afdeling strafrecht parketnummer: 23-000532-20 datum uitspraak: 23 mei 2023 TEGENSPRAAK Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 18 februari 2020 in de strafzaak onder parketnummer 13-730031-19 tegen [verdachte01] , geboren te [geboorteplaats01] op [geboortedatum01] 1987, adres: [adres01] . Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 9 mei 2023 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht. Tenlastelegging Gelet op de in eerste aanleg door de rechtbank toegelaten wijzigingen is aan de verdachte tenlastegelegd dat: hij op één of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 9 augustus 2019 tot en met 16 augustus 2019 te Amsterdam en/of Diemen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, (ongeveer) (in het (bedrijfs)pand [adres02] ) - 9,73 kilogram MDMA, bestaande uit onder andere (ongeveer) 11.388 pillen MDMA en/of - 2 tabletten en/of 18 tabletten MDMA en/of - 1 tablet 2C-B en/of - 0,76 kilogram cocaïne en/of - 0,35 kilogram amfetamine en/of (in de Postpakketten [winkel01] ) - 6,73 kilogram MDMA, bestaande uit onder andere (ongeveer) 14.667 pillen MDMA en/of (in de Seat met kenteken [kenteken01] ) - 19,20 kilogram MDMA, bestaande uit onder andere (ongeveer) 45.596 pillen MDMA en/of - 1,5 kilogram cocaïne, in elk geval hoeveelheden en/of een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA en/of 2C-B en/of cocaïne en/of amfetamine, in elk geval (telkens) (een) middel(en) vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I; Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere bewezenverklaring, kwalificatie en strafoplegging komt dan de rechtbank. Bewijsoverweging De verdediging heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep op het standpunt gesteld dat de verdachte vrijgesproken dient te worden van het hem tenlastegelegde. De raadsman heeft daartoe aangevoerd dat uit het dossier onvoldoende blijkt dat de verdachte wetenschap had van de verdovende middelen. Daarnaast zijn de door de verdachte verrichte handelingen van onvoldoende gewicht om te kunnen spreken van medeplegen. Het hof oordeelt als volgt. Op camerabeelden is het volgende te zien. Op 13 augustus 2019 betrad de verdachte om 9:57 uur het bedrijfspand aan de [adres02] . Omstreeks 12:47 uur zette hij een aantal pakketjes in de hal bij de voorgevel. Hij kijkt heen en weer kijkt door de raampjes in de voorgevel en loopt weer naar de ruimte achter de voordeur. Na enkele ogenblikken komt hij weer de gang in met een aantal pakketjes. De verdachte parkeerde zijn auto voor de deur en laadde twaalf dozen in zijn auto, waarna hij het pand met een sleutel afsloot en wegreed. Te zien is dat de verdachte bij het naar buiten gaan zijn omgeving scande door door de ramen van het pand heen naar links en naar rechts te kijken. Ook bij het naar binnen gaan scant hij de omgeving door naar links en rechts te kijken. Op 16 augustus 2019 om 7:08 uur betrad de verdachte opnieuw het pand en om 09:43 uur vertrok hij weer. Omstreeks 10:37 uur keerde de verdachte terug en liep met twee grote witte plastic zakken het pand binnen. Om 11:04 uur arriveerde de medeverdachte [medeverdachte01] met een bestelauto en ging ook naar binnen. De verdachte verliet het pand om 11:44 uur opnieuw en keerde om 12:17 uur weer terug. Om 12.48 uur parkeerde [medeverdachte01] vervolgens zijn bestelauto vlak tegen de voorgevel aan, plaatste samen met de verdachte pakketten in de auto en reed weg. Om 12.55 uur reed de verdachte eveneens weg, waarna hij en [medeverdachte01] om 15.30 uur weer bij het pand terugkwamen, naar binnen gingen en daar vervolgens werden aangehouden. Uit het voorgaande volgt dat de verdachte op 16 augustus 2019 op verschillende momenten gedurende enkele uren alleen en deels samen met [medeverdachte01] in het bedrijfspand aan de [adres02] aanwezig was. Voorts blijkt hieruit dat de verdachte beschikte over de sleutel van dit pand. In dit pand zijn op 16 augustus 2019 voor een ieder zichtbaar grote hoeveelheden verdovende middelen aangetroffen. [medeverdachte01] heeft hierover verklaard dat hij op 16 augustus 2019 pakketten met daarin harddrugs heeft weggebracht naar Amsterdam Zuidoost, dat hij die pakketten die dag aan het inpakken was en dat hij nog niet had opgeruimd. [medeverdachte01] heeft voorts verklaard dat de verdovende middelen aan hem werden geleverd, hij alles dan naar het pand bracht en moest inpakken in blikken. Hij kreeg een lijst met welke pakketten moesten worden gemaakt en welke adressen (het hof begrijpt de adressen voor de etiketten op de pakketten) hij moest uitprinten. Uit de stukken volgt dat de loods zo was ingericht en voorzien van goederen dat hier op grote schaal postpakketten konden worden gereedgemaakt voor verzending. Aanwezig waren dozen, schuimvulling, tape, handschoenen, computers, printers, lege blikken, labels, een vacumeermachine, verpakkingsmaterialen en weegschalen. De verdachte heeft [medeverdachte01] op 16 augustus 2019 geholpen met het in een bestelauto plaatsen van pakketten. Uit de stukken blijkt dat [medeverdachte01] vervolgens met deze bestelauto naar Amsterdam Zuidoost is gereden, waar hij contact maakte met medeverdachte [medeverdachte02] , bestuurder van een Seat Leon. Vanuit de bestelauto van [medeverdachte01] werden de pakketten in de Seat Leon gezet. [medeverdachte02] heeft enkele van deze pakketten afgeleverd bij [winkel01] . Onderzoek naar de vijftien in de Seat Leon en de drie bij [winkel01] aangetroffen dozen heeft uitgewezen dat daarin verdovende middelen zaten en dat ze allemaal bestemd waren voor het buitenland. De verdovende middelen in de pakketten waren verpakt in blikken met snoepetiketten. De blikken werden op hun plaats gehouden met piepschuim korrels. Vergelijkbare blikken, etiketten en de piepschuimkorrels zijn in de loods aangetroffen. De verdachte heeft op 16 augustus 2019 deze piepschuim korrels en inktpatronen voor de printer in de loods gekocht. Het hof acht deze feiten en omstandigheden redengevend voor het bewijs dat de verdachte opzettelijk verdovende middelen aanwezig heeft gehad, heeft vervoerd en buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht. De verdachte heeft geen aannemelijke verklaring gegeven voor zijn aanwezigheid in de loods op het moment dat daar pakketten met verdovende middelen zijn klaargemaakt voor vervoer naar het buitenland, die de belastende betekenis van dit bewijs wegneemt. De verdachte heeft verklaard dat hij slechts in het pand aanwezig was om zich terug te trekken en om te chillen en dat hij niet wist dat er drugs in het pand aanwezig waren. Die verklaring acht het hof ongeloofwaardig. Daartoe overweegt het hof dat het niet aannemelijk is dat iemand vier uur lang in een ruimte zonder ramen zit waar een chemische geur van drugs hangt en waar verdovende middelen in blikken worden gedaan en vervolgens worden verpakt in dozen voorzien van etiketten met adressen in het buitenland, zonder dit te weten. Daarnaast ligt het niet voor de hand om iemand een sleutel te geven van een pand waarin voor een ieder zichtbaar voor een grote waarde aan verdovende middelen ligt, terwijl diegene daarvan niets afweet. Bovendien blijkt uit het voorgaande dat de verdachte ook op 13 augustus 2019 in het pand aanwezig was, dat hij daar toen pakketten die hij uit het pand haalde in zijn auto heeft geplaatst en voorafgaand daaraan met veel aandacht de omgeving heeft gescand. Dit is gedrag dat wijst op betrokkenheid bij strafbare feiten. Tot slot neemt het hof in aanmerking dat de verdachte bij de politie overwegend heeft gezwegen en geen vragen heeft willen beantwoorden. Anders dan de raadsman acht het hof op grond van deze bewijsmiddelen ook wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte als medepleger van het tenlastegelegde is aan te merken, nu sprake was van een gezamenlijke uitvoering van het tenlastegelegde met medeverdachte [medeverdachte01] en de handelingen van de verdachte aan te merken zijn als uitvoeringshandelingen. De verdachte heeft immers op zijn minst een rol gehad bij het aanschaffen van goederen waarmee de verzending kon worden uitgevoerd en bij het in de auto plaatsen van pakketten met verdovende middelen welke bestemd waren voor het buitenland. Het is naar het oordeel van het hof in het licht van het voorgaande onmogelijk dat het de verdachte daarbij is ontgaan dat het om postpakketten met drugs ging, die voor het buitenland waren bestemd, zoals blijkt uit de adressering daarvan. Daarbij heeft de verdachte bewust en nauw samengewerkt met [medeverdachte01] . Zijn bijdrage is van voldoende gewicht geweest om van medeplegen te spreken. Omdat alle pakketten in de Seat Leon en bij [winkel01] bestemd waren voor het buitenland en terug te voeren zijn op de verdachte en zijn medeverdachte en op [adres02] , acht het hof ook de zogenaamde verlengde uitvoer bewezen. Zij hebben deze verdovende middelen vervoerd of voor vervoer aangeboden naar buitenlandse bestemmingen. Dat is anders ten aanzien van de verdovende middelen die zijn aangetroffen in het pand [adres02] . Van die verdovende middelen kan niet zonder meer worden vastgesteld dat deze bestemd waren voor het buitenland en dus ook niet dat de verdachte en zijn medeverdachte die hebben aangenomen om te (laten) vervoeren naar het buitenland. Ten aanzien van die verdovende middelen kan wel worden bewezen dat de verdachte die samen met zijn medeverdachte opzettelijk aanwezig heeft gehad. Bewezenverklaring Het hof acht, gelet op de inhoud van de bewijsmiddelen en hetgeen hiervoor is overwogen, wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: hij op 16 augustus 2019 te Diemen tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer in het (bedrijfs)pand [adres02] : - 9,73 kilogram MDMA, bestaande uit onder andere (ongeveer) 11.388 pillen MDMA en - 1 tablet 2C-B en - 0,76 kilogram cocaïne en - 0,35 kilogram amfetamine en hij op 16 augustus 2019 te Amsterdam en Diemen tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht, ongeveer in de Postpakketten [winkel01] : - 6,73 kilogram MDMA, bestaande uit onder andere (ongeveer) 14.667 pillen MDMA en in de Seat met kenteken [kenteken01] : - 19,20 kilogram MDMA, bestaande uit onder andere (ongeveer) 45.596 pillen MDMA en - 1,5 kilogram cocaïne. Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. Bewijsmiddelen Het hof neemt over de bewijsmiddelen zoals vermeld in de bijlage II bij het vonnis van de rechtbank. Het hof voegt daaraan nog het volgende toe. In bewijsmiddel 2 wordt toegevoegd: “Uiteindelijk loopt hij naar de raampjes die in de voorgevel zitten en kijkt naar links en naar rechts. […] NN1 loopt naar binnen en scant wederom de omgeving af door naar links en naar rechts te kijken.” Als bewijsmiddelen worden toegevoegd:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.