afdeling strafrecht parketnummer: 23-002008-21 datum uitspraak: 27 januari 2022 TEGENSPRAAK Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen - na terugwijzing door de Hoge Raad der Nederlanden bij arrest van 13 juli 2021- op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam (locatie Amsterdam) van 25 juli 2019 in de strafzaak onder parketnummer 13-259154-16 tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1990, adres: [adres]. Procesgang De kantonrechter in de rechtbank Amsterdam (locatie Amsterdam) heeft de verdachte voor het aan hem tenlastegelegde veroordeeld tot een hechtenis van vier weken. De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld. Het gerechtshof Amsterdam heeft in hoger beroep bij arrest van 16 september 2020 de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering. De verdachte heeft tegen het arrest van het gerechtshof beroep in cassatie ingesteld. De Hoge Raad der Nederlanden heeft bij arrest van 13 juli 2021 het arrest van het gerechtshof Amsterdam vernietigd, en de zaak naar het gerechtshof Amsterdam teruggewezen teneinde, met inachtneming van de uitspraak van de Hoge Raad, deze in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw te berechten en af te doen. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 13 januari
- Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsvrouw naar voren is gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd dat: hij op of omstreeks 16 november 2016 te Amsterdam zich op en/of aan de weg, te weten het Rembrandtplein heeft opgehouden, terwijl aannemelijk is, dat zulks gebeurde om middelen als bedoeld in art. 2 of 3 van de Opiumwet althans daarop gelijkende waar, en/of slaapmiddelen en/of kalmeringsmiddelen en/of stimulerende middelen of daarop gelijkende waar te kopen en/of te koop aan te bieden; De hierboven gebruikte termen worden - voor zover van toepassing - geacht te zijn gebruikt in de zin van de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Amsterdam 2008 Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering. Bewijsoverweging De raadsvrouw heeft ter terechtzitting in hoger beroep bepleit dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van hetgeen aan hem is tenlastegelegd. Hiertoe heeft zij aangevoerd dat het proces-verbaal van bevindingen dat is opgesteld door verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] innerlijk tegenstrijdig is wat de datum en de locatie van het ten laste gelegde feit betreft. In dit proces-verbaal wordt eerst geverbaliseerd dat de verbalisanten zich op 16 november te 00.01 uur bevinden op de Utrechtsestraat en vervolgens dat ze zich op 15 november te 00.01 uur op het Rembrandplein bevinden. Nu er te veel onduidelijkheid is over de datum waarop en de plek waar het ten laste gelegde zou hebben plaatsgevonden dient de verdachte te worden vrijgesproken. Het hof is, anders dan de raadsvrouw, van oordeel dat het proces-verbaal van bevindingen opgesteld door verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] wel voldoende duidelijk is. De locatie waar het ten laste gelegde plaatsvindt is duidelijk omschreven. Het is een feit van algemene bekendheid dat de Utrechtsestraat overgaat in het Rembrandtplein. Gelet op die omstandigheid acht het hof de locatie voldoende bepaald. Dat geldt ook voor het tijdstip, nu het feit zich rond middernacht van 15 op 16 november 2016 heeft afgespeeld. Voorwaardelijke verzoeken De raadsvrouw heeft ter terechtzitting het voorwaardelijke verzoek geformuleerd om de getuigen [getuige 1] en [getuige 2] te doen horen. Daartoe heeft zij aangevoerd dat deze belastende getuigen duidelijkheid kunnen verschaffen over de plaats waar en de datum waarop het ten laste gelegde heeft plaatsgevonden. Het hof komt niet toe aan dit voorwaardelijk verzoek nu de verklaringen van deze getuigen niet voor het bewijs gebezigd zullen worden. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: hij op of omstreeks 16 november 2016 te Amsterdam zich op en/of aan de weg, te weten het Rembrandtplein heeft opgehouden, terwijl aannemelijk is, dat zulks gebeurde om middelen als bedoeld in art. 2 of 3 van de Opiumwet althans daarop gelijkende waar, te koop aan te bieden. De hierboven gebruikte termen worden - voor zover van toepassing - geacht te zijn gebruikt in de zin van de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Amsterdam
- Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het bewezenverklaarde levert op: Overtreding van het bepaalde in artikel 2.7, tweede lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening Amsterdam 2008 Strafbaarheid van de verdachte De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het bewezenverklaarde uitsluit. Oplegging van straf De kantonrechter in de rechtbank Amsterdam (locatie Amsterdam) heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een hechtenis voor de duur van vier weken. Daarnaast heeft de kantonrechter een bedrag van € 150,- verbeurdverklaard. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als de kantonrechter in eerste aanleg heeft opgelegd. De raadsvrouw heeft verzocht aan de verdachte een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen. Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het te koop aanbieden van (nep)drugs op of aan de openbare weg in de binnenstad van Amsterdam. De verdachte heeft met zijn handelen overlast veroorzaakt bij passanten. De bewezen verklaarde gedragingen hebben een criminele uitstraling en zorgen voor gevoelens van onveiligheid in de samenleving. Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 29 december 2021 is hij eerder, ook ter zake van soortgelijke strafbare feiten, onherroepelijk veroordeeld. Het hof vindt gezien de aard van de overtreding en het strafblad van de verdachte de door de kantonrechter opgelegde straf in beginsel passend. Echter, gelet op het tijdsverloop sedert het feit en de huidige persoonlijke omstandigheden van de verdachte zoals daarvan ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken, komt het hof tot het oordeel dat kan worden volstaan met een geheel voorwaardelijke hechtenis. Het hof acht, alles afwegende, een voorwaardelijke hechtenis van vier weken met een proeftijd van twee jaren passend en geboden. Beslag De hierna te noemen in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen behoren aan de verdachte toe. Zij zullen worden verbeurd verklaard aangezien zij geheel of grotendeels door middel van het ten laste gelegde en bewezen verklaarde zijn verkregen. Toepasselijke wettelijke voorschriften De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 33, 33a en 63 van het Wetboek van Strafrecht en artikel 2.7 van de Algemene Plaatselijke Verordening Amsterdam
- BESLISSING Het hof: Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan. Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij. Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar. Ten aanzien van het bewezenverklaarde Veroordeelt de verdachte tot een hechtenis voor de duur van 4 (vier) weken. Bepaalt dat de hechtenis niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Verklaart verbeurd het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:
- 150 euro (omschrijving: 5288203). Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. D. Radder, mr. I.M.H. van Asperen de Boer-Delescen en mr. A.M.P. Geelhoed, in tegenwoordigheid van mr. F. van den Brink, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 27 januari
- ========================================================================= […]