GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling civiel recht en belastingrecht, team I zaaknummer : 200.322.045/01 zaak-/rolnummer rechtbank Amsterdam : C/13/708924 / KG ZA 21-869 arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 23 mei 2023 inzake 1TENNOR FINANCE B.V., 2. TENNOR HOLDING B.V., beiden gevestigd te Amsterdam, appellanten in de hoofdzaak, eiseressen in het incident, advocaat: mr. M.L.M. Bindels te Rotterdam, tegen de rechtspersoon naar vreemd recht JUNO HOLDINGS LTD, gevestigd te George Town, Grand Cayman, Kaaimaneilanden, geïntimeerde in de hoofdzaak, verweerster in het incident, advocaat: mr. J. Meuleman te Amsterdam. 1Het geding in hoger beroep Partijen worden hierna Tennor Finance en Tennor Holding (tezamen: Tennor) en Juno genoemd. Tennor is bij dagvaarding van 18 januari 2023 in hoger beroep gekomen van een vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Amsterdam van 22 december 2022, onder bovenstaand zaak-/rolnummer gewezen tussen Tennor als eiseres in het verzet en Juno als gedaagde in het verzet (hierna: het bestreden vonnis). Bij de dagvaarding in hoger beroep heeft Tennor tevens een incidentele vordering tot schorsing ex artikel 351 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) ingesteld. Tennor vordert in het incident dat de tenuitvoerlegging van het bestreden vonnis zal worden geschorst totdat in de procedure in hoger beroep arrest zal zijn gewezen. De zaak is aangebracht op de rol van 31 januari 2023. Op deze datum heeft Tennor overeenkomstig voormeld exploot geconcludeerd. Juno heeft daarop bij memorie van antwoord in het incident geantwoord en geconcludeerd dat het hof de incidentele vordering zal afwijzen, met veroordeling van Tennor in de kosten van het incident. Vervolgens is arrest gevraagd in het incident. 2Beoordeling 2.1. Bij het bestreden vonnis heeft de voorzieningenrechter, voor zover in het incident van belang, Tennor geboden binnen tien werkdagen na betekening van het bestreden vonnis Clearstream Banking S.A. te Luxemburg, al dan niet door middel van Paying Agent Quirin Privatbank AG, schriftelijk te instrueren (met een kopie aan de advocaten van Juno) om onverwijld de rekening van Fearnley Securities AS bij Clearstream Banking S.A. met nummer 18237 met tenaamstelling ten behoeve van Juno te crediteren met een bedrag van € 6.413.247,00, en de daarvoor benodigde middelen aan Clearstream Banking S.A. ter beschikking te stellen (al dan niet door middel van haar Paying Agent Quirin Privatbank AG), met veroordeling van Tennor om aan Juno een dwangsom te betalen van € 6.413.247,00 als zij niet hieraan voldoet, en met veroordeling van Tennor in de proceskosten. Het bestreden vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard. 2.2. Ter onderbouwing van haar incidentele vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging heeft Tennor gesteld dat haar belang bij de gevorderde schorsing met name in het restitutierisico ligt. De financiële gegoedheid van Juno is voor Tennor niet vast te stellen, omdat geen openbare gegevens beschikbaar zijn. Juno is gevestigd op de Kaaimaneilanden waar Nederland geen verdragsrelatie mee heeft inzake de executie van vonnissen. Tennor loopt een groot risico om bij een andersluidend oordeel in appel een vordering te verkrijgen op een buitenlandse vennootschap ten laste waarvan Tennor geen vonnis kan executeren en waarvan de financiële situatie onbekend is. Daarnaast heeft Juno geen zekerheid gesteld. Verder heeft Tennor belang bij schorsing van de tenuitvoerlegging, omdat zij zich anders genoodzaakt kan zien gedane investeringen vervroegd te gelde te moeten maken, waardoor een groot bedrag aan waarde tenietgaat. Dit kan voor Tennor tot onomkeerbare schade leiden als in hoger beroep de vordering van Juno alsnog wordt afgewezen. 2.3. Juno heeft verweer gevoerd op gronden waarop hierna, voor zover van belang, zal worden ingegaan. 2.4. Bij de beoordeling van de incidentele vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden vonnis, stelt het hof het volgende voorop (vgl. HR 20 december 2019, ECLI:NL:HR:2019:2026). Uitgangspunt is dat een uitgesproken veroordeling, hangende een hogere voorziening, uitvoerbaar dient te zijn en ten uitvoer kan worden gelegd. Afwijking van dit uitgangspunt kan worden gerechtvaardigd door omstandigheden die meebrengen dat het belang van de veroordeelde bij behoud van de bestaande toestand zolang niet op het door hem ingestelde rechtsmiddel is beslist, ook gegeven dit uitgangspunt, zwaarder weegt dan het belang van degene die de veroordeling in de ten uitvoer te leggen uitspraak heeft verkregen, bij de uitvoerbaarheid bij voorraad daarvan. Bij de toepassing van deze maatstaf moet worden uitgegaan van de beslissingen in de ten uitvoer te leggen uitspraak en van de daaraan ten grondslag liggende vaststellingen en oordelen, en blijft de kans van slagen van het tegen die beslissing aangewende rechtsmiddel buiten beschouwing, met dien verstande dat de rechter in zijn oordeelsvorming kan betrekken of de ten uitvoer te leggen beslissing(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.