afdeling strafrecht parketnummer: 23-000528-22 datum uitspraak: 6 juni 2023 TEGENSPRAAK Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam (locatie Amsterdam) van 21 februari 2022 in de strafzaak onder parketnummer 96-246950-21 tegen [verdachte01] , geboren te [geboorteplaats01] op [geboortedatum01] 1984, adres: [adres01] . Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 23 mei 2023. De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd dat: hij, op of omstreeks 11 maart 2021 te Amsterdam op of aan de openbare weg, de Eerste van Swindenstraat, althans op enige voor het publiek toegankelijke plaats, tegen goederen baldadigheid heeft gepleegd, waardoor gevaar of nadeel kon worden teweeggebracht, bestaande die baldadigheid uit het maken van gaten in een poster. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 395a van het Wetboek van Strafvordering. Vrijspraak Het standpunt van de raadsman De raadsman heeft ter terechtzitting in hoger beroep primair vrijspraak bepleit. Daartoe heeft hij het volgende aangevoerd: de gedraging van de verdachte was een middel om zijn mening te uiten. Zijn doel was niet het veroorzaken van ergerlijke overlast; baldadigheid kan alleen worden gepleegd tegen andermans goed (of persoon). Omdat de posters illegaal waren opgeplakt, behoorden zij echter aan niemand toe; met het illegaal opplakken van de posters was een illegale situatie gecreëerd. Het weghalen van de posters zou de openbare orde hebben hersteld, zodat geen gevaar of nadeel teweeg is gebracht. Het standpunt van de advocaat-generaal De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat het tenlastegelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen. Daartoe heeft zij van belang geacht dat de gedragingen van de verdachte het straatbeeld aantastten en een troeperig en naar beeld gaven, hetgeen overlast kon opleveren. Dat baldadigheid niet kan worden gepleegd tegen een res nullius is voorts onjuist, nu de strafbaarstelling van baldadigheid strekt tot bescherming van de openbare orde. Het oordeel van het hof Juridisch kader De tenlastelegging is toegesneden op baldadigheid zoals bedoeld in artikel 424 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Voor een veroordeling op grond van deze strafbepaling is vereist dat de handeling van de verdachte een zodanige baldadigheid betreft, dat deze gevaar of nadeel teweeg kan brengen. In dat verband is van belang dat artikel 424 Sr, blijkens de titel van het wetboek waarin zij is opgenomen, strekt tot bescherming van de algemene veiligheid van (personen
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.