GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling civiel recht en belastingrecht, team I zaaknummer: 200.285.321/01 zaaknummer rechtbank Noord-Holland: 8556274 \ AO VERZ 20-24 beschikking van de meervoudige burgerlijke kamer van 22 februari 2022 inzake 1NIVO GROEP DEN HAAG B.V., gevestigd te Den Haag, en2. NIVO GROEP ZAANDAM B.V., gevestigd te Zaandam, gemeente Zaanstad, verzoeksters in hoger beroep, advocaat: mrs. M.A. de Jager en A.J. Jansen te Amsterdam, tegen: [verweerder] , wonende te [woonplaats] , gemeente [gemeente] , verweerder in hoger beroep, advocaat: mr. J.F. Overes te Amsterdam. 1Het geding in hoger beroep Verzoeksters in hoger beroep worden hierna afzonderlijk Nivo Groep Den Haag en Nivo Groep Zaandam en gezamenlijk Nivo Groep c.s. genoemd. Verweerder in hoger beroep wordt hierna [verweerder] genoemd. Nivo Groep c.s. is bij beroepschrift met producties, ontvangen ter griffie van het hof op 2 november 2020, onder aanvoering van grieven in hoger beroep gekomen van de beschikking die de kantonrechter in de rechtbank Noord-Holland, zittingsplaats Zaanstad (hierna: de kantonrechter), onder bovengenoemd zaaknummer op 3 augustus 2020 heeft gegeven. Het beroepschrift strekt, zakelijk weergegeven, ertoe dat het hof de genoemde beschikking zal vernietigen en alsnog [verweerder] zal veroordelen tot terugbetaling aan Nivo Groep Zaandam van het loon dat aan hem is betaald over de periode van 6 april 2020 tot 1 augustus 2020 ten bedrage van € 9.439,00 bruto, van de (onverschuldigd betaalde) transitievergoeding van € 9.171,89 bruto en van de (onverschuldigd betaalde) billijke vergoeding van € 10.000,- bruto, dit alles te vermeerderen met de wettelijke rente en met veroordeling van [verweerder] in de proces- en nakosten in beide instanties. Op 17 december 2020 is ter griffie van het hof een verweerschrift in hoger beroep van [verweerder] ingekomen, inhoudende het verzoek de beschikking waarvan beroep te bekrachtigen met veroordeling van Nivo Groep c.s. in de proces-en nakosten in hoger beroep. De mondelinge behandeling van het hoger beroep heeft plaatsgevonden op 19 november 2021. Bij die gelegenheid hebben de in de aanhef van deze beschikking genoemde advocaten namens Nivo Groep c.s. en [verweerder] het woord gevoerd, allen aan de hand van aan het hof overgelegde aantekeningen. Nivo Groep c.s. heeft nog producties in het geding gebracht. Partijen hebben vragen van het hof beantwoord. Beide partijen hebben bewijs van hun stellingen aangeboden. Vervolgens is uitspraak bepaald. 2Feiten 2.1. De kantonrechter heeft in de bestreden beschikking onder 2.1. en 2.2. een aantal feiten als in deze zaak vaststaand aangemerkt. Daarover bestaat geen geschil, zodat ook het hof daarvan zal uitgaan. In deze zaak gaat het om het volgende. 2.2. Op 1 juli 2009 is [verweerder] , geboren op [geboortedatum] 1970, op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd (twaalf maanden) in dienst getreden van Nivo Groep Zaandam, handelend onder de naam BHV-Mobile.nl. De functie van [verweerder] is planning-, administratief- en commercieel medewerker met een salaris van € 2.300,- bruto per maand (exclusief vakantiegeld en overige emolumenten). 2.3. Per 1 juli 2010 is de arbeidsovereenkomst tussen [verweerder] en Nivo Groep Zaandam verlengd met een jaar. De functie van [verweerder] wordt per die datum sales manager. Per 1 juli 2011 is de arbeidsovereenkomst met Nivo Groep Zaandam opnieuw met een jaar verlengd. Op 30 juni 2012 eindigt deze arbeidsovereenkomst van rechtswege. 2.4. Per 1 september 2012 is [verweerder] op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd (tien maanden) in dienst getreden van Nivo Groep Zuid Holland B.V., handelend onder de naam BHV-Mobile Den Haag, in de functie van commercieel medewerker en sales. 2.5. Per 1 juli 2013 is de arbeidsovereenkomst tussen [verweerder] en Nivo Groep Zuid Holland B.V. verlengd met een jaar. De functie van [verweerder] wordt per die datum meewerkend chef van de administratie. 2.6. Bij brief van 11 december 2013 heeft [X] , directeur van Nivo Groep c.s., (hierna: [X] ), aan [verweerder] bericht dat zijn huidige arbeidsovereenkomst per 1 januari 2014 onder dezelfde voorwaarden wordt omgezet naar een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd met Nivo Groep Zaandam (h.o.d.n. BHV Mobile). 2.7. Op 6 april 2020 is [verweerder] op staande voet ontslagen. Bij brief van 6 april 2020 heeft [X] – waarbij deze niet vermeldt wie daarbij als werkgever wordt aangemerkt - voor zover van belang het volgende vermeld: “(…) De vrijdag voor je ziekmelding hebben wij een indringend gesprek gehad, jij, [A] en ik, waarbij wij de eerdere waarschuwingen hebben geconcretiseerd. Van dit gesprek is ook een gespreksverslag gemaakt. Desondanks heb jij tijdens jou ziekte contact opgenomen met klanten en heb jij tickets ingediend bij een van onze IT verzorgers. Beide zaken zijn jou meerdere keren, en in het gesprek van de bewuste vrijdag, nogmaals uitdrukkelijk verboden. Het ging slecht met BHV, ik spreek over de tijd voor Corona en wij hebben daarvoor moeten ingrijpen. We hebben je een nieuwe beperktere taak binnen de salesorganisatie gegeven en sindsdien in plaats van medewerking, alleen maar tegenwerking van je gehad. Wij hebben daar meerdere keren over gesproken en dat ook duidelijk aangegeven. Jij gaf aan dat anders te zien, maar [A] en ik hebben je aangegeven waarop onze mening is gebaseerd. Wij hebben je heel duidelijk aangegeven dat dit je laatste kans was. Desondanks blijf je je opdrachten negeren doe je dingen die je niet mag doen en waarmee je het bedrijf schade toebrengt. Tijdens jou ziekte hebben wij, noodgedwongen, allerlei zaken uit moeten zoeken en o.a. gezien dat ook voor jou ziekte je stelselmatig niet de opdrachten uitvoerde die je overduidelijk had gekregen maar daarentegen maatwerkklanten bleef benaderen c.q. beantwoorden en behandelen. Je uitdrukkelijke opdracht was alle inkomende mails en telefoontjes van “maatwerkklanten” door te geven aan [B] en/of [A] en geen enkele zelf meer te benaderen en/of behandelen. Bellen voor de verzamelklassen heb je slechts zeer sporadisch gedaan. Meerdere keren is specifiek door [A] aangegeven dat he hierop afgerekend zou worden. Als laatste hebben wij ontdekt dat jij cursussen offreert onder de kostprijs. Iets waar jij beslist geen bevoegdheid voor hebt. Dit alles heeft ons doen besluiten je ontslag op staande voet aan te zeggen. (…)” 2.8. Bij brief van 6 april 2020 heeft [verweerder] tegenover ‘NIVO Groep Zaandam’ ter attentie van [X] bezwaar gemaakt tegen dit ontslag op staande voet. 3Beoordeling 3.1. Bij verzoekschrift van 2 juni 2020, gericht aan Nivo Groep Den Haag, heeft [verweerder] in eerste aanleg primair verzocht om vernietiging van de opzegging van de arbeidsovereenkomst en doorbetaling van zijn loon per 6 april 2020, te vermeerderen met de wettelijke verhoging en rente, alsmede Nivo Groep Den Haag op straffe van verbeurte van een dwangsom te veroordelen om [verweerder] toe te laten tot het werk en hem in staat te stellen de gebruikelijke werkzaamheden te verrichten. Voor zover de opzegging van de arbeidsovereenkomst niet wordt vernietigd, heeft [verweerder] – zo begrijpt het hof – verzocht om Nivo Groep Den Haag te veroordelen tot betaling van een billijke vergoeding van € 14.904,- bruto, een transitievergoeding van € 9.171,89 bruto en een vergoeding wegens onregelmatige opzegging van € 9.439,00 bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente. [verweerder] heeft subsidiair verzocht om Nivo Groep Den Haag te veroordelen tot betaling van de transitievergoeding van € 9.171,89 bruto. Zowel primair als subsidiair heeft [verweerder] verzocht om veroordeling van Nivo Groep Den Haag in de proces- en nakosten. In dit verzoekschrift maakt [verweerder] er melding van dat hij op 1 juli 2009 in dienst is getreden bij Nivo Groep Zaandam, en per 1 september 2012 bij Nivo Groep Zuid-Holland B.V. 3.2. Namens Nivo Groep Den Haag heeft [X] verweer gevoerd. In het verweerschrift heeft hij aangevoerd dat het verzoek is gericht tot de verkeerde rechtspersoon, te weten Nivo Groep Den Haag, omdat [verweerder] laatstelijk in dienst is bij Nivo Groep Zaandam en niet bij Nivo Groep Den Haag. 3.3. Tijdens de mondelinge behandeling in eerste aanleg op 6 juli 2020 is namens [verweerder] verzocht om haar verzoek te wijzigen in die zin dat in plaats van “Nivo Groep Den Haag” “Nivo Groep Zaandam” moet worden gelezen. 3.4. In de bestreden beschikking heeft de kantonrechter allereerst geoordeeld dat het verzoek van [verweerder] wordt geacht te zijn gericht tegen Nivo Groep Zaandam en daarmee dat het verzoek tijdig en binnen de vervaltermijn is ingediend. Verder heeft de kantonrechter geoordeeld dat er geen sprake is van een dringende reden voor het ontslag op staande voet en evenmin van een deugdelijke mededeling daarvan. Het ontslag op staande voet is daarom niet rechtsgeldig gegeven. De kantonrechter heeft een billijke vergoeding van € 10.000,- bruto, een vergoeding wegens onregelmatige opzegging van € 9.439,00 bruto en een transitievergoeding van € 9.171,89 bruto toegekend. Tot slot is Nivo Groep Zaandam veroordeeld in de proces- en nakosten. 3.5. Tegen deze beslissingen en de daaraan ten grondslag gelegde motivering komt Nivo Groep c.s. met haar grieven op. 3.6. Allereerst is aan de orde de vraag of Nivo Groep Den Haag en/of Nivo Groep Zaandam in dit appel ontvankelijk zijn. Uit artikel 332 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) volgt dat in beginsel slechts partijen bij de procedure in eerste aanleg appel kunnen instellen (zie HR 8 februari 1980, NJ 1980, 316). Op grond van artikel 362 Rv is artikel 332 Rv ook van toepassing op verzoekschriftprocedures. In de bestreden beschikking heeft de kantonrechter alleen Nivo Groep Zaandam als de procespartij in eerste aanleg aangemerkt. Zowel namens Nivo Groep Den Haag als namens Nivo Groep Zaandam is evenwel hoger beroep ingesteld tegen de bestreden beschikking. Het hof zal Nivo Groep Den Haag daarom niet-ontvankelijk verklaren in het hoger beroep. 3.7. Met de grieven 1, 2 en 3 bestrijdt Nivo Groep Zaandam het oordeel van de kantonrechter dat het verzoek van [verweerder] moet worden geacht te zijn gericht tegen Nivo Groep Zaandam (en niet tegen Nivo Groep Den Haag) en daarmee dat het verzoek tijdig en binnen de vervaltermijn is ingediend. Volgens Nivo Groep Zaandam heeft de kantonrechter het verzoek om rectificatie van de onjuiste partijaanduiding in het verzoekschrift ten onrechte gehonoreerd. Het verzoekschrift van [verweerder] is gericht tegen Nivo Groep Den Haag en er is ook namens Nivo Groep Den Haag inhoudelijk verweer gevoerd. Nivo Groep Zaandam betwist dat zij onduidelijkheid heeft gecreëerd over de vraag wie de werkgever van [verweerder] is. [verweerder] wist of behoorde te weten dat hij al jaren in dienst was van Nivo Groep Zaandam. Alle wijzigingen van zijn arbeidsovereenkomst zijn duidelijk met hem gecommuniceerd. Bovendien is de onjuiste partijaanduiding geen vergissing, maar een bewuste keuze van de toenmalige advocaat van [verweerder] die voor beide partijen kenbaar was. Ook is Nivo Groep c.s. door die keuze benadeeld en/of in haar verweer geschaad, omdat (de overschrijding van) de wettelijke vervaltermijn [verweerder] ervan weerhoudt om het ontslag te vernietigen. De rectificatie is voorts niet tijdig gedaan, aldus Nivo Groep Zaandam. 3.8. Volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad in dagvaardingszaken kan een vergissing in de partijaanduiding door een rectificatie worden hersteld indien (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.