afdeling strafrecht parketnummer: 23-002250-21 datum uitspraak: 18 februari 2022 TEGENSPRAAK Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 5 augustus 2021 in de strafzaak onder parketnummer 15-096128-21 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedag 1] 1983, adres: [adres 1] . Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 10 februari 2022 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv), naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht. Vonnis waarvan beroep Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen, behalve ten aanzien van de opgelegde straf en maatregel – in zoverre wordt het vonnis vernietigd – en met dien verstande dat het hof de door de rechtbank gebezigde bewijsmiddelen vervangt door de navolgende en dat het hof nog een beslissing over het bevel tot voorlopige hechtenis zal nemen. Bewijsmiddelen Nu de verdachte de ten laste gelegde feiten heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit, volstaat het hof met de navolgende opsomming van de bewijsmiddelen, als bedoeld in artikel 359, derde lid, Sv: Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde - de bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep afgelegd; - de bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting in eerste aanleg afgelegd; - het proces-verbaal van aangifte van 6 april 2021, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 1] , inhoudende de verklaring van [slachtoffer 1] (p. 5-8); - het proces-verbaal van aangifte van 6 april 2021, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 2] , inhoudende de verklaring van [slachtoffer 2] (p. 9-11); - het proces-verbaal van bevindingen van 7 april 2021, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 1] (p. 13-18); Ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde - de bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep afgelegd; - de bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting in eerste aanleg afgelegd; - het proces-verbaal verkort onderzoek vuurwapen van 7 april 2021, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 3] (p. 41-43); - het proces-verbaal van bevindingen van 7 april 2021, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 4] (p. 67-69); Ten aanzien van het onder 3 tenlastegelegde - de bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep afgelegd; - de bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting in eerste aanleg afgelegd; - het proces-verbaal van bevindingen van 9 april 2021, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 5] (p. 19-22); - het proces-verbaal van bevindingen van 7 april 2021, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 4] (p. 67-69); Ten aanzien van het onder 4 tenlastegelegde - de bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep afgelegd; - de bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting in eerste aanleg afgelegd; - het proces-verbaal van aangifte van 12 januari 2021, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 6] , inhoudend de verklaring van [slachtoffer 3] (p. 5-10). Oplegging van straffen De rechtbank heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf van tien maanden met aftrek van voorarrest, waarvan vier maanden voorwaardelijk en met een proeftijd van twee jaren, en heeft een meldplicht bij de reclassering, een opname in een zorginstelling, een ambulante behandelverplichting en controle op middelengebruik als bijzondere voorwaarden aan het voorwaardelijke strafdeel verbonden. Daarnaast heeft de rechtbank een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd voor de duur van twee jaren, inhoudende een locatie- en contactverbod ten aanzien van (het kantoor van) de aangeefsters van het onder 1 tenlastegelegde. De vrijheidsbeperkende maatregel is door de rechtbank dadelijk uitvoerbaar verklaard. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 300 dagen, waarvan 165 dagen voorwaardelijk en met een proeftijd van twee jaren, en dat daaraan dezelfde bijzondere voorwaarden worden verbonden als in eerste aanleg is gedaan. Voorts heeft de advocaat-generaal gevorderd dat een taakstraf van 240 uren en een vrijheidsbeperkende maatregel voor de duur van twee jaren wordt opgelegd, inhoudende een locatie- en contactverbod ten aanzien van (het kantoor van) genoemde aangeefsters en een contactverbod ten aanzien van de ex-partner van de verdachte, en dat de dadelijke uitvoerbaarheid van de maatregel wordt bevolen. De raadsman heeft het hof in verband met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte verzocht te volstaan met het opleggen van een deels voorwaardelijke gevangenisstraf van zeven maanden, waarbij het onvoorwaardelijke op te leggen gedeelte van die straf de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht niet overstijgt. Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan herhaalde doodsbedreigingen aan het adres van zijn twee (voormalige) advocaten door hen via WhatsApp spraakberichten te sturen. Daarin heeft hij onder meer gezegd dat hij hen zal vermoorden en hun familie zal uitroeien. De verdachte werd in de procedure rondom de omgang met zijn dochters door deze advocaten bijgestaan. Het hof acht het zeer kwalijk dat de verdachte deze bedreigingen heeft geuit jegens zijn advocaten, die juist voor hem optraden om zijn belangen te behartigen. De bedreigingen hebben op hen en op hun familieleden zeer veel indruk gemaakt, zo blijkt uit de slachtofferverklaringen die ter terechtzitting in hoger beroep zijn voorgelezen. Daarnaast heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan vuurwapenbezit. Onder de bank in zijn woonkamer is een gaspistool aangetroffen dat was omgebouwd naar een pistool voor scherpe munitie. Het ongecontroleerd wapenbezit brengt onaanvaardbare risico’s en gevoelens van onveiligheid in de samenleving met zich. Bovendien zal de wetenschap dat de verdachte beschikte over een vuurwapen waarmee daadwerkelijk scherpe munitie kon worden afgeschoten, de vorenstaande bedreigingen (achteraf bezien) nog angstaanjagender hebben gemaakt voor de slachtoffers daarvan. Verder is in de woning van de verdachte 784 gram hasj aangetroffen. Het gebruik van hasj kan gezondheidsrisico’s voor gebruikers en overlast voor anderen opleveren. Tot slot heeft de verdachte zijn ex-partner via een sms-bericht met marteling en met de dood bedreigd. Deze bedreigingen heeft hij geuit in het kader van een strijd met zijn ex-partner over de omgang met zijn dochters. Aldus heeft de verdachte bij haar gevoelens van angst en onveiligheid veroorzaakt. Gelet op de ernst van het bewezenverklaarde, de gevolgen daarvan en de straffen die in soortgelijke gevallen worden opgelegd, kan naar het oordeel van het hof niet worden volstaan met een andere straf dan een gevangenisstraf. Het hof zal deze echter deels in voorwaardelijke vorm gieten, vanwege het volgende. Zoals blijkt uit het reclasseringsrapport van 16 juli 2021 heeft de verdachte problemen gekend op een reeks aan levensgebieden. Zo kampte hij met problemen op psychosociaal vlak, met relaties, had hij geen vaste woon- of verblijfplaats en was er sprake van problematisch alcohol-, cocaïne- en cannabisgebruik. De reclassering heeft bij genoemd rapport geadviseerd de verdachte door het stellen van bijzondere voorwaarden te verplichten tot, kort gezegd en onder andere, (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.