afdeling strafrecht parketnummer: 23-001400-22 datum uitspraak: 5 januari 2023 TEGENSPRAAK Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 6 mei 2022 in de strafzaak onder parketnummer 96-239462-21 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1994, adres: [adres]. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 22 december
- Het openbaar ministerie heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en hetgeen door de verdachte en zijn raadsman, mr. P.J. Hoogendam, naar voren is gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd dat: hij op of omstreeks 28 augustus 2021 te Badhoevedorp, gemeente Haarlemmermeer, in elk geval in Nederland, als degene tegen wie verdenking was gerezen als bestuurder van een snorfiets te hebben gehandeld in strijd met artikel 8 van de Wegenverkeerswet 1994 en aan wie door een opsporingsambtenaar was bevolen medewerking te verlenen aan een ademonderzoek, niet heeft voldaan aan de verplichting ademlucht te blazen in een voor het onderzoek bestemd apparaat en/of aan de verplichting gevolg te geven aan alle door een opsporingsambtenaar ten dienste van het onderzoek gegeven aanwijzingen. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep De politierechter in de rechtbank Noord-Holland heeft de verdachte ter zake het tenlastegelegde vrijgesproken. Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering. Vordering van het openbaar ministerie De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een geldboete van € 900,-, subsidiair 18 dagen hechtenis, en een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 7 maanden met aftrek, waarvan 5 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren. Vrijspraak De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep aangevoerd dat het strafbare feit is voltooid op het moment dat er geen goede ademtest kan worden afgenomen, tenzij er sprake is van een bijzondere geneeskundige reden als bedoeld in artikel 163 lid 2 van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994), hetgeen in onderhavige zaak niet het geval is. Voor een bewezenverklaring is, aldus de advocaat-generaal, geen opzet vereist. De raadsman heeft aan de hand van de door hem overgelegde pleitnotities bepleit dat de verdachte van het aan hem tenlastegelegde moet worden vrijgesproken. Het hof stelt voorop dat overtreding van artikel 163, tweede lid, WVW 1994 ingevolge artikel 176, derde lid in verbinding met artikel 178, eerste lid, WVW 1994, als misdrijf strafbaar is gesteld. Het weigeren van de ademanalyse, is, anders dan de advocaat-generaal heeft gesteld, enkel strafbaar indien sprake is van opzet (vgl. ECLI:NL:HR:2007:AZ6664). Naar het oordeel van het hof blijkt uit het dossier onvoldoende welke concrete omstandigheden -waaronder het gedrag van de verdachte - maken dat daaruit feitelijk kan worden afgeleid dat de verdachte opzettelijk de ademanalyse heeft geweigerd. In het proces-verbaal van de politie staat vermeld dat aan de verdachte na eerste mislukte pogingen is uitgelegd dat hij goed zijn best moet doen, dat hij moet uitademen op het ademanalyse-apparaat en niet voorafgaand aan zijn blaaspoging, en voorts dat de verbalisant zag en hoorde dat de verdachte meermalen, ondanks de aanwijzingen, geen goed ademmonster kon produceren. Daaruit valt niet af te leiden dat de verdachte opzettelijk geweigerd heeft en evenmin dat hij het opzet daarop in voorwaardelijke zin heeft gehad. De verdachte moet aldus worden vrijgesproken van het hem tenlastegelegde. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij. Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. N.E. Kwak, mr. R.D. van Heffen en mr. J. Steenbrink, in tegenwoordigheid van mr. S.S.I. Jackson, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 5 januari
- Mrs. N. Kwak en J. Steenbrink zijn buiten staat dit arrest te ondertekenen.