afdeling strafrecht parketnummer: 23-001104-22 datum uitspraak: 4 mei 2023 TEGENSPRAAK Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 22 april 2022 in de strafzaak onder de parketnummers 15-015169-22 en 23-003861-16 (TUL) tegen [verdachte01] , geboren te [geboorteplaats01] op [geboortedatum01] 1976, adres: [adres01] . Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 20 april 2023 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en zijn raadsman naar voren hebben gebracht. Vonnis waarvan beroep Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit dan ook bevestigen, behalve ten aanzien van de beslissing op de vordering van de benadeelde partij en de opgelegde schadevergoedingsmaatregel, in zoverre zal het vonnis worden vernietigd. Ook zal het hof de bewijsmotivering nog aanvullen. Bewijsoverweging Het hof vult de bewijsmotivering van de rechtbank aan als volgt. Feit 1 Het hof stelt aan de hand van de inhoud van de bewijsmiddelen vast dat de verdachte een man is met een zwaar postuur, die in de periode van de bedrijfsinbraak de enige gebruiker is van een witte Peugeot Partner met kenteken [kenteken01] . Over deze auto blijkt uit een mutatie van 28 november 2021 – drie dagen na de inbraak – dat het een defect linker achterlicht had. Uit een proces-verbaal van bevindingen van 15 december 2021 blijkt dat de verdachte op dat moment met zijn linkervoet in het loopgips zat. Van één van de daders van de bedrijfsinbraak is bekend dat hij die avond in een witte bestelauto reed en uit de beelden blijkt dat die bestelauto een kapot linker remlicht had. Tevens blijkt uit de beelden dat één van de daders een flink gezet postuur had en dat deze persoon mank liep. Aangever spreekt over ‘een beer van een gozer’. Het hof overweegt dat deze feiten en omstandigheden, in onderlinge samenhang bezien, een zeer specifiek signalement opleveren. Op grond daarvan stelt het hof vast dat het de verdachte is geweest die het tenlastegelegde feit heeft begaan. Feit 3 Uit de bewijsmiddelen blijkt dat de daders van de poging tot bedrijfsinbraak op 16 januari 2022 bij [bedrijf01] na de inbraak gelijktijdig wegrijden in een zwarte Volkswagen Golf en een witte ‘Caddy’. Op camerabeelden wordt een witte auto gezien die lijkt op een Renault Kangoo. Eén van de daders had een fors postuur en droeg een gecamoufleerde jas met capuchon, een donkere broek en lichtgekleurde Nike sneakers. De verdachte is in de directe omgeving van de plaats van de inbraak al rijdende in een witte Renault aangetroffen, terwijl hij de hiervoor beschreven kleding en lichtgekleurde Nike sneakers droeg. De getuige die kort na deze poging tot inbraak de verdachte zag rijden en de achtervolging ingezet heeft, zag in de nabijheid van deze ‘Caddy’ ook een zwarte Volkswagen Golf rijden. Ook hier is sprake van een - alles bij elkaar opgeteld - zeer specifiek signalement, waar de verdachte naar het oordeel van het hof aan voldoet. Op grond van die feiten en omstandigheden, in onderlinge samenhang bezien, stelt het hof vast dat het de verdachte is geweest die het tenlastegelegde feit heeft begaan. Vordering van de benadeelde partij [benadeelde01] De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 4.550,28, bestaande uit € 2.935,28 aan materiële schade en € 1.615,00 aan immateriële schade. De vordering is bij het vonnis toegewezen tot een bedrag van € 2.935,28 voor materiële schade en voor het overige niet-ontvankelijk verklaard. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep niet opnieuw gevoegd. Het hof heeft in hoger beroep te oordelen over de gevorderde schadevergoeding voor zover deze in eerste aanleg is toegewezen. De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering kan worden toegewezen conform de beslissing van de rechtbank. De raadsman van de verdachte geeft te kennen geen opmerkingen te hebben over de vordering van de benadeelde partij. Met betrekking tot de (materiële) schade overweegt het hof als volgt. Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij [benadeelde01] als gevolg van het onder 1 bewezenverklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade heeft geleden tot een bedrag van € 718,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.