← Nederland

ECLI:NL:GHAMS:2023:1739

GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling civiel recht en belastingrecht, team I zaaknummer : 200.282.510/01 zaak-/rolnummer rechtbank Noord-Holland : 8004334 /CV EXPL 19-6466 arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 18 juli 2023 inzake [appellant] wonend te [woonplaats] ( [land] ), appellant, advocaat: mr. B. Pietersz te Amsterdam, tegen [geïntimeerde] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , geïntimeerde, advocaat: mr. K. Straathof te Alkmaar. Partijen worden hierna [appellant] en [geïntimeerde] genoemd. 1Het verdere verloop van het geding in hoger beroep Het hof heeft in deze zaak op 11 oktober 2022 een tussenarrest (hierna: het tussenarrest) gewezen, waarbij [appellant] is toegelaten tot bewijslevering. Voor het verloop van het geding tot die datum wordt naar dat arrest verwezen. Op 13 januari 2023 hebben getuigenverhoren plaatsgehad. Daarna hebben [appellant] en [geïntimeerde] een memorie na enquête ingediend. Ten slotte is arrest gevraagd. 2De verdere beoordeling 2.1 Bij het tussenarrest is [appellant] toegelaten tot het bewijs van zijn stelling dat partijen zijn overeengekomen dat [appellant] geen parkbijdrage verschuldigd is voor het perceel [perceelnummer 1] (hierna te noemen: [perceelnummer 1] ) na samenvoeging van [perceelnummer 1] en het perceel [perceelnummer 2] (hierna te noemen: [perceelnummer 2] ). [appellant] heeft vervolgens één getuige ( [appellant] ) doen horen. In contra-enquête heeft [geïntimeerde] één getuige ( [naam 1] ) doen horen. 2.2 Het hof zal thans onderzoeken of [appellant] in zijn bewijslevering is geslaagd. 2.3 Getuige [appellant] heeft, voor zover relevant, verklaard: Wij hebben gezien dat de perceel [perceelnummer 1] , dat naast ons perceel [perceelnummer 2] ligt, steeds meer was vervallen en vervuild. Wij waren in de zomervakantie van 2014 daar, en toen was ons opgevallen dat er ratten waren op perceel [perceelnummer 1] . Wij wilden met [naam 1] spreken, maar hij had geen tijd. Hij zou later naar ons perceel komen om de problemen te bespreken. [naam 1] kwam toen naar ons toe en wij hebben samen kavel [perceelnummer 1] bekeken, en zagen samen de ratten rondlopen. Wij wilden dat [naam 1] er wat aan deed. Hij kon geen oplossing bieden. Het gesprek heeft een hele tijd geduurd, maar er kwam geen oplossing. Toen hebben mijn man en ik samen nagedacht over een mogelijke oplossing. Daarop hebben wij [naam 1] voorgesteld om perceel [perceelnummer 1] te kopen, het huis te slopen en daar een tuin van te maken. Dit onder de voorwaarde dat er geen parkbijdrage betaald hoefde te worden. Dit gebeurde ook in de zomervakantie van 2014, in hetzelfde gesprek. [naam 1] ging hiermee akkoord en wij hebben met een handdruk deze afspraak bezegeld. Ook dit gebeurde in hetzelfde gesprek. Er is daarna niet meer gesproken over een parkbijdrage. Ik weet niet of in dat gesprek de samenvoeging van perceel [perceelnummer 1] en [perceelnummer 2] aan de orde is gekomen. Bij dat gesprek waren [naam 1] , mijn man en ik aanwezig. Ik ben na deze zomer niet meer bij gesprekken over dit onderwerp geweest. Mijn man is naar de notaris gegaan voor de akte van levering. Ik ben daar niet bij aanwezig geweest. Voor die afspraak met de notaris heb ik met mijn man besproken dat de afspraak dat wij geen parkbijdrage hoefden te betalen in de akte zou moeten staan. Na afloop van de afspraak met de notaris heb ik van mijn man gehoord dat de afspraak niet in de akte is opgenomen, omdat dat volgens de notaris niet kon omdat het standaardbepalingen in de akte betroffen. (…) Er heeft één gesprek met [naam 1] plaatsgevonden, tijdens dat gesprek hebben mijn man en ik kort overlegd, [naam 1] was daar bij. Ik heb de leveringsakte op voorhand niet gezien. Ik weet niets over facturen voor perceel [perceelnummer 1] , mijn man heeft dit geregeld en ik ging hier niet over. Ik wist niet dat er in de leveringsakte iets stond opgenomen over bouwgrond voor een recreatiebungalow. Dat was niet wat wij voor ogen hadden. Het gesprek heeft ongeveer vijftien minuten geduurd. 2.4 [appellant] is de echtgenote van [appellant] en bij zijn praktijk in loondienst. Haar verklaring is in dit licht gewogen. Overigens, omdat [geïntimeerde] geen bewijslast draagt, geldt de waarderingsregel van artikel 164 Rv. niet voor de hierna vermelde verklaring die [naam 1] in contra-enquête heeft afgelegd. 2.5 Getuige [naam 1] is de directeur van [geïntimeerde] . Hij heeft, voor zover relevant, verklaard: Er stond een huisje op het perceel. Op een gegeven moment krijg ik bericht dat [appellant] het huisje gekocht heeft. Wij kregen hier bericht over van de notaris. De notaris zou ons in 2015 een mail gestuurd hebben met de mededeling dat het huisje zou zijn of zou worden overgedragen. Een heer [naam 2] was eigenaar van het huisje alvorens het werd verkocht aan de familie [appellant] . Voor dit bericht zijn er geen gesprekken geweest met de familie [appellant] over perceel [perceelnummer 1] . Ik heb met de familie [appellant] niet gesproken over een parkbijdrage voor of na de levering van perceel [perceelnummer 1] . Ik heb met hen pas later contact gehad. In de langlopende rechtszaak die begon in 2013 werd de parkbijdrage ter discussie gesteld. Ik heb met [appellant] niet gesproken over samenvoeging van de percelen [perceelnummer 1] en [perceelnummer 2] , ook niet na de levering. Na de samenvoeging heb ik ook niet met de familie [appellant] gesproken over de parkbijdrage. De familie [appellant] heeft na de levering een hovenier ingeschakeld en bouwactiviteiten verricht. Daarover is een heftige discussie ontstaan, maar dit is opgelost. In februari 2015 hebben zij perceel [perceelnummer 1] geleverd gekregen. In 2019 heb ik voor het eerst gehoord dat zij de facturen van de parkbijdrage voor perceel [perceelnummer 1] niet willen betalen en een beroep doen op een gestelde gemaakte afspraak dat geen parkbijdrage voor perceel [perceelnummer 1] betaald zou hoeven worden. Wij hebben steeds facturen gestuurd en in de periode tot 2019 geen reactie gehad op de facturen. Op 17juni 2015 heb ik een betaling ontvangen met betalingskenmerk ‘ [perceelnummer 1] / [perceelnummer 2] ’. Ik heb de leveringsakte enkele maanden na de levering gezien. Dit is gebruikelijk bij ons. Wij controleren na elke levering de akte op hun juistheid. Wij letten hierbij vooral op de standaardbepalingen, zoals die over de parkbijdrage, het gebruik van de algemene delen van het park en de kettingbedingen. In deze akte was daar niet van afgeweken. Ik ben niet bij de notaris geweest bij de levering. (…) Ik heb nooit met dhr. en mw. [appellant] samen gesproken, ook niet over de aankoop van perceel [perceelnummer 1] . 2.6 Het hof constateert dat de afgelegde verklaringen elkaar tegenspreken. Het hof acht [appellant] niet geslaagd in het door hem te leveren bewijs. Weliswaar bevat de door [appellant] afgelegde getuigenverklaring elementen die steun bieden aan de door [appellant] te bewijzen stelling, maar mede in het licht van de inhoud van de leveringsakte van [perceelnummer 1] (zie het tussenarrest onder 3.f) en de verklaring van [naam 1] , die daaraan geen steun bieden, is onvoldoende komen vast te staan dat [appellant] met [naam 1] bij de aankoop van [perceelnummer 1] mondeling heeft afgesproken dat [appellant] geen parkbijdrage verschuldigd is voor [perceelnummer 1] na samenvoeging van [perceelnummer 1] en [perceelnummer 2] . Gelet op het voorgaande kan in het midden blijven of een eventuele toezegging van [naam 1] ook een toezegging van [geïntimeerde] is omdat [naam 1] op dat moment namens [geïntimeerde] optrad. 2.7 Dat [appellant] heeft verklaard dat de notaris heeft geweigerd mee te werken aan aanpassing/doorhaling van het kettingbeding over de parkbijdrage kan haar niet baten. Immers, dit is geen verklaring uit eigen waarneming. Zij was niet aanwezig bij de afspraak van [appellant] met de notaris. Daarbij komt dat [appellant] geen verklaring van de notaris in het geding heeft gebracht die dit onderdeel van de verklaring van [appellant] bevestigt. Ook heeft [appellant] de notaris niet als getuige voorgedragen. 2.8 Ook weegt hof in het nadeel van [appellant] mee dat hij de gestelde mondelinge afspraak nimmer schriftelijk aan [geïntimeerde] heeft bevestigd, terwijl daar zowel na de beweerdelijke mondelinge afspraak met [naam 1] als na het passeren van de notariële akte alle aanleiding toe zou zijn en hij daar ook evident belang bij had. Voor dat uitblijven heeft [appellant] geen afdoende verklaring gegeven. Evenmin heeft hij na ontvangst van de eerste parkbijdragefactuur voor [perceelnummer 1] [geïntimeerde] gewezen op de afspraak die volgens hem was gemaakt. Tot slot ligt de vermeende afspraak ook niet in de rede, omdat het verdienmodel van [geïntimeerde] is gebaseerd op het incasseren van de parkbijdrage. 2.9 Gezien overweging 4.20 van het tussenarrest, is de conclusie van het voorgaande dat de onderdelen van de grieven 3 en 4 en grief 1, voor zover die betrekking hebben op [perceelnummer 1] , van [appellant] geen succes hebben. Dit betekent dat de rechtbank de vorderingen van [geïntimeerde] terecht heeft toegewezen en die van [appellant] terecht heeft afgewezen en dat het bestreden vonnis zal worden bekrachtigd. 2.10 [appellant] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van het hoger beroep. 3Beslissing Het hof: bekrachtigt het bestreden vonnis; wijst af het in hoger beroep meer of anders gevorderde; veroordeelt [appellant] in de kosten van het geding in hoger beroep, aan de zijde van [geïntimeerde] tot heden begroot op € 760,= aan verschotten en € 2.508,= voor salaris en op € 163,= voor nasalaris, te vermeerderen met € 85,= voor nasalaris en de kosten van het betekeningsexploot ingeval betekening van dit arrest plaatsvindt, te vermeerderen met de wettelijke rente, indien niet binnen veertien dagen na dit arrest dan wel het verschuldigd worden van de nakosten aan de kostenveroordeling is voldaan; verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad. Dit arrest is gewezen door mrs. J.C. Toorman, J.C.W. Rang en M.E. Hinskens-van Neck en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 18 juli 2023.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.