afdeling strafrecht parketnummer eerste aanleg : 13-184829-22 en 13-032984-22 (gevoegd) parketnummer hoger beroep : 23-002712-22 TEGENSPRAAK Arrest van het gerechtshof Amsterdam, enkelvoudige strafkamer, van 1 juni 2023 gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 14 oktober 2022 in de zaak tegen de verdachte: naam: [verdachte] voornamen: [verdachte] geboren: op [geboortedag] 1963 te [geboorteplaats] adres: [adres] Kwalificatie van het bewezenverklaarde Het in de zaak met parketnummer 13-184829-22 onder 1 bewezenverklaarde levert op: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht. Het in de zaak met parketnummer 13-184829-22 onder 2 en in de zaak met parketnummer 13-032984-22 bewezenverklaarde levert op: telkens: eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening. gepleegdin de zaak met parketnummer 13-184829-22feit 1:op 28 juni 2022 te Amsterdam;feit 2:op 28 juni 2022 te Amsterdam;en in de zaak met parketnummer 13-032984-22feit 1:op 8 februari 2022 te Amsterdam; Toepasselijke wettelijke voorschriften de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 57, 63, 266, 267 en 285 van het Wetboek van Strafrecht. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) weken. Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 1] ter zake van het in de zaak met parketnummer 13-184829-22 onder 1 en 2 bewezenverklaarde tot het bedrag van € 250,00 (tweehonderdvijftig euro) ter zake van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening. Wijst de vordering voor het overige af. Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil. Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 1] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 13-184829-22 onder 1 en 2 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 250,00 (tweehonderdvijftig euro) als vergoeding voor immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening. Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 5 (vijf) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op. Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt. Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de immateriële schade op 28 juni
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.