← Nederland

ECLI:NL:GHAMS:2022:859

beschikking GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling strafrecht afdeling strafrecht rekestnummer(s): 000903-21 (530 Sv) en 000904-21 (533 Sv) parketnummer in hoger beroep: 23-001493-20 Beschikking op het verzoekschrift op de voet van artikelen 530 en 533 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van: [verzoeker] , geboren op [geboortedag] 1991 te [geboorteplaats], domicilie kiezende ten kantore van zijn advocaat, mr. E.G. Al, Johannis Bogaardstraat 16D, 2151 CV te Nieuw-Vennep. 1Procesverloop Het verzoekschrift is op 30 september 2021 ingekomen. Op 28 oktober 2021 heeft de advocaat-generaal het standpunt van het openbaar ministerie kenbaar gemaakt. Het hof heeft kennis genomen van de stukken in de strafzaak met voormeld parketnummer en heeft op 8 maart 2022 de advocaat-generaal en de advocaat van de verzoeker ter gelegenheid van de openbare behandeling van het verzoekschrift in raadkamer gehoord. De verzoeker is niet in raadkamer verschenen.

  1. Inhoud van het verzoek Het verzoek strekt tot het verkrijgen van een vergoeding ter zake van: schade die de verzoeker stelt te hebben geleden als gevolg van de ondergane voorlopige hechtenis in de strafzaak met voormeld parketnummer ten bedrage van € 1.200,00; kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van onderhavige verzoekschriftprocedure ten bedrage van € 680,
  2. 3Beoordeling van het verzoek Bij arrest van dit hof van 18 juni 2021 is de verzoeker in de strafzaak met voormeld parketnummer veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 50 uren subsidiair 25 dagen hechtenis met aftrek van het voorarrest. Het verzoekschrift is tijdig ter griffie van dit hof ingediend. Ad a Artikel 533, eerste lid, Sv luidt als volgt: Indien de zaak eindigt zonder oplegging van straf of maatregel of met zodanige oplegging, doch op grond van een feit waarvoor voorlopige hechtenis niet is toegelaten, kan de rechter, op verzoek van de gewezen verdachte, hem een vergoeding uit ’s Rijks kas toekennen voor de schade welke hij tengevolge van ondergane inverzekeringstelling, klinische observatie of voorlopige hechtenis heeft geleden. Onder schade is begrepen het nadeel dat niet in vermogensschade bestaat. Nu de wet een vergoeding op voet van artikel 533 Sv expliciet uitsluit in het geval de zaak niet is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel, kan verzoeker niet worden ontvangen in zijn verzoek. Het hof zal verzoeker dan ook niet-ontvankelijk verklaren in het verzoekschrift. Ad b Ingevolge het bepaalde in artikel 534, eerste lid, Sv heeft de toekenning van een schadevergoeding steeds plaats, indien en voor zover daartoe naar het oordeel van de rechter, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn. Met betrekking tot het verzoek tot forfaitaire vergoeding van kosten van rechtsbijstand in een verzoekschriftprocedure overweegt het hof dat een (deels) afwijzende beslissing op het onderliggende verzoek dat ziet op de vergoeding van kosten van rechtsbijstand in de strafzaak, niet vanzelfsprekend met zich brengt dat ook het verzoek tot vergoeding van kosten van rechtsbijstand ten behoeve van de verzoekschriftprocedure moet worden afgewezen. Ook bij vergoeding van kosten van rechtsbijstand in de verzoekschriftprocedure gaat het om een billijkheidsoordeel. Geen gronden van billijkheid bestaan indien het verzoeker, voorzien van een rechtsgeleerd advocaat, rechtstreeks uit de wet en/of de bestendige gepubliceerde jurisprudentie volstrekt duidelijk had moeten zijn dat het onderliggende verzoek zou worden afgewezen. In casu is hiervan sprake, gelet op tekst van de wet en de bestendige jurisprudentie van dit hof. 4Beslissing Het hof: Verklaart de verzoeker niet-ontvankelijk. Beveelt de onverwijlde betekening van deze beschikking aan de verzoeker. Deze beschikking is gegeven door de enkelvoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting had mr. E. van Die, in tegenwoordigheid van mr. M.E. de Waard als griffier, is ondertekend door de voorzitter en de griffier en is uitgesproken op de openbare zitting van dit hof van 22 maart 2022.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.