzoekschrift is tijdig ter griffie van dit hof ingediend. Ingevolge het bepaalde in artikel 534, eerste lid, Sv heeft de toekenning van een schadevergoeding steeds plaats, indien en voor zover daartoe naar het oordeel van de rechter, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn. Ad a De verzoekster is op 27 februari 2018 in verzekering gesteld en op 2 maart 2018 in vrijheid gesteld. Gronden van billijkheid zijn aanwezig tot toekenning van een vergoeding ter zake van de door de verzoekster ondergane verzekering tot een bedrag van € 520,
- Ad b Gronden van billijkheid zijn aanwezig voor toekenning van een vergoeding ter zake van kosten die volgens de verzoekster zijn aangewend in het belang van het onderzoek, te weten het opvragen van medische informatie bij een huisarts om het gerechtshof te informeren over de persoonlijke omstandigheden van de verzoekster, tot een bedrag van € 50,
- Ad c Gronden van billijkheid zijn aanwezig voor toekenning van een vergoeding ter zake van kosten rechtsbijstand in de onderhavige verzoekschriftprocedure tot een bedrag van € 280,
- 4Beslissing Het hof: Wijst het verzochte toe. Kent op de voet van artikel 533 Sv aan de verzoekster een vergoeding toe van € 520,00 (vijfhonderdtwintig euro). Kent op de voet van artikel 529 Sv aan de verzoekster een vergoeding toe van € 50,28 (vijftig euro en achtentwintig cent). Kent op de voet van artikel 530 Sv aan de verzoekster een vergoeding toe van € 280,00 (tweehonderdtachtig euro). Beveelt de onverwijlde betekening van deze beschikking aan de verzoekster. Deze beschikking is gegeven door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mrs. F.A. Hartsuiker, J.J.I. de Jong en V.M.A. Sinnige, in tegenwoordigheid van mr. M.E. de Waard als griffier, is ondertekend door de voorzitter en de griffier en is uitgesproken op de openbare zitting van dit hof van 11 januari
- De voorzitter beveelt: de tenuitvoerlegging van deze beschikking door overmaking van € 850,28 (achthonderdvijftig euro en achtentwintig cent) op bankrekeningnummer [rekeningnummer] t.n.v. Stichting Beheer Derdengelden De Roos & Pen Advocaten o.v.v. [ovv]. Amsterdam, 11 januari 2022, mr. F.A. Hartsuiker, voorzitter