afdeling strafrecht parketnummer: 23-000777-22 datum uitspraak: 16 augustus 2023 TEGENSPRAAK (279 Sv) Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 11 maart 2022 in de strafzaak onder de parketnummers 13-048413-22 en 13-157013-19 (TUL) tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1987, thans uit anderen hoofde gedetineerd in [adres] . Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 2 augustus 2023 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de waarnemend raadsvrouw naar voren heeft gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd dat: 1 hij op of omstreeks 25 februari 2022 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 61 bolletjes cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; 2 hij op of omstreeks 25 februari 2022 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 1 bolletje cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de politierechter. Het hof overweegt in dat verband onder meer dat de bij Opiumwetdelicten vaak in de tenlastelegging opgenomen passage “zijnde een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I/II” moet worden beschouwd als een louter kwalificatieve zinsnede die geen deel uitmaakt van de feitsomschrijving, zodat de bewijsvraag daarop geen betrekking heeft. Deze passage is dan ook ten onrechte opgenomen in de bewezenverklaringen. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: 1 hij op 25 februari 2022 te Amsterdam, opzettelijk aanwezig heeft gehad 61 bolletjes van een materiaal bevattende cocaïne; 2 hij op 25 februari 2022 te Amsterdam, opzettelijk heeft verstrekt 1 bolletje van een materiaal bevattende cocaïne. Hetgeen onder 1 en 2 meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 1 en 2 bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het onder 1 bewezenverklaarde levert op: opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod. Het onder 2 bewezenverklaarde levert op: opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod. Strafbaarheid van de verdachte De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het onder 1 en 2 bewezenverklaarde uitsluit. Oplegging van straf en vordering tenuitvoerlegging De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het onder 1 en 2 bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf van 30 dagen met aftrek van voorarrest. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd. Tevens heeft de advocaat-generaal gevorderd dat de vordering tenuitvoerlegging geheel wordt toegewezen. De (waarnemend) raadsvrouw heeft verzocht dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd en dat gelet daarop maar ook gelet op zijn persoonlijke omstandigheden de vordering tenuitvoerlegging wordt afgewezen, nu extra gevangenisstraf dan niet meer opportuun is. De verdachte is zo voldoende gestraft. Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het bezit van 61 bolletjes van een materiaal bevattende cocaïne. Tevens heeft hij één zo’n bolletje verstrekt. Cocaïne is een voor de gezondheid van gebruikers daarvan zeer schadelijke stof en het gebruik ervan is gelet op de verslavende werking ook bezwarend voor de samenleving. Deze verslavende werking en de handel in cocaïne leiden tot verregaande, en regelmatig zeer gewelddadige, criminaliteit. De zeer lucratieve handel in cocaïne heeft een corrumperende werking op de samenleving. Met zijn handelen heeft de verdachte aan die handel bijgedragen. Het hof heeft bij het bepalen van de straf acht geslagen op de straffen die in soortgelijke gevallen worden opgelegd en die hun weerslag hebben gevonden in de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). Bij iets minder dan 7 gram drugs die bij verdachte zijn aangetroffen, noemen voormelde oriëntatiepunten een geldboete ter hoogte van € 750,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.