← Nederland

ECLI:NL:GHAMS:2023:96

GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling civiel recht en belastingrecht, team I zaaknummer : 200.292.894/01 zaak- en rolnummer rechtbank Noord-Holland : C/15/298214 / HA ZA 20-30 arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 17 januari 2023 inzake [appellant] , wonend te [woonplaats 1] , appellant, advocaat: mr. R. Zwiers te Almere, tegen [geïntimeerde] , wonend te [woonplaats 2] , geïntimeerde, advocaat: P. Tijsterman te Uithoorn. 1Het verdere verloop van het geding in hoger beroep Partijen worden hierna wederom [appellant] en [geïntimeerde] genoemd. Het hof heeft in deze zaak op 13 september 2022 een tussenarrest uitgesproken (hierna: het tussenarrest). Voor het eerdere verloop van het geding in hoger beroep wordt naar dat arrest verwezen. Partijen hebben vervolgens beide een akte uitlating na tussenarrest genomen. Ten slotte is wederom arrest gevraagd. 2Verdere beoordeling 2.

  1. In hun onderscheiden akten hebben partijen onder andere te kennen gegeven akkoord te gaan met althans geen bezwaar te hebben tegen, het aangekondigde deskundigenonderzoek, de aan de deskundige te stellen vragen, de persoon van de deskundige en de hoogte van het gevraagde voorschot. Wel heeft [appellant] in zijn akte het stellen van een paar aanvullende vragen voorgesteld, waarop het hof onder 2.5 zal terugkomen. 2.
  2. [geïntimeerde] heeft in haar akte na tussenarrest meegedeeld dat zij uitsluitend beschikt over ‘een kopie scanexemplaar’ van het grafologisch te onderzoeken stuk en daarom geen origineel stuk kan overleggen. Zij stelt dat het originele stuk zich bevindt in een rode map met haar administratie die [appellant] destijds bij zijn vertrek uit de woning in Nederland heeft meegenomen. 2.
  3. Voor zover [geïntimeerde] met het voorgaande beoogt te stellen dat [appellant] over dit originele stuk beschikt, wordt deze stelling verworpen. Bij het bestreden vonnis heeft de rechtbank de (reconventionele) vordering van [geïntimeerde] , strekkende tot afgifte door [appellant] van haar administratie, afgewezen op de grond dat [geïntimeerde] , gelet op de betwisting van [appellant] , onvoldoende heeft gesteld om aan te nemen dat [appellant] de rode map met administratie onder zich heeft (rov. 4.17). Omdat [geïntimeerde] tegen dat oordeel niet incidenteel heeft geappelleerd, dient het hof van de juistheid daarvan uit te gaan. Daarmee is echter niet gegeven dat [geïntimeerde] het origineel (wel) in haar bezit heeft. Het hof zal er in het navolgende van uitgaan dat dit niet het geval is. 2.
  4. Het hof heeft telefonisch contact gehad met het bureau waaraan de te benoemen deskundige verbonden is (verder: het bureau) met betrekking tot de vragen of kan worden vastgesteld dat het mogelijk grafologisch te onderzoeken kopie scanexemplaar door middel van – kort gezegd – manipulatie (knip- en plakwerk of anderszins) tot stand is gekomen en of het beoogde grafologisch onderzoek op basis van dat kopie scanexemplaar kan worden uitgevoerd. Omdat het bureau te kennen heeft gegeven deze vragen slechts te kunnen beantwoorden aan de hand van het mogelijk grafologisch te onderzoeken stuk, zal het hof [geïntimeerde] thans gelasten het door haar bedoelde kopie scanexemplaar ter griffie te deponeren. Vervolgens zal het hof dit stuk aan de te benoemen deskundige doen toekomen opdat deze – voor partijen kosteloos – de zojuist geformuleerde vragen, die slechts het oogmerk hebben te kunnen beoordelen of daadwerkelijk een deskundigenonderzoek zal moeten worden gelast, beantwoordt. Vervolgens zal het hof bij een volgend arrest partijen van de uitkomst van een en ander op de hoogte stellen en hetzij het eerder aangekondigde deskundigenonderzoek gelasten hetzij – zonder dat onderzoek te gelasten – verder beslissen. 2.
  5. Omdat uit al het voorgaande volgt dat een eventueel grafologisch deskundigenonderzoek geen betrekking zal hebben op het originele stuk maar op een kopie scanexemplaar, zullen de door [appellant] in zijn akte na tussenarrest voorgestelde aanvullende vragen, die op de authenticiteit van het te onderzoeken stuk betrekking hebben, niet aan de te benoemen deskundige worden voorgelegd. 2.
  6. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden. 3Beslissing Het hof: gelast [geïntimeerde] haar kopie scanexemplaar van het op 18 mei 2015 gedateerde stuk, uiterlijk op 31 januari 2023 ter griffie van het hof te deponeren, waarna het hof zal handelen als onder 2.4 vermeld; verwijst de zaak naar de rol van 14 februari 2023 voor dagbepaling arrest; houdt iedere verdere beslissing aan. Dit arrest is gewezen door mrs. M.L.D. Akkaya, R.J.M. Smit en I.A. Haanappel-van der Burg en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 17 januari 2023.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.