afdeling strafrecht parketnummer: 23-002655-22 datum uitspraak: 1 februari 2023 TEGENSPRAAK Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 27 september 2022 in de strafzaak onder parketnummer 13-231315-22 tegen [verdachte01] , geboren te [geboorteplaats01] ([geboorteland01]) op [geboortedatum01] 1987, adres: [adres01] . Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 18 januari 2023 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd. Vonnis waarvan beroep Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen met dien verstande dat: - het hof de door de politierechter gebezigde bewijsmiddelen vervangt door de bewijsmiddelen die (in die gevallen waarin de wet dit vereist) in een later bij dit verkort arrest te voegen bijlage zullen zijn vervat; - het hof, naar aanleiding van hetgeen de raadsman in hoger beroep naar voren heeft gebracht, de gronden aanvult. Bewijsoverweging De raadsman heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep op het standpunt gesteld dat de verdachte van het onder 1 tenlastegelegde dient te worden vrijgesproken. Hij heeft hiertoe het volgende aangevoerd. De verdachte had niet het oogmerk zich de ketting wederrechtelijk toe te eigenen, zodat geen sprake is van diefstal met geweld. Er was sprake van een woordenwisseling tussen de verdachte en de aangever, welke is uitgemond in een schermutseling. Gedurende deze schermutseling heeft de verdachte op enig moment per ongeluk aan de ketting van de aangever getrokken, waarna de ketting op de grond is gevallen en de aangever hem weer heeft opgepakt. Deze lezing wordt ondersteund door de bevindingen van de verbalisanten, die eveneens een schermutseling waarnemen en door hetgeen op de camerabeelden te zien is. Bovendien laten ook de verklaringen van de aangever en zijn vriend ruimte voor dit alternatieve scenario, aldus de raadsman. Het hof overweegt als volgt. Uit het proces-verbaal van bevindingen betreffende het uitkijken van de camerabeelden blijkt dat de verdachte de aangever kort volgt terwijl deze zich met zijn vriend richting de Reguliersdwarsstraat begeeft. Wanneer het tweetal vervolgens stilstaat, neemt de verdachte plaats aan de andere kant van het plein, recht tegenover de aangever. Op het moment dat het tweetal zijn weg vervolgt, volgt de verdachte hen opnieuw en begint hij een fysieke confrontatie. Verbalisanten ter plaatse nemen daarbij waar dat de verdachte zijn arm om de nek van de aangever klemt en vervolgens met kracht aan zijn ketting trekt. Gelet op het voorgaande is het hof met de advocaat-generaal van oordeel dat sprake is geweest van een gerichte actie jegens de aangever, welke actie naar zijn uiterlijke verschijningsvorm gericht was op de ontvreemding van diens ketting. De verdachte heeft door aldus te handelen de ketting aan de feitelijke heerschappij van de aangever onttrokken. De enkele omstandigheid dat de ketting kort nadat de verdachte deze in zijn handen heeft gekregen op de grond is gevallen, waarna de verdachte is weggelopen, maakt dit niet anders. Het hof acht derhalve wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de primair tenlastegelegde diefstal vergezeld van geweld. Het verweer wordt verworpen. BESLISSING Het hof: Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene. Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. N.E. Kwak, mr. N. van der Wijngaart en mr. N.A. Schimmel, in tegenwoordigheid van mr. L.C. de Groot, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 1 februari 2023. Mr. Schimmel is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen. ========================================================================= […]
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.