GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling civiel recht en belastingrecht, team I zaaknummer : 200.304.741/01 zaak- en rolnummer rechtbank Amsterdam : 9360403 / CV EXPL 21-10961 arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 14 februari 2023 inzake MERFAT B.V., gevestigd te Amsterdam, appellante, advocaat: mr. A. Frederiksen te Amsterdam, tegen ESILA GROOTHANDEL B.V., gevestigd te Amsterdam, geïntimeerde, advocaat: mr. M.C. Franken-Schoemaker te Houten. Partijen worden hierna Merfat en Esila genoemd. 1De zaak in het kort Esila is een leverancier van levensmiddelen en aanverwante artikelen voor de horeca. Merfat exploiteert onder de naam Amore Mio een shoarma/pizza-(afhaal)restaurant. Tussen Esila en Merfat heeft enige tijd een handelsrelatie bestaan, die inhield dat Esila op bestelling goederen bij Merfat afleverde. Merfat heeft een aantal door Esila aan haar gestuurde facturen onbetaald gelaten. De kantonrechter heeft Merfat veroordeeld aan Esila een bedrag van € 4.800,80 te betalen. Hiertegen richt zich het hoger beroep van Merfat. Het hof oordeelt dat ten aanzien van zes facturen bewijslevering moet plaatsvinden en laat Esila toe te bewijzen dat de op die facturen vermelde goederen bij Merfat zijn afgeleverd. 2Het geding in hoger beroep Merfat is bij dagvaarding van 22 december 2021 in hoger beroep gekomen van een vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam van 19 november 2021 onder bovenvermeld zaak- en rolnummer gewezen tussen Esila als eiseres en Merfat als gedaagde. Partijen hebben daarna de volgende stukken ingediend: - memorie van grieven met producties; - memorie van antwoord met producties; - akte met producties; - antwoordakte met een productie. Ten slotte is arrest gevraagd. Merfat heeft geconcludeerd dat het hof het vonnis van de kantonrechter zal vernietigen en de vordering van Esila alsnog zal afwijzen, met veroordeling – uitvoerbaar bij voorraad – van Esila in de kosten van het geding in beide instanties, de nakosten daaronder begrepen. Esila heeft geconcludeerd dat het hof het vonnis van de kantonrechter zal bekrachtigen met veroordeling – uitvoerbaar bij voorraad – van Merfat in de kosten van het hoger beroep, de nakosten daaronder begrepen, te vermeerderen met de wettelijke rente. Beide partijen hebben in hoger beroep bewijs van hun stellingen aangeboden. 3Feiten De kantonrechter heeft in het bestreden vonnis onder 1 de feiten vastgesteld die hij tot uitgangspunt heeft genomen. Deze feiten zijn in hoger beroep niet in geschil en dienen daarom ook het hof als uitgangspunt. Samengevat en aangevuld met andere vaststaande feiten komen de feiten neer op het volgende. 3.1 Esila is een groothandel die zich bezighoudt met de inkoop en verkoop van levensmiddelen en aanverwante artikelen voor de horeca. Zij bezorgt de bij haar bestelde goederen op het door een afnemer opgegeven adres en heeft daarvoor zes chauffeurs in dienst. 3.2 Merfat exploiteert onder de handelsnaam Amore Mio een shoarma/pizza-(afhaal)restaurant. 3.3 In ieder geval vanaf juni 2019 tot en met februari 2020 hebben Esila en Merfat een handelsrelatie gehad, die inhield dat Esila door Merfat bestelde goederen afleverde bij Amore Mio. Een chauffeur van Esila liet bij de bezorging een factuur als bewijs van ontvangst aftekenen door een medewerker van Amore Mio, die de goederen in ontvangst nam. Merfat plaatste de bestellingen bij Esila telefonisch of via WhatsApp. 3.4 Esila heeft aan Merfat een aantal facturen doen toekomen, die Merfat, ondanks aanmaningen of sommaties door Esila, niet dan wel niet volledig heeft betaald. Van deze facturen staat nog een bedrag van in totaal € 4.800,80 open. Het betreft de volgende facturen: Volgnummer Factuurnummer Factuurdatum Openstaand bedrag 1 219010406 22-06-2019 € 427,57 2 219011320 04-07-2019 € 1.010,68 3 219015682 10-09-2019 € 1.488,36 4 219015955 14-09-2019 € 1.459,68 5 220002347 10-02-2020 € 437,58 6 220003253 25-02-2020 € - 35,03 (credit) 7 220003273 26-02-2020 € 11,96 Totaal € 4.800,80 4Beoordeling 4.1 Esila vordert – samengevat – dat Merfat uitvoerbaar bij voorraad wordt veroordeeld aan Esila te betalen een bedrag van € 4.800,80 aan hoofdsom, vermeerderd met de wettelijke handelsrente vanaf 15 juli 2021, een bedrag van € 605,08 aan buitengerechtelijke incassokosten, een bedrag van € 726,31 aan wettelijke handelsrente (berekend tot en met 14 juli 2021), de door Esila gemaakte proceskosten en een bedrag aan nakosten. Esila legt aan haar vordering ten grondslag dat zij de op de facturen vermelde en door Merfat bestelde goederen aan Merfat heeft geleverd en dat Merfat ten onrechte weigert de daarvoor in rekening gebrachte bedragen te betalen. 4.2 De kantonrechter heeft de vordering van Esila toegewezen. Daartoe overwoog de kantonrechter, samengevat, dat Esila in voldoende mate heeft aangetoond dat Merfat de op de facturen vermelde goederen heeft besteld en ook geleverd heeft gekregen. Merfat komt met drie grieven op tegen deze beslissing en de daaraan ten grondslag gelegde motivering. 4.3 Grief 1 houdt – samengevat – in dat de kantonrechter bij zijn beslissing ten onrechte niet een drietal door Merfat voorafgaand aan de comparitie van partijen op 19 oktober 2021 in het geding gebrachte producties (thans productie HB2 bij de memorie van grieven) in zijn oordeel heeft betrokken. Grief 2 is gericht tegen de rechtsoverwegingen 3.2 en 3.3 van het bestreden vonnis en komt er – samengevat – op neer dat de kantonrechter zijn oordeel voor een groot deel heeft gebaseerd op stukken (een WhatsApp-bericht en een factuur) die tijdens de comparitie door Esila aan de kantonrechter en (de gemachtigde van) Merfat zijn getoond, zonder dat de bestuurder van Merfat zich nog daarover heeft kunnen uitlaten. Met grief 3, tot slot, klaagt Merfat er – samengevat – over dat de kantonrechter de beginselen van de stelplicht en bewijslast heeft geschonden. 4.4 Het hof is van oordeel dat grief 1 geen inhoudelijke bespreking behoeft en overweegt daartoe het volgende. De door Merfat in het kader van de comparitie in eerste aanleg in het geding gebrachte producties zijn bij de memorie van grieven (wederom) overgelegd en maken daarmee deel uit van de gedingstukken in hoger beroep. Deze stukken worden, indien relevant, door het hof bij de beoordeling van de stellingen van partijen betrokken. Ook grief 2 alsmede grief 3, voor zover grief 3 inhoudt dat de bestuurder van Merfat zich niet over de door Esila tijdens de comparitie in eerste aanleg getoonde stukken heeft kunnen uitlaten, behoeven geen inhoudelijke bespreking. Bij deze grieven heeft Merfat geen belang omdat de stukken waarop Merfat doelt door Esila bij de memorie van antwoord zijn overgelegd en Merfat zich daarover in hoger beroep heeft kunnen uitlaten (en dat ook heeft gedaan). 4.5 Verder oordeelt het hof als volgt. Grief 3 betoogt dat de kantonrechter niet had mogen oordelen dat Esila het bewijs van haar stellingen heeft geleverd. Deze grief wordt gedeeltelijk terecht voorgesteld. Hiertoe overweegt het hof als volgt. 4.6 Een koopovereenkomst brengt mee dat de verkoper verplicht is de verkochte goederen in eigendom over te dragen en af te leveren door deze in het bezit van de koper te stellen. Voor de koper brengt een koopovereenkomst mee dat de koper, tenzij anders is overeengekomen, ten tijde en ter plaatse van de aflevering, de prijs moet betalen. De vraag die partijen in het licht van het voorgaande in de kern verdeeld houdt, is of de goederen die vermeld zijn op de onder 3.4 genoemde facturen bij Merfat zijn afgeleverd, en of Esila dus recht had op betaling. 4.7 Esila stelt dat zij de goederen bij Merfat heeft afgeleverd. Zij licht dat als volgt toe. Alle bestellingen waarop de tussen partijen in geschil zijnde facturen betrekking hebben, zijn door Merfat via WhatsApp gedaan. De goederen werden door Esila afgeleverd en de facturen werden door de dienstdoende chauffeur bij de aflevering van de goederen voorzien van de letters “N.V.” (Niet Voldaan), gevolgd door een paraaf van een medewerker van Merfat, die de afgeleverde goederen in ontvangst nam. Op twee van de facturen (219010406 en 219015682) zijn achteraf, bij de aflevering van nieuwe bestellingen, deelbetalingen door Merfat gedaan, zodat daarvan nog restantbedragen openstaan. Verder is er via Injura Assist gesproken over een betalingsregeling, hetgeen blijkt uit de overgelegde verklaring van een medewerker van Injura Assist. Als bewijs voor haar stellingen legt Esila voorts onder meer over een door de bestuurder van Merfat, zijnde [naam] , op 4 juli 2019 om 08:18 uur verzonden WhatsApp-bericht waarin door Merfat goederen zijn opgesomd, die qua omschrijving en aantallen (stuks) overeenkomen met de goederen van de (op dezelfde dag) door Esila opgestelde factuur
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.