← Nederland

ECLI:NL:GHAMS:2022:985

beschikking ___________________________________________________________________ GERECHTSHOF AMSTERDAM ONDERNEMINGSKAMER zaaknummer: 200.275.755/01 OK beschikking van de Ondernemingskamer van 23 maart 2022 inzake

  1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid IMPROMEX TECHNICS HOLDING B.V., gevestigd te Gouda,
  2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid DE ERGOSHOP HOLDING B.V., gevestigd te Oisterwijk, VERZOEKSTERS, advocaat: voorheen mr. B.A. Bendel, kantoorhoudende te Utrecht, thans mr. J.M. van Gool, kantoorhoudende te Breda, t e g e n
  3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid IMPROMEX TECHNICS HOLDING B.V.,
  4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid IMPROMEX TECHNICS B.V., beide gevestigd te Gouda, VERWEERSTERS, advocaat: voorheen mr. B.A. Bendel, kantoorhoudende te Utrecht, thans mr. J.M. van Gool, kantoorhoudende te Breda, e n t e g e n de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid NAM BEHEER B.V., gevestigd te Gouda, BELANGHEBBENDE, advocaat: voorheen mr. T.M. Schraven, kantoorhoudende te Tilburg, thans mr. G.J.B.C. Maton, kantoorhoudende te ’s-Hertogenbosch, e n t e g e n de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid DANBU B.V., gevestigd te Gouda, BELANGHEBBENDE, niet verschenen. In het vervolg zullen partijen, belanghebbenden en andere (rechts)personen (ook) als volgt worden aangeduid: verzoekster/verweerster sub 1 met Impromex Holding; verzoekster sub 2 met De Ergoshop; verweerster sub 2 met Impromex Technics; belanghebbenden respectievelijk met NAM en Danbu.
  5. Het verloop van het geding 1.1 Voor het eerdere verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikking van 16 april 2020 in deze zaak en naar de processen-verbaal van het verhandelde ter zitting van de Ondernemingskamer in deze zaak van 2 september 2021 en 17 maart
  6. 1.2 Tijdens de mondelinge behandeling op 17 maart 2022 heeft de Ondernemingskamer een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van Impromex Holding en Impromex Technics over de periode vanaf 1 januari 2019 en, bij wijze van onmiddellijke voorziening en vooralsnog voor de duur van de procedure, bepaald dat één aandeel van De Ergoshop en één aandeel van NAM in het kapitaal van Impromex Holding ten titel van beheer zijn overgedragen aan een nader door de Ondernemingskamer aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon. 2De gronden van de beslissing De Ondernemingskamer zal thans de hierna te vermelden persoon aanwijzen als beheerder van aandelen, een en ander zoals bedoeld in het proces-verbaal van 17 maart
  7. 3De beslissing De Ondernemingskamer: wijst aan als beheerder van aandelen zoals bedoeld in het proces-verbaal van 17 maart 2022 in deze zaak: mr. A.J.A. Jansen te Amsterdam; verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is gegeven door mr. A.W.H. Vink, voorzitter, mr. M.M.M. Tillema en mr. J.M. de Jongh, raadsheren, prof. mr. S. ten Have en drs. G. van Vollenhoven-Eikelenboom AAG, raden, in tegenwoordigheid van mr. F.L.A. Straathof, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 23 maart 2022.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.