GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling civiel recht en belastingrecht, team I zaaknummer : 200.317.288/01 zaak-/rolnummer rechtbank Noord-Holland : 9662280 \ CV EXPL 22-689 arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 31 januari 2023 inzake [appellant] , wonend te [woonplaats] , appellant in de hoofdzaak, eiser in het incident, advocaat: mr. A.T. Leigh te Haarlem, tegen STICHTING TELGEN, gevestigd te Den Haag, geïntimeerde in de hoofdzaak, verweerster in het incident, advocaat: mr. M.W.R. Hoogstraten te Den Haag. 1Het geding in hoger beroep Partijen worden hierna [appellant] en Stichting Telgen genoemd. [appellant] is bij dagvaarding van 4 oktober 2022 in hoger beroep gekomen van een vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Noord-Holland van 28 september 2022, onder bovenstaand zaak-/rolnummer gewezen tussen Stichting Telgen als eiseres en [appellant] als gedaagde. Bij de dagvaarding in hoger beroep heeft [appellant] tevens een incidentele vordering tot schorsing ex artikel 351 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) ingesteld. [appellant] heeft in het incident gevorderd dat het hof de tenuitvoerlegging van het bestreden vonnis zal schorsen, voor zover het de beslissingen in het dictum onder 7.1 en 7.2 betreft, totdat het hof eindarrest heeft gewezen in de hoofdzaak, althans een zodanige voorziening te treffen als het hof juist zal achten, met veroordeling van Stichting Telgen in de kosten van dit incident. De zaak is aangebracht op de rol van 18 oktober 2022. Op deze datum heeft [appellant] overeenkomstig voormeld exploot geconcludeerd. Stichting Telgen heeft daarop bij conclusie geantwoord en geconcludeerd dat het hof de incidentele vordering zal afwijzen, met veroordeling van [appellant] in de kosten van het incident. Vervolgens is arrest gevraagd in het incident. [appellant] heeft bij fourneren voor arrest in incident als productie H een productie overgelegd die hij niet eerder in het geding heeft gebracht. Dit is te laat. Deze productie wordt daarom buiten beschouwing gelaten. 2Beoordeling 2.1. Bij het bestreden vonnis heeft de kantonrechter – kort gezegd en voor zover in het incident van belang – op vordering van Stichting Telgen de tussen partijen geldende huurovereenkomst met betrekking tot de woning aan het [adres] in [plaats] ontbonden (7.1) en [appellant] veroordeeld om de woning binnen dertig dagen na de betekening van het vonnis te ontruimen (7.2). Daartoe heeft de kantonrechter, samengevat, overwogen dat de in de overgelegde klachten omschreven gedragingen van [appellant] als ernstige en structurele overlast kunnen worden aangemerkt, dat die gedragingen dermate ernstig zijn dat deze tekortkoming van [appellant] de ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigt en dat de belangen van omwonenden bij een rustig en ongestoord huurgenot, waarvan zij al lang verstoken zijn gebleven, in dit geval prevaleren boven het belang van [appellant] bij voortzetting van de huur. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard. De uitvoerbaarverklaring bij voorraad is niet gemotiveerd. 2.2. Ter onderbouwing van zijn incidentele vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging heeft [appellant] , kort gezegd, aangevoerd dat zijn belang bij behoud van de bestaande situatie zwaarder weegt dan het belang van Stichting Telgen bij executie van het vonnis, omdat de gevolgen daarvan voor hem, gelet op zijn gezondheidsproblemen, enorm en onomkeerbaar zullen zijn. 2.3. Stichting Telgen heeft verweer gevoerd op gronden waarop hierna, voor zover van belang, zal worden ingegaan. 2.4. Bij de beoordeling van de incidentele vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden vonnis, waarin over de uitvoerbaarheid bij voorraad ongemotiveerd is beslist, stelt het hof het volgende voorop (vgl. HR 20 december 2019, ECLI:NL:HR:2019:2026). Uitgangspunt is dat een uitgesproken veroordeling, hangende een hogere voorziening, uitvoerbaar dient te zijn en ten uitvoer kan worden gelegd. Afwijking van dit uitgangspunt kan worden gerechtvaardigd door omstandigheden die meebrengen dat het belang van de veroordeelde bij behoud van de bestaande toestand zolang niet op het door hem ingestelde rechtsmiddel is beslist, ook gegeven dit uitgangspunt, zwaarder weegt dan het belang van degene die de veroordeling in de ten uitvoer te leggen uitspraak heeft verkregen, bij de uitvoerbaarheid bij voorraad daarvan. Bij de toepassing van deze maatstaf moet worden uitgegaan van de beslissingen in de ten uitvoer te leggen uitspraak en van de daaraan ten grondslag liggende vaststellingen en oordelen, en blijft de kans van slagen van het tegen die beslissing aangewende rechtsmiddel buiten beschouwing, met dien verstande dat de rechter in zijn oordeelsvorming kan betrekken of de ten uitvoer te leggen beslissing(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.