GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling civiel recht en belastingrecht, team I zaaknummers: 200.298.161/01 en 200.298.163/01 zaaknummers rechtbank Noord-Holland: C/15/305149/HA ZA 20-453 en C/15/299238/HA ZA 20-89 arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 11 april 2023 in zaaknummer 200.298.161/01 van [appellant] , wonende te [woonplaats 1] , appellant, advocaat: mr. H. Elmas te Haarlem, tegen 1 [geïntimeerde 1] , wonende te [woonplaats 2] , advocaat: mr. M.A. Kanning te Haarlem, 2. [geïntimeerde 2], wonende te [woonplaats 3] , 3. [geïntimeerde 3], wonende te [woonplaats 3] , beide laatstgenoemden met advocaat mr. S.P. Bolweg, advocaat te Haarlem, geïntimeerden, en in zaaknummer 200.298.163/01 van [appellant] , wonende te [woonplaats 1] , appellant, advocaat: mr. H. Elmas te Haarlem, tegen 1 [geïntimeerde 1] , wonende te [woonplaats 2] , advocaat: mr. M.A. Kanning te Haarlem, 2. [geïntimeerde 3], wonende te [woonplaats 3] , advocaat mr. S.P. Bolweg, advocaat te Haarlem, geïntimeerden. Partijen worden hierna enerzijds [appellant] en anderzijds respectievelijk [geïntimeerde 1] , [geïntimeerde 2] en [geïntimeerde 3] (of telkens in de desbetreffende zaak geïntimeerden) genoemd. 1De zaken in het kort Tussen partijen bestaat een familiaire band. [geïntimeerde 3] is de aangenomen dochter van [appellant] . [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] zijn de kinderen van [geïntimeerde 3] , en daarmee de (aangenomen) kleinkinderen van [appellant] . [appellant] heeft in het verleden een aantal panden gekocht. Een deel daarvan heeft hij aan zijn dochter geleverd en stond dus op haar naam. Zij heeft daarvoor geld geleend van haar vader. Die panden worden verhuurd. [geïntimeerde 3] heeft de panden eind 2019 geschonken aan haar kinderen [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] . Volgens [appellant] zijn die panden nog steeds zijn eigendom en moeten zijn dochter en kleinkinderen meewerken aan teruglevering aan hem. De dochter en kleinkinderen betogen dat de dochter de eigendom van de panden heeft gekregen en ze daarom kon overdragen aan haar kinderen. In 2017 heeft [appellant] [geïntimeerde 1] een volmacht gegeven om voor hem zakelijke handelingen te verrichten. Volgens [appellant] heeft [geïntimeerde 1] in strijd met de volmacht een schenking van bijna acht ton gedaan aan [geïntimeerde 3] . Ook moet [geïntimeerde 1] volgens hem nog steeds (mondeling) rekening en verantwoording afleggen over zijn handelingen en financiële stukken teruggegeven. [appellant] vordert in deze procedure daarnaast geld van zijn dochter en kleinkinderen. Dat zijn zij hem nog verschuldigd, vindt hij, ook vanwege door hem geleden schade. Volgens de dochter en kleinkinderen heeft [geïntimeerde 1] overeenkomstig de volmacht gehandeld en zijn zij [appellant] geen geld verschuldigd. 2a. Het geding in hoger beroep in zaaknummer 200.298.161/01 [appellant] is bij dagvaarding van 30 juli 2021 in hoger beroep gekomen van een vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 4 mei 2021, onder zaak-/rolnummer C/15/305149/HA ZA 20-453 (administratief gevoegd met zaak-/rolnummer C/15/299238/HA ZA 20-89), gewezen tussen [appellant] als eiser en geïntimeerden als gedaagden. Partijen hebben daarna de volgende stukken ingediend: - memorie van grieven; - memorie van antwoord van de kant van [geïntimeerde 1] ; - memorie van antwoord van de kant van [geïntimeerde 2] en [geïntimeerde 3] , met een productie. Partijen hebben de zaak ter zitting van 19 januari 2023 doen toelichten, [appellant] door mr. Elmas voornoemd, [geïntimeerde 1] door mr. Kanning voornoemd en [geïntimeerde 3] en [geïntimeerde 2] door mr. Bolweg voornoemd, ieder aan de hand van pleitaantekeningen die zijn overgelegd. [appellant] heeft bij deze gelegenheid nog producties in het geding gebracht en bewijs van zijn stellingen aangeboden. Ten slotte is arrest gevraagd. [appellant] heeft geconcludeerd dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen en - uitvoerbaar bij voorraad - alsnog zijn vorderingen zal toewijzen, met veroordeling van geïntimeerden in de kosten van het geding (het hof begrijpt: in beide instanties). [geïntimeerde 1] heeft geconcludeerd tot bekrachtiging van het vonnis, met veroordeling van [appellant] , uitvoerbaar bij voorraad, in de proceskosten van beide instanties. [geïntimeerde 3] en [geïntimeerde 2] hebben geconcludeerd tot bekrachtiging van het in conventie gewezen vonnis, met veroordeling van [appellant] in de proceskosten van beide instanties. 2b. Het geding in hoger beroep in zaaknummer 200.298.163/01 [appellant] is bij dagvaarding van 30 juli 2021 in hoger beroep gekomen van een vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 4 mei 2021, onder zaak- /rolnummer C/15/299238/HA ZA 20-89 (administratief gevoegd met zaak-/rolnummer C/15/305149/HA ZA 20-453) gewezen tussen [appellant] als eiser in conventie, tevens verweerder in (voorwaardelijke) reconventie en geïntimeerden als gedaagden in conventie tevens eisers in (voorwaardelijke) reconventie. Partijen hebben daarna de volgende stukken ingediend: - memorie van grieven; - memorie van antwoord van de kant van [geïntimeerde 1] ; - memorie van antwoord van de kant van [geïntimeerde 3] , met een productie. Partijen hebben de zaak ter zitting van 19 januari 2023 doen toelichten, [appellant] door mr. Elmas voornoemd, [geïntimeerde 1] door mr. Kanning voornoemd en [geïntimeerde 3] door mr. Bolweg voornoemd, ieder aan de hand van pleitaantekeningen die zijn overgelegd. [appellant] heeft bij deze gelegenheid nog producties in het geding gebracht en bewijs van zijn stellingen aangeboden. Ten slotte is arrest gevraagd. [appellant] heeft geconcludeerd dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen en - uitvoerbaar bij voorraad - alsnog zijn vorderingen zal toewijzen, met veroordeling van geïntimeerden in de kosten van het geding (het hof begrijpt: in beide instanties). [geïntimeerde 1] heeft geconcludeerd tot bekrachtiging van het vonnis, met veroordeling van [appellant] , uitvoerbaar bij voorraad, in de proceskosten van beide instanties. [geïntimeerde 3] heeft in hoger beroep haar eis gewijzigd en geconcludeerd tot bekrachtiging van het vonnis voor zover in conventie gewezen en in reconventie tot veroordeling van [appellant] tot het verlenen van medewerking tot opheffing van alle beslagen op de bankrekeningen van [geïntimeerde 3] en de onroerende zaken van [geïntimeerde 1] , [geïntimeerde 3] en [geïntimeerde 2] , op straffe van een dwangsom van € 500,- per dag dat die medewerking niet wordt verleend. Ook heeft zij in voorwaardelijke reconventie gevorderd te verklaren voor recht dat [appellant] onrechtmatig handelt, dan wel misbruik van bevoegdheid maakt jegens [geïntimeerde 3] door de familieafspraken niet na te komen en te verklaren voor recht dat [appellant] aansprakelijk is voor de schade, nader op te maken bij staat, die [geïntimeerde 3] lijdt en zal lijden door het onrechtmatig handelen van [appellant] , dit alles met veroordeling van [appellant] in de proceskosten van beide instanties. 3De feiten in beide zaken De rechtbank heeft in het in beide zaken bestreden vonnis onder 4.1. tot en met 4.18. de feiten vastgesteld die zij tot uitgangspunt heeft genomen. De juistheid van deze feiten is in hoger beroep niet in geschil. Wel heeft [appellant] aangevoerd dat de feitenvaststelling onvolledig is. Voor zover naast de vastgestelde feiten nog andere feiten relevant zijn, zal het hof daarmee bij de beoordeling rekening houden. De door de rechtbank vastgesteld feiten dienen ook het hof als uitgangspunt en luiden als volgt. a. Op 15 maart 2007 heeft [appellant] de woning aan de [straatnaam 1] 124 te ( [postcode 1] ) [plaats 1] aan [geïntimeerde 3] geleverd. b. Op 19 juli 2007 heeft [appellant] de appartementsrechten aan de [straatnaam 2] 148 rood te ( [postcode 2] ) [plaats 1] , de [straatnaam 2] 158 rood te ( [postcode 2] ) [plaats 1] , de [straatnaam 3] 93 zwart te ( [postcode 3] ) [plaats 1] en de [straatnaam 3] 93 rood te ( [postcode 3] ) [plaats 1] aan [geïntimeerde 3] geleverd. c. [geïntimeerde 3] heeft op 19 juli 2007 een schuldbekentenis getekend. Zij verklaart daarin een bedrag van € 767.000,00 te hebben geleend van [appellant] , tegen een rente van 6% per jaar. d. [geïntimeerde 3] heeft op 20 december 2010 een tweede schuldbekentenis getekend. Zij verklaart hierin een bedrag van € 200.000,00 te hebben geleend van [appellant] , tegen een rente van 6% per jaar. e. [appellant] heeft bij testament van 28 december 2015 (net als in een eerdere versie) het restant van de door hem aan [geïntimeerde 3] geleende bedragen aan [geïntimeerde 3] gelegateerd. Verder heeft hij daarin [geïntimeerde 3] en zijn biologische dochter [naam] (hierna: [naam] ) tot zijn erfgenamen benoemd. f. Op 17 augustus 2017 heeft [appellant] een zogenoemde algehele volmacht (hierna: ‘de volmacht’) verstrekt aan [geïntimeerde 1] . In de volmacht is onder meer het volgende opgenomen: ‘(…) PERSOONLIJKE WENSEN Giften/schenkingen Ik wens niet dat de gevolmachtigde namens mij giften/schenkingen doet, noch aan natuurlijke personen, noch aan algemeen nut beogende instellingen, de zogenoemde goede doelen, behoudens aan mijn toekomstige erfgenamen, met dien verstande dat de schenkingen voor gelijke delen aan mijn (pleeg)kinderen dient te geschieden, waarbij eventuele schenkingen aan mijn kleinkinderen, in het kader van voormelde schenkingen voor gelijke delen, dienen te worden opgeteld bij de ouder, zijnde mijn kind, van het betreffende kleinkind. (…) REKENING EN VERANTWOORDING Periodiek rekening en verantwoording De gevolmachtigde is verplicht jaarlijks en zo dikwijls al ik dat verzoek rekening en verantwoording af te leggen over de door de gevolmachtigde uit mijn naam verrichte rechtshandelingen. Deze rekening en verantwoording dient afgelegd te worden zoveel mogelijk overeenkomstig de wijze als voor (testamentair) bewindvoerders is bepaald. Deze volmacht strekt tot het verrichten van handelingen in mijn belang en is onherroepelijk. (…)’ g. [appellant] heeft [geïntimeerde 1] op 18 maart 2018 nog een handgeschreven machtiging verleend ‘voor het doen van schenkingen aan mijn (klein)kinderen zonder gelijke delen’. h. Op 4 juli 2019 heeft [geïntimeerde 1] namens [appellant] een schenkingsovereenkomst gesloten met [geïntimeerde 3] (hierna: de schenkingsovereenkomst). [appellant] schenkt [geïntimeerde 3] daarbij een bedrag van € 787.419,60. In de overeenkomst is opgenomen dat [geïntimeerde 3] dit bedrag gebruikt om de schuld die zij bij [appellant] heeft af te lossen en dat [geïntimeerde 3] per 4 juli 2019 geen schuld meer heeft bij [appellant] . Op 8 juli 2019 heeft [geïntimeerde 1] namens [appellant] een soortgelijke schenkingsovereenkomst gesloten met [naam] . i. Op 13 augustus 2019 heeft [appellant] de volmacht van [geïntimeerde 1] ingetrokken. j. Bij brief van 22 augustus 2019 heeft [appellant] aan [geïntimeerde 3] medegedeeld de schenkingsovereenkomst buitengerechtelijk te vernietigen. k. Op 11 oktober 2019 heeft [appellant] [geïntimeerde 3] en [geïntimeerde 1] in kort geding gedagvaard. [appellant] heeft daarin teruggave van administratie, het doen van rekening en verantwoording, vergoeding van kosten van hulppersonen en betaling van een schadevergoeding en dwangsommen gevorderd. l. Het kort geding van 22 oktober 2019 heeft tot een schikking geleid. Er zijn in een vaststellingsovereenkomst (onder meer) afspraken gemaakt met betrekking tot de afgifte van een kopie van de volmacht, afgifte van de administratie en afleggen van rekening en verantwoording voor het door [geïntimeerde 1] gevoerde beheer. m. Bij akte van 31 december 2019 heeft [geïntimeerde 3] de volgende zeven onroerende zaken onder een last geschonken aan [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] : • het appartementsrecht aan de [straatnaam 4] 23 zwart te (2023 DS) [plaats 1] ; • het appartementsrecht aan de [straatnaam 2] 148 rood te ( [postcode 2] ) [plaats 1] ; • het appartementsrecht aan de [straatnaam 2] 158 rood te ( [postcode 2] ) [plaats 1] ; • het appartementsrecht aan de [straatnaam 3] 93 zwart te ( [postcode 3] ) [plaats 1] ; • het appartementsrecht aan de [straatnaam 3] 93 rood te ( [postcode 3] ) [plaats 1] ; • de woning aan de [straatnaam 1] 124 te ( [postcode 1] ) [plaats 1] ; • de woning aan de [straatnaam 5] 22 te ( [postcode 5] ) [plaats 2] . n. Op 2 januari 2020 heeft [appellant] ten laste van [geïntimeerde 3] conservatoir beslag gelegd op de hiervoor onder ‘m.’ genoemde panden en de bedrijfsunit met verdere aanhorigheden aan de [straatnaam 6] 23 te ( [postcode 4] ) [plaats 3] . Ook heeft [appellant] conservatoir derdenbeslag gelegd onder de volgende banken ten laste van [geïntimeerde 3] en/of [geïntimeerde 1] : • ABN AMRO Bank N.V., statutair gevestigd aan de Gustav Mahlerlaan 10 te (1082 PP) Amsterdam, op, onder meer, de bankrekeningnummers NL20ABNA0980835682 en NL68ABNA0801016800; • ING Bank N.V., statutair gevestigd aan de Amsterdamse Poort, Bijlmerplein 888 te (1102 MG) Amsterdam, op, onder meer de bankrekeningnummers NL50INGB0671305565 en NL72INGB0702262137. o. Bij brief van 6 januari 2020 heeft [appellant] aan [geïntimeerde 1] gevraagd rekening en verantwoording af te leggen. p. Bij brief van 6 januari 2020 heeft [appellant] [geïntimeerde 3] gesommeerd om uiterlijk 10 januari 2020 de schenkingsovereenkomst niet te aanvaarden en de achterstallige en opkomende rente te betalen. q. Op 22 juni 2020 heeft [appellant] ook ten laste van [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] conservatoir beslag gelegd op de hiervoor onder ‘m.’ genoemde onroerende zaken. r. [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] hebben op 30 juni 2020 de onroerende zaken als hiervoor genoemd onder ‘m.’ geleverd aan Stichting administratiekantoor Baratabo. 4Beoordeling in beide zaken De vorderingen uit de eerste aanleg 4.1. In eerste aanleg hebben partijen de volgende vorderingen ingesteld: in de zaak C/15/299238 / HA ZA 20-89 in conventie [appellant] heeft gevorderd, na eiswijziging ter zitting: primair 1. Veroordeling van [geïntimeerde 3] tot verlening van medewerking tot (opnieuw) inschrijving van de onroerende zaken bij het kadaster die voorheen (ook) op naam van [appellant] stonden, dan wel teruglevering van die onroerende zaken aan [appellant] op in goede justitie te bepalen wijze; op straffe van verbeurte van dwangsommen van € 25.000,00 per dag tot een maximum van een half miljoen, dan wel in goede justitie te bepalen voorziening; 2. Een verklaring voor recht dat de schenkingsovereenkomst is vernietigd zijdens [appellant] in (althans op 22) augustus 2019, dan wel in goede justitie te bepalen datum, dan wel de schenkingsovereenkomst te vernietigen; 3. Veroordeling van [geïntimeerde 1] tot het geven van ook mondeling rekening en verantwoording aan [appellant] , op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 10.000,00 per dag, tot een maximum van € 100.000,00 per gevorderde is bereikt, dan wel een in goede justitie te bepalen dwangsom; 4. Veroordeling van [geïntimeerde 1] tot teruggave (afgifte) van alle administratie, bescheiden (digitaal en/of in hard copy en andere gegevensdragers) aangaande de financiële administratie van [appellant] , waaronder (doch niet beperkt tot): • originelen en kopieën van alle (huur)overeenkomsten en verbintenissen, die in naam en voor rekening van [appellant] zouden zijn aangegaan, dan wel aangaande de litigieuze onroerende zaken zijn aangegaan; • het archief van [appellant] vanaf 1980 tot en met de datum van afgifte uit hoofde van het vonnis; • de boekhouding, omzetgegevens, inkomsten en uitgaven, alsmede bestedingen van gelden/vermogensbestanddelen; • eigendomsbewijzen van roerende zaken, zoals de Camper Ford Guston Liner gekocht en betaald door [appellant] , alsook de boot; • alsmede alle stukken/bescheiden/akten/etc., die door gebruikmaking van de volmacht tot stand zijn gebracht; zulks op verbeurte van dwangsommen van € 10.000,00 per dag, tot een maximum van € 100.000,00 per gevorderde is bereikt, dan wel een in goede justitie te bepalen dwangsom; subsidiair 5. Een verklaring voor recht dat [geïntimeerde 3] een bedrag verschuldigd is aan [appellant] , begroot op € 2.736,841,60, dan wel een in goede justitie te bepalen bedrag; 6. Veroordeling van [geïntimeerde 3] tot betaling van de hoofdsom; 7. Veroordeling van [geïntimeerde 3] tot betaling van de rente zoals bepaald in de schuldbekentenissen voor de daarin genoemde hoofdsom, en wettelijke handelsrente voor de overige door [appellant] betaalde/bekostigde bedragen, dan wel in goede justitie te bepalen rente; 8. Veroordeling van [geïntimeerde 3] tot vergoeding van de schade die [appellant] heeft geleden door de schenkingsovereenkomst, dit met inbegrip van de wettelijke handelsrente primair vanaf datum schenkingsovereenkomst, subsidiair vanaf buitengerechtelijke vernietiging, meer subsidiair vanaf de dag der dagvaarding, tot aan de dag der algehele voldoening. primair en subsidiair 9. Hoofdelijke veroordeling van [geïntimeerde 3] en [geïntimeerde 1] tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten conform liquidatietarief rapport Voorwerk II, waarbij bij betaling door de een de ander zal zijn bevrijd; 10. Hoofdelijke veroordeling van [geïntimeerde 3] en [geïntimeerde 1] in de kosten van deze procedure, waaronder begrepen het (na-)salaris van gemachtigde, een en ander te voldoen binnen 14 dagen na dagtekening van het vonnis, en – voor het geval voldoening van de (na-)kosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt – te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over de (na-)kosten te rekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening. in (voorwaardelijke) reconventie [geïntimeerde 1] heeft gevorderd, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, opheffing van de beslagen op de panden en bankrekening, met veroordeling van [appellant] in de kosten van het geding, waarbij de proceskosten binnen 14 dagen na dagtekening van het vonnis door [appellant] dienen te zijn voldaan, en – voor het geval voldoening niet binnen bedoelde termijn plaatsvindt – te vermeerderen met de wettelijke rente, te rekenen vanaf het verval van bedoelde termijn voor voldoening; voorts met veroordeling van [appellant] tot betaling aan [geïntimeerde 1] van de nakosten en – voor het geval [appellant] die kosten niet binnen 14 dagen voldoet – te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het verval van die termijn. [geïntimeerde 3] heeft gevorderd, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: I. opheffing van de beslagen op haar bankrekeningen; en voor zover de rechtbank oordeelt dat de vorderingen van [appellant] tegen [geïntimeerde 3] toewijsbaar zijn, specifiek indien de rechtbank oordeelt dat de kwijtscheldingen van de schuldbekentenissen (de schenkingsovereenkomsten) met recht vernietigd zijn door [appellant] : II. een verklaring voor recht dat [appellant] onrechtmatig handelt, c.q. misbruik maakt van bevoegdheid tegen [geïntimeerde 3] door de familieafspraken niet na te komen; III. een verklaring voor recht dat [appellant] aansprakelijk is voor de hierdoor ontstane schade, nader op te maken bij staat; met veroordeling van [appellant] in de kosten van het geding, te voldoen binnen 14 dagen na dagtekening van het vonnis, en – voor het geval voldoening niet binnen bedoelde termijn plaatsvindt – te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het verval van de bedoelde termijn voor voldoening; voorts met veroordeling van [appellant] tot betaling aan [geïntimeerde 3] van de nakosten van het geding en – voor het geval [appellant] die kosten niet binnen 14 dagen voldoet – te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het verval van die termijn. in de zaak C/15/305149 / HA ZA 20-453 [appellant] heeft gevorderd: primair 1. Veroordeling van [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] tot verlening van medewerking tot (opnieuw) inschrijving van de onroerende zaken bij het kadaster die voorheen (ook) op naam van [appellant] stonden, alsook de door [appellant] gefinancierde onroerende zaken die op naam van [geïntimeerde 3] zijn gesteld en die met de schenking van 31 december 2019 op naam van [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] zijn ingeschreven, dan wel teruglevering van die onroerende zaken aan [appellant] op in goede justitie te bepalen wijze; op straffe van verbeurte van dwangsommen van € 25.000,00 per dag tot een maximum van een half miljoen, dan wel in goede justitie te bepalen voorziening; 2. Primair: Een verklaring voor recht dat de schenking door [geïntimeerde 3] aan [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] onrechtmatig is en derhalve de schenking op 31 december 2019 rechtens niet te gelden heeft; Subsidiair: Een verklaring voor recht dat de schenking door [geïntimeerde 3] door [appellant] is vernietigd, op een in goede justitie te bepalen datum; Meer subsidiair: De schenkingsovereenkomst te vernietigen; 3. Veroordeling van [geïntimeerde 1] tot het geven van ook mondelinge rekening en verantwoording aan [appellant] , op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 10.000,00 per dag, tot een maximum van € 100.000,00 per gevorderde is bereikt, dan wel een in goede justitie te bepalen dwangsom, van het bedrag waarmee de hypotheek is afgelost betrokken bij de schenkingsakte van 31 december 2019; 4. Indien en voor zover [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] op hun beurt zijn overgegaan tot levering van de onroerende zaken aan een derde, veroordeling van [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] tot het voeren van een rechtszaak tot ontbinding dan wel vernietiging van die transactie en/of schenking en het instellen van een vordering tot levering opdat de onroerende zaken aan [appellant] kunnen worden geleverd, dan wel een in goede justitie te bepalen veroordeling; subsidiair 5. Primair: Hoofdelijke veroordeling van [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 3] tot (af)betaling van alle schulden die [geïntimeerde 3] heeft aan [appellant] , dit niet beperkt tot het deel betrokken in de schenkingsovereenkomst hetwelk tussen beide gedaagden met de volmacht tot stand is gebracht, dit ten koste van [appellant] ; Subsidiair: Veroordeling van [geïntimeerde 3] tot (af)betaling van alle schulden aan [appellant] ; 6. Primair: Veroordeling van [geïntimeerde 3] tot betaling van de rente zoals bepaald in de schuldbekentenissen voor de daarin genoemde hoofdsom, en wettelijke handelsrente voor de overige door [appellant] betaalde/bekostigde bedragen, dan wel in goede justitie te bepalen rente, tot de dag van algehele aflossing; Subsidiair: Veroordeling van [geïntimeerde 1] tot betaling van de rente zoals bepaald in de schuldbekentenissen voor de daarin genoemde hoofdsom, en wettelijke handelsrente voor de overige door [appellant] betaalde/bekostigde bedragen, dan wel in goede justitie te bepalen rente, vanaf datum van de schenkingsovereenkomst die [geïntimeerde 1] met volmacht heeft tot stand gebracht, tot de dag van algehele aflossing; 7. Primair: Hoofdelijke veroordeling van [geïntimeerde 1] , [geïntimeerde 2] en [geïntimeerde 3] tot vergoeding van de schade die [appellant] heeft geleden en nog zal lijden door toedoen van ieder der gedaagden afzonderlijk, dan wel gezamenlijk handelend, waarbij bij voldoening door de een de ander bevrijd zal zijn, dan wel een in goede justitie te bepalen bedrag; Subsidiair: Hoofdelijke veroordeling van [geïntimeerde 3] en [geïntimeerde 1] tot vergoeding van de schade die [appellant] heeft geleden en nog zal lijden, waarbij bij voldoening van de een de ander bevrijd zal zijn, dan wel een in goede justitie te bepalen bedrag; Meer subsidiair: Veroordeling van [geïntimeerde 3] tot vergoeding van de schade die [appellant] heeft geleden en nog zal lijden door toedoen; primair en subsidiair 8. Hoofdelijke veroordeling van [geïntimeerde 1] , [geïntimeerde 2] en [geïntimeerde 3] tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten conform liquidatietarief rapport Voorwerk II, waarbij bij betaling door de een de ander zal zijn bevrijd; 9. Hoofdelijke veroordeling van [geïntimeerde 1] , [geïntimeerde 2] en [geïntimeerde 3] in de kosten van deze procedure, waaronder begrepen het (na-)salaris van gemachtigde, een en ander te voldoen binnen 14 dagen na dagtekening van het vonnis, en – voor het geval voldoening van de (na-)kosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt – te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over de (na-)kosten te rekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening. Het oordeel van de rechtbank 4.2. De rechtbank heeft in beide zaken de vorderingen van [appellant] afgewezen. De rechtbank heeft daartoe heel in het kort het volgende overwogen. De panden zijn rechtsgeldig aan [geïntimeerde 3] overgedragen en [appellant] is geen economisch eigenaar daarvan. Op grond van de algehele volmacht was [geïntimeerde 1] gerechtigd om schenkingen aan [geïntimeerde 3] te doen. De schenkingsovereenkomst met [geïntimeerde 3] is rechtsgeldig gesloten. Wat betreft (renovatie)kosten die [appellant] zou hebben gemaakt voor de panden van [geïntimeerde 3] is onvoldoende gesteld. Zij is daarom niets meer verschuldigd aan [appellant] . [geïntimeerde 1] heeft voldoende aan zijn verplichtingen gedaan om (mondeling) rekening en verantwoording af te leggen en niet kan worden aangenomen dat hij nog financiële administratie in bezit heeft die hij moet teruggeven. 4.3. De respectieve vorderingen in reconventie heeft de rechtbank in zoverre toegewezen dat de beslagen op de genoemde panden en bankrekeningen zijn opgeheven. Aan het overige deel van de door [geïntimeerde 3] voorwaardelijk ingestelde vordering in reconventie (om een tweetal verklaringen voor recht te geven) is de rechtbank niet toegekomen, omdat niet aan de voorwaarde was voldaan waaronder de vordering was ingesteld. De grieven 4.4. Tegen deze beslissing en de daaraan ten grondslag gelegde motivering komt [appellant] met zijn grieven (16 in zaak 200.298.161/01 en 9 in zaak 200.298.163/01) op. De grieven, die elkaar overlappen en veel herhalingen bevatten houden in de kern het volgende in. Grief (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.