GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling civiel recht en belastingrecht, team I zaaknummer: 200.301.399/01 zaaknummer rechtbank Noord-Holland: 8696862/CV EXPL 20-4009 arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 24 januari 2023 inzake E-LEGAL INCASSO ADVOCATEN B.V., gevestigd te Rotterdam, appellante, advocaat: mr. L.R. Ridderbroek te Rotterdam tegen [geïntimeerde] , handelende onder de naam [bedrijf 1] t.h.o.d.n. [bedrijf 2] , wonend te [woonplaats] , geïntimeerde, advocaat: S.J. van der Aart te Koog aan de Zaan. Partijen worden hierna e-Legal en [geïntimeerde] genoemd. 1Het verdere verloop van het geding in hoger beroep In deze zaak is op 9 november 2021 een tussenarrest gewezen waarbij na aanbrengen een mondelinge behandeling is gelast. De mondelinge behandeling heeft op 17 december 2021 plaatsgehad. Na afloop van de mondelinge behandeling is de zaak verwezen naar de rol voor memorie van grieven aan de zijde van e-Legal. Partijen hebben daarna de volgende stukken ingediend: - memorie van grieven, met producties; - memorie van antwoord. E-Legal vordert dat het hof bij arrest, uitvoerbaar bij voorraad -het bestreden vonnis vernietigt; - [geïntimeerde] veroordeelt tot betaling van € 800,80 ter zake van de hoofdsom;- [geïntimeerde] veroordeelt primair tot betaling van contractuele rente over € 800,-- vanaf 26 juni 2020 tot de dag der voldoening, subsidiair tot betaling van de wettelijke handelsrente over € 800,80 vanaf 26 juni 2020 tot de dag der voldoening; - [geïntimeerde] veroordeelt tot betaling van primair € 250,--, subsidiair € 127,62 ter zake van buitengerechtelijke incassokosten: -met veroordeling van de proceskosten in beide instanties, te vermeerderen met wettelijke rente [geïntimeerde] heeft verweer gevoerd en geconcludeerd tot bekrachtiging van het bestreden vonnis. Beide partijen hebben bewijs aangeboden van hun stellingen. Uitspraak is bepaald op vandaag. 2Feiten 2.1. De kantonrechter heeft in het bestreden vonnis van 28 april 2021 onder 2.1. tot en met 2.6. de feiten vastgesteld die zij tot uitgangspunt heeft genomen. Deze feiten zijn in hoger beroep niet in geschil en dienen derhalve ook het hof tot uitgangspunt. Samengevat en waar nodig aangevuld met andere feiten die als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende betwist zijn komen vast te staan, komen de feiten neer op het volgende. 2.2. E-Legal adverteert op haar website met onder meer incassodiensten op basis van no cure no pay. De website houdt daarover onder meer in: “No cure no pay geldt niet voor incasso van: - vorderingen waarvoor maatwerk noodzakelijk is - vorderingen die inhoudelijk worden betwist (…) - vorderingen op particuliere debiteuren (…)” 2.3. [geïntimeerde] heeft aan e-Legal opdracht gegeven om een vordering op een derde (verder: de debiteur) te incasseren. De opdracht is door e-Legal bij brief van 7 april 2021 schriftelijk bevestigd. In de opdrachtbevestiging zijn de daarbij meegezonden incasso- en algemene voorwaarden van e-Legal mede van toepassing verklaard. De opdrachtbevestiging houdt onder meer in dat de vordering betrekking heeft op een particulier. [geïntimeerde] heeft zich per ommegaande met de opdrachtbevestiging akkoord verklaard. 2.4. De incassovoorwaarden houden onder meer in: “ 3. Spelregels (…) Vorderingen op particuliere debiteuren Vorderingen op particuliere debiteuren behandelen wij niet op basis van no cure no pay. (…). Ook bij vorderingen op particuliere debiteuren proberen wij altijd eerst de incassokosten op de debiteur te verhalen. Als dit echter niet lukt in het buitengerechtelijke incassotraject, brengen wij u het bij de debiteur in rekening gebrachte bedrag aan incassokosten in rekening (…). (…) Verloop buitengerechtelijk incassotraject Na indiening van uw incasso ontvangt u een opdrachtbevestiging per e-mail. Vervolgens zullen wij uw debiteur direct tot betaling sommeren, zowel per post, e-mail en/of fax (…). Vervolgens zal de debiteur bij geen betaling binnen een kort tijdsbestek meermaals door ons worden benaderd, zowel schriftelijk als telefonisch. Blijft volledige betaling desondanks uit, dan ontvangt de debiteur een dagvaarding of faillissementsaanvraag in concept. (…) (…) Aanvullende werkzaamheden voor maatwerk of bij inhoudelijke betwisting Werkzaamheden die toezien op maatwerk of op inhoudelijke betwisting van uw vordering zijn niet inbegrepen in onze dienstverlening op basis van deze incassovoorwaarden en worden aanvullend bij u in rekening gebracht. Vanzelfsprekend informeren wij u vooraf over de voorwaarden en aanvullende kosten van dergelijke werkzaamheden, zodat u altijd een heldere kosten-batenafweging kunt maken. Hiervoor doen wij u een vrijblijvend prijsvoorstel. Pas na ontvangst van uw akkoord wordt overgegaan tot de benodigde aanvullende werkzaamheden. Wij bieden u dus duidelijkheid vóóraf en geen verrassingen achteraf. Het is mogelijk dat pas gedurende het buitengerechtelijke incassotraject blijkt dat de behandeling van uw zaak maatwerk vergt of uw vordering inhoudelijk wordt betwist. In dat geval blijft voor de al verrichte werkzaamheden de eerdere prijsafspraak gelden. De verdere behandeling van het incassodossier kan dan desgewenst worden vervolgd op basis van het prijsvoorstel voor die werkzaamheden. (…)” 2.5. De algemene voorwaarden van e-Legal houden onder meer in: “(…) 3.6 Tenzij schriftelijk uitdrukkelijk anders is overeengekomen, is een voor de volbrenging van de opdracht overeengekomen termijn slechts indicatief en geldt deze niet als fatale termijn. Bij overschrijding van de indicatieve termijn dient e-Legal derhalve schriftelijk in gebreke te worden gesteld, waarbij e-Legal een redelijke termijn van tenminste 10 werkdagen dient te worden gegund de opdracht alsnog te volbrengen. (…) 5.15 De (uren) administratie van e-Legal geldt tussen de opdrachtgever en e-Legal als bewijs van hetgeen aan honorarium aan e-Legal is verschuldigd, behoudens door de opdrachtgever te leveren tegenbewijs. (…)” 2.6. E-Legal heeft de debiteur bij brief van 7 april 2021 gesommeerd om een pretense vordering van [geïntimeerde] van € 5.119,68 te voldoen, onder aanzegging dat bij niet betaling binnen 14 dagen € 629,45 voor buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd is. 2.7. De debiteur heeft bij bericht van 9 april 2021 geantwoord: “(…) Ik ben het niet eens met deze rekening. Het is niet duidelijk waar de incassobrief over gaat. (…) Ik vraag u vriendelijk om mij een nieuwe incassobrief te sturen met daarin de ontbrekende informatie. (…) Daarnaast wil ik u erop attenderen dat ik een gerechtelijke procedure heb gestart jegens de heer [geïntimeerde] welke op 6 april 2020 een dagvaarding heeft ontvangen. Deze kwestie gaat over een partnerovereenkomst waarbij de heer [geïntimeerde] in gebreke is gesteld en weigert een bedrag van € 10.958,77 te betalen. (..).” 2.8. E-Legal heeft diezelfde dag de debiteur een ontvangstbevestiging gestuurd en [geïntimeerde] om een toelichting op zijn vordering op de debiteur gevraagd. [geïntimeerde] heeft eveneens diezelfde dag geantwoord dat hij met de debiteur een geschil heeft over - samengevat - de financiële afwikkeling van een samenwerkingsovereenkomst en heeft een hoeveelheid bestanden geüpload in zijn digitale dossier. 2.9. Bij bericht van 15 april 2020 heeft e-Legal aan [geïntimeerde] bericht dat de debiteur zijn vordering inhoudelijk betwist en dat om het verweer van de debiteur te weerleggen het dossier moet worden bestudeerd en met [geïntimeerde] moet worden besproken, waarvoor maatwerk noodzakelijk is. Zij biedt aan om het incassotraject op uur-basis te vervolgen voor € 195 exclusief 8% kantoorkosten en 21% btw per uur. Bij bericht van 20 april 2020 heeft [geïntimeerde] daarop geantwoord: “Ik ga akkoord.” 2.10 Bij factuur van 20 april 2020 met daarop in hoofdletters en dikgedrukt “VOORSCHOTFACTUUR” heeft e-Legal een bedrag van € 750 (€ 907,50 incl. btw) aan [geïntimeerde] in rekening gebracht. [geïntimeerde] heeft de voorschotfactuur in twee termijnen van elk € 453,75 incl. btw voldaan. 2.11. E-Legal heeft op 9 juni 2020 een schriftelijk advies aan [geïntimeerde] gestuurd en met [geïntimeerde] besproken. [geïntimeerde] heeft e-Legal daarna verzocht om het dossier te sluiten. 2.12. E-Legal heeft [geïntimeerde] op 12 juni 2020 een eindfactuur gestuurd voor in hoofdsom € 1.612,43 incl btw opgebouwd uit een post van € 629,45 (voor de eerste fase van het incassotraject; hof) en een post van € 1.453,14 (voor de tweede fase; hof), minus het door [geïntimeerde] betaalde voorschot van € 750, alles vermeerderd met 21% btw. [geïntimeerde] heeft daarna nog € 50 aan e-Legal betaald. Het restant van het factuurbedrag heeft hij onbetaald gelaten. 3Beoordeling 3.1 E-Legal heeft bij inleidende dagvaarding gevorderd dat [geïntimeerde] zou worden veroordeeld tot betaling van in hoofdsom € 1.562,43, vermeerderd met rente en buitengerechtelijke incassokosten. [geïntimeerde] heeft de vordering van e-Legal bestreden en geconcludeerd tot afwijzing van de vordering en een tegenvordering ingesteld tot veroordeling van e-Legal om een bedrag van € 954 aan hem terug te betalen. 3.2. De kantonrechter heeft de vordering van e-Legal afgewezen en die van [geïntimeerde] als onverschuldigd betaald toegewezen. De afwijzing van de post voor de eerste fase is gebaseerd op het oordeel dat daarop het no cure no pay-beding van toepassing was en die van de tweede post voor de tweede fase op de oordelen dat e-Legal - samengevat - op voorhand [geïntimeerde] in het ongewisse heeft gelaten over de prijs van haar werkzaamheden en naderhand onvoldoende heeft onderbouwd hoe het bedrag van € 1.453,14 tot stand is gekomen. 3.3. E-Legal is met negen grieven opgekomen tegen alleen de afwijzing van de post voor de tweede fase, met conclusie dat [geïntimeerde] na aftrek van hetgeen door hem reeds was betaald, wordt veroordeeld tot betaling van in hoofdsom € 800,80 te vermeerderen met de contractuele rente over dat bedrag van 2% per maand vanaf 26 juni 2020, en met primair een bedrag van € 250,00 voor contractuele incassokosten. intreden tweede (betalende) fase 3.4. Voordat aan de grieven wordt toegekomen ligt ter beoordeling voor het verweer van [geïntimeerde] dat de tweede (betalende) fase niet is ingetreden. Volgens [geïntimeerde] heeft de debiteur de vordering niet betwist, maar heeft hij enkel om een toelichting op de vordering gevraagd, zodat alle werkzaamheden van e-Legal ter uitvoering van de eerste fase zijn verricht en vallen onder het no cure no pay-beding. 3.5. Het verweer faalt reeds omdat [geïntimeerde] op 20 april 2020 zonder voorbehoud akkoord is gegaan met de zienswijze van e-Legal dat de vordering is betwist en maatwerk vergt. Die zienswijze vindt bovendien steun in het bericht van [geïntimeerde] van 9 april 2020 dat hij met de debiteur een geschil heeft over de financiële afwikkeling van een samenwerkingsovereenkomst. E-Legal mocht daaruit opmaken dat de vordering niet op zichzelf stond, maar verband hield met het door [geïntimeerde] bedoelde geschil, temeer gelet op het hiervoor aangehaalde bericht van de debiteur van 9 april 2020. Een uit deze beide berichten af te leiden geschil leent zich bezwaarlijk voor een standaard incassoprocedure. [geïntimeerde] motiveert en onderbouwt niet dat dit anders is, oftewel dat het desondanks om een op zichzelf staande onbetwiste vordering ging. Daarbij komt dat [geïntimeerde] zonder voorbehoud de voorschotfactuur heeft voldaan en aldus zelf heeft bewerkstelligd dat de tweede fase is ingetreden en e-Legal de zaak tegen betaling is gaan vervolgen. 3.6. Het debat in hoger beroep gaat vervolgens over de vragen of
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.