afdeling strafrecht parketnummer: 23-001510-21 datum uitspraak: 16 februari 2022 TEGENSPRAAK Tussenarrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de economische politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 28 mei 2021 in de strafzaak onder parketnummer 81-070562-20 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1970, adres: [adres 1]. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 26 januari 2022 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht. Ontvankelijkheid van het hoger beroep De economische politierechter van de rechtbank Noord-Holland heeft de verdachte vrijgesproken van het tenlastegelegde (medeplegen van en de medeplichtigheid aan het) aanwezig hebben van knalvuurwerk in de woning aan de [adres 1] en heeft de verdachte veroordeeld ten aanzien van de medeplichtigheid aan het aanwezig hebben van professioneel vuurwerk in de loods aan de [adres 2]. Namens de verdachte is onbeperkt hoger beroep tegen het vonnis ingesteld. Naar het oordeel van het hof is (het medeplegen van en de medeplichtigheid aan) het aanwezig hebben van knalvuurwerk in de genoemde woning impliciet cumulatief tenlastegelegd en richt het hoger beroep zich dus mede tegen de in eerste aanleg gegeven beslissing tot vrijspraak ten aanzien van dat impliciet cumulatief tenlastegelegde. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering, staat voor de verdachte tegen deze beslissing geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte dan ook niet‑ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven vrijspraak ter zake van – kort gezegd – (het medeplegen van en de medeplichtigheid aan) het aanwezig hebben van knalvuurwerk in de woning aan de [adres 1]. Tussenarrest Op de terechtzitting in hoger beroep van 26 januari 2022 is het onderzoek in deze strafzaak gehouden en gesloten. Tijdens de beraadslaging is gebleken dat het onderzoek niet volledig is geweest. Het hof acht zich onvoldoende ingelicht en wenst dat het openbaar ministerie en de verdediging zich nog zullen uitlaten over de bewijsvraag voor zover het de schuldvariant van het tenlastegelegde betreft. Het hof zal daartoe een schriftelijke ronde starten waarin de partijen hun standpunt daaromtrent bekend kunnen maken. Deze schriftelijke ronde houdt in dat: de advocaat-generaal uiterlijk op 9 maart 2022 (per e-mailbericht) het standpunt van het openbaar ministerie stuurt naar de raadsman, met in CC de griffier van het gerechtshof; de raadsman uiterlijk op 30 maart 2022 (per e-mailbericht) het standpunt van de verdediging stuurt naar de griffier van het gerechtshof, met in CC de advocaat-generaal. Het hof zal daartoe het onderzoek heropenen, schorsen en de hervatting van het onderzoek ter terechtzitting op een nader te bepalen datum gelasten. Beslissing Het hof: Heropent het gesloten onderzoek. Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven vrijspraak van het cumulatief tenlastegelegde (medeplegen van en de medeplichtigheid aan het) aanwezig hebben op 29 november 2019 van knalvuurwerk in de woning aan de [adres 1]. Schorst het onderzoek ten aanzien van het overige en beveelt de hervatting van het onderzoek op een nader te bepalen terechtzitting. Beveelt de oproeping van de verdachte en de raadsman van de verdachte tegen de nog nader te bepalen terechtzitting. Dit arrest is gewezen door de meervoudige economische strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.F.J.M. de Werd, mr. M.L.M. van der Voet en mr. A.C. Huisman, in tegenwoordigheid van mr. R.J. den Arend, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 16 februari 2022. ========================================================================= […]
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.