afdeling strafrecht parketnummer: 23-002447-21 datum uitspraak: 27 juni 2023 Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis dan wel de beslissing van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 31 maart 2021 respectievelijk 27 augustus 2021 in de strafzaak onder de parketnummers 13-172620-20, 13-058452-21 (gevoegd ter terechtzitting), 23-003523-18 (TUL) en 15-009114-19 (TUL) tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1973, adres: [adres]. Onderzoek ter terechtzitting Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 27 juni
- Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot niet-ontvankelijkheidverklaring van de verdachte in het hoger beroep. Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep De politierechter heeft op 31 maart 2021 vonnis gewezen in de gevoegde strafzaken onder de parketnummers 13-172620-20 en 13-058452-21 en daarbij beslissingen genomen op de vorderingen tot tenuitvoerlegging van de eerder opgelegde voorwaardelijke straffen onder de parketnummers 2300352318 en 15-009114-
- De verdachte is in de gevoegde zaken veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 40 dagen, met aftrek van voorarrest, waarvan 38 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren en met oplegging van bijzondere voorwaarden. Op 27 augustus 2021 is door de politierechter een afzonderlijke beslissing genomen op een vordering tot tenuitvoerlegging van de eerder opgelegde voorwaardelijke straf onder het parketnummer 13-172620-20; de politierechter heeft de tenuitvoerlegging gelast van de 38 dagen gevangenisstraf. Uit de akte instellen rechtsmiddel met de parketnummers 13-172620-20, 13-058452-21, 23-003523-18 en 15-009114-19 volgt dat de verdachte op 2 september 2021 hoger beroep heeft ingesteld tegen ‘het vonnis van 27 augustus 2021’. Voor zover de verdachte heeft bedoeld hoger beroep in te stellen tegen het vonnis van 31 maart 2021, waarmee vermelde parketnummers corresponderen, overweegt het hof dat dit evident te laat is ingesteld. Voornoemd vonnis is immers op tegenspraak gewezen, waardoor de termijn voor het instellen van hoger beroep van veertien dagen zoals bedoeld in artikel 408 van het Wetboek van Strafvordering op 31 maart 2021 is aangevangen. De verdachte kan om die reden niet in het hoger beroep worden ontvangen voor zover dit ziet op voornoemd vonnis. Uit de volmacht instellen rechtsmiddel hoger beroep van 2 september 2021, zoals aangehecht aan de hiervoor vermelde akte instellen rechtsmiddel, lijkt te volgen dat de verdachte heeft bedoeld hoger beroep in te stellen tegen de beslissing van 27 augustus 2021, welke datum ook in de akte is vermeld. Nu de beslissing van 27 augustus 2021 echter de beslissing op een vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder voorwaardelijk opgelegde straf inhoudt wegens overtreding van de bijzondere voorwaarden, waartegen geen hoger beroep mogelijk is op grond van artikel 6:6:7 van het Wetboek van Strafvordering, oordeelt het hof dat de verdachte eveneens niet in het hoger beroep kan worden ontvangen voor zover dit ziet op voornoemde beslissing van 27 augustus
- De verdachte zal dan ook niet-ontvankelijk in het hoger beroep worden verklaard. BESLISSING Het hof: Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep. Dit arrest is gewezen door de meervoudige kamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. B.E. Dijkers, mr. S. Jongeling en mr. A.M.M.E. Doekes - Beijnes, in tegenwoordigheid van mr. S. den Hartog, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 27 juni
- mr. A.M.M.E. Doekes – Beijnes is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.