afdeling strafrecht parketnummer: 23-004454-19 datum uitspraak: 15 februari 2022 TEGENSPRAAK Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 25 november 2019 in de strafzaak onder parketnummer 15-208213-19 tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1999, adres: [adres]. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 1 februari 2022 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd. Vonnis waarvan beroep Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen met dien verstande dat het hof de bewijsmiddelen VI en VIII van de politierechter vervangt door de hierna te noemen bewijsmiddelen. Bewijsmiddelen VI Een proces-verbaal met nummer PL1100-2019112722-45 van 16 juni 2019, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 1] (digitale paginanummers 172-176). Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 16 juni 2019 tegenover verbalisant afgelegde verklaring van medeverdachte [medeverdachte]: Toen zag ik dat er een man naar buiten kwam rennen. Toen werd er een steen gegooid naar de man toe. Toen brak de hel los. Ik ben van een afstandje blijven kijken. Het was zeven tegen twee. Dat vond ik niet kunnen. V: Met wie was je bij het incident? A: [naam 1], [naam 2], [naam 3], [naam 4], [verdachte] (het hof begrijpt: de verdachte), [naam 5]. VIII Een proces-verbaal met nummer PL1100-2019112735-1 van 17 juni 2019, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 2] en [verbalisant 3] (digitale paginanummers 224-226). Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 15 juni 2019 tegenover verbalisanten afgelegde verklaring van aangever [aangever 1]: Toen wij aan de koffie zaten, hoorden wij stemmen voor de woning. Wij hoorden de jongeren in het speeltuintje staan en mijn vader (het hof begrijpt: aangever [aangever 2]) en moeder (het hof begrijpt: aangever [aangever 3]) zijn naar buiten gelopen om in gesprek te gaan met de jongens. Ik ben voor de woning blijven staan op verzoek van mijn vader. Ik zag mijn vader en moeder in gesprek gaan met de jongens en ik zag de jongeren om mijn vader heen gaan staan. Mijn vader is geschopt en geslagen door de jongeren en mijn moeder is meerdere keren op de grond terechtgekomen en heeft daarbij vermoedelijk haar hoofd hard gestoten. BESLISSING Het hof: Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene. Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. D. Radder, mr. A.R.O. Mooy en mr. H.A.G. Nijman, in tegenwoordigheid van mr. N.M. Simons, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 15 februari 2022. De voorzitter is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen. ========================================================================= […]
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.