← Nederland

ECLI:NL:GHAMS:2023:268

afdeling strafrecht parketnummer: 23-000353-21 datum uitspraak: 30 januari 2023 TEGENSPRAAK Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 2 februari 2021 in de strafzaak onder parketnummer 13-276543-20 tegen [verdachte01] , geboren te [geboorteplaats01] op [geboortedatum01] 2000, adres: [adres01] . Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 16 januari 2023 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd dat: zij in of omstreeks de periode van 1 juli 2019 tot en met 1 september 2020 te Amsterdam en/of Rotterdam en/of Almere, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [benadeelde01] en/of [benadeelde02] , door:  meermalen (anoniem/afgeschermd) en/of met verschillende nummers naar de telefoonnummers van [benadeelde01] en/of [benadeelde02] te bellen en/of een of meer voicemailberichten in te spreken, en/of  via een of meer (zelf aangemaakte) [social media01] -accounts en/of andere sociale media (o.a. [social media02] en/of [social media03] ) vriendschapsverzoeken en/of volgverzoeken te versturen aan [benadeelde01] en/of [benadeelde02] , en/of  via een of meer (zelf aangemaakte) [social media01] -accounts en/of andere sociale media (o.a. [social media02] en/of [social media03] ) berichten (met een schunnige en/of dreigende inhoud) te sturen naar [benadeelde01] en/of [benadeelde02] en/of berichten/reacties te plaatsen (‘posten’) op voornoemde [social media01] -accounts en/of de [social media01] pagina(’

  1. s)van [benadeelde01] en/of [benadeelde02] en/of [benadeelde01] en/of [benadeelde02] te ‘taggen’ in/onder berichten/foto’s van een of meer andere perso(o)n(
  2. en)en/of [benadeelde01] en/of [benadeelde02] (meermalen) toe te voegen aan zogenoemde groeps-chats, en/of  via een of meerdere (zelf aangemaakte) [social media01] -accounts en/of andere sociale media (o.a. [social media02] en/of [social media03] ) berichten te sturen naar een of meer perso(o)n(
  3. en)in de directe omgeving van [benadeelde01] en/of [benadeelde02] (waaronder familieleden en/of zakenrelaties) en/of voornoemde perso(o)n(
  4. en)te ‘taggen’/mee te nemen in berichtgeving/foto’s aan derden, met het oogmerk die [benadeelde01] en/of [benadeelde02] te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de politierechter. Vordering van het openbaar ministerie De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden vrijgesproken. Vrijspraak Op basis van het dossier staat voor het hof vast dat beide aangevers gedurende langere tijd telefonische oproepen, voicemailberichten en berichten via diverse social media hebben ontvangen en dat ook personen in hun directe omgeving via social media zijn benaderd. Het hof begrijpt dat de inhoud en de frequentie van met name de berichten op social media de aangevers niet onbewogen hebben gelaten en die periode voor hen bijzonder ingrijpend moet zijn geweest. Het hof is, met de advocaat-generaal en de raadsman, evenwel van oordeel dat het dossier noch het verhandelde ter terechtzitting voldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden bevat dat de verdachte voor deze feiten verantwoordelijk is geweest, zodat de verdachte van hetgeen haar ten laste is gelegd moet worden vrijgesproken. Vordering van de benadeelde partij [benadeelde01] De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 2.500,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 800,00. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering. De verdachte wordt niet schuldig verklaard ter zake van het bewezenverklaarde tenlastegelegde handelen waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom in de vordering niet worden ontvangen. Vordering van de benadeelde partij [benadeelde02] De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 3.127,43. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 1.327,43. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering. De verdachte wordt niet schuldig verklaard ter zake van het bewezenverklaarde tenlastegelegde handelen waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom in de vordering niet worden ontvangen. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij. Vordering van de benadeelde partij [benadeelde01] Verklaart de benadeelde partij [benadeelde01] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding. Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen. Vordering van de benadeelde partij [benadeelde02] Verklaart de benadeelde partij [benadeelde02] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding. Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen. Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.R.O. Mooy, mr. E. van Die en mr. D.A.C. Koster, in tegenwoordigheid van mr. L. van Dijk, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 30 januari 2023. Mr. A.R.O. Mooy is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen. ========================================================================= […]

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.