GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling civiel recht en belastingrecht, team I zaaknummers : 200.314.554/01 en 200.314.585/01 zaaknummers rechtbank Amsterdam : C/13/705664/HA ZA 21-712 en C/13/705739/HA ZA 21-716 arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 6 juni 2023 inzake [appellante] V.O.F., gevestigd te [vestigingsplaats] , appellante in de hoofdzaak, eiseres in het incident, advocaat: mr. R. Bosman te Rotterdam, tegen [geïntimeerde] , wonende te [woonplaats] , geïntimeerde in de hoofdzaak, verweerder in het incident, advocaat: mr. A.J.M. Dekkers te Goes 1Het geding in hoger beroep Partijen worden hierna [appellante] en [geïntimeerde] genoemd. [appellante] is bij dagvaardingen van 27 juli 2022 in hoger beroep gekomen van vonnissen van de rechtbank Amsterdam van 4 mei 2022, onder bovenstaande zaaknummers gewezen tussen [geïntimeerde] als eiser en onder meer [appellante] als gedaagde. Daarna zijn in beide procedures de volgende stukken ingediend in de hoofdzaak: memorie van grieven met producties; memorie van antwoord met producties. Vervolgens heeft [appellante] in beide procedures bij conclusie een incidentele vordering ingesteld tot schorsing ex artikel 351 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), althans tot het aan de tenuitvoerlegging verbinden van de voorwaarde van zekerheidstelling op de voet van artikel 235 Rv, met – uitvoerbaar bij voorraad – veroordeling van [geïntimeerde] in de kosten van het incident. [geïntimeerde] heeft daarop bij conclusie geantwoord en geconcludeerd dat het hof de incidentele vordering zal afwijzen, met veroordeling van [appellante] in de kosten van het incident. Vervolgens is arrest gevraagd in het incident. 2Beoordeling 2.1. Bij de bestreden vonnissen heeft de rechtbank – kort gezegd en voor zover in de incidenten van belang – [appellante] veroordeeld tot betaling van €30.300,00, met wettelijke rente over dit bedrag vanaf 7 december 2020, een bedrag van €2.481,95 en de proceskosten. [appellante] is niet verschenen in eerste aanleg. De tegen haar ingestelde vorderingen zijn als niet onrechtmatig of ongegrond toegewezen. De bestreden vonnissen gelden op grond van art. 140 lid 3 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) als vonnissen op tegenspraak, omdat de andere gedaagde wel is verschenen. De bestreden vonnissen zijn uitvoerbaar bij voorraad verklaard. De uitvoerbaarverklaring bij voorraad is niet gemotiveerd. 2.2. Ter onderbouwing van haar incidentele vorderingen stelt [appellante] , kort gezegd, dat haar belang bij behoud van de bestaande toestand dient te prevaleren boven het belang van [geïntimeerde] , dat het oordeel van de rechtbank berust op een kennelijke misslag en dat er sprake is van een restitutierisico. 2.3. [geïntimeerde] heeft verweer gevoerd op gronden waarop hierna, voor zover van belang, zal worden ingegaan. 2.4. Bij de beoordeling van de incidentele vorderingen tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden vonnis, waarin over de uitvoerbaarheid bij voorraad ongemotiveerd is beslist, stelt het hof het volgende voorop (vgl. HR 20 december 2019, ECLI:NL:HR:2019:2026). Uitgangspunt is dat een uitgesproken veroordeling, hangende een hogere voorziening, uitvoerbaar dient te zijn en ten uitvoer kan worden gelegd. Afwijking van dit uitgangspunt kan worden gerechtvaardigd door omstandigheden die meebrengen dat het belang van de veroordeelde bij behoud van de bestaande toestand zolang niet op het door hem ingestelde rechtsmiddel is beslist, ook gegeven dit uitgangspunt, zwaarder weegt dan het belang van degene die de veroordeling in de ten uitvoer te leggen uitspraak heeft verkregen, bij de uitvoerbaarheid bij voorraad daarvan. Bij de toepassing van deze maatstaf moet worden uitgegaan van de beslissingen in de ten uitvoer te leggen uitspraak en van de daaraan ten grondslag liggende vaststellingen en oordelen, en blijft de kans van slagen van het tegen die beslissing aangewende rechtsmiddel buiten beschouwing, met dien verstande dat de rechter in zijn oordeelsvorming kan betrekken of de ten uitvoer te leggen beslissing(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.