afdeling strafrecht parketnummer: 23-001121-22 datum uitspraak: 28 maart 2024 TEGENSPRAAK Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 26 april 2022 in de strafzaak onder parketnummer 13-011718-21 (B) tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedag] 1965, adres: [adres]. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 14 maart 2024 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv), naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en zijn raadsman naar voren hebben gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is - na aanpassing van de tenlastelegging als bedoeld in artikel 314a Sv in eerste aanleg - tenlastegelegd dat: 4.hij op een of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 1 januari 2015 tot en met 31 december 2020, te Arnhem, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, (telkens) een of meer voorwerp(en), te weten (onder meer) een of meer geldbedrag(en), te weten 46.630,- euro (contante stortingen op zijn rekening(en)), althans enig geldbedrag, heeft verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet en/of van een of meer van die voorwerpen gebruik heeft gemaakt, en/of (telkens) de werkelijke aard en/of de herkomst en/of de vindplaats en/of de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld en/of heeft/hebben verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende was en/of wie die voorwerpen voorhanden had, terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(s), (telkens) wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat dat/die voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf, en verdachte en/of zijn mededader(s), van het plegen van dit feit een gewoonte heeft/hebben gemaakt. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot andere beslissingen komt dan de rechtbank. Vordering van het openbaar ministerie en standpunt van de verdediging De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep gevorderd dat de verdachte van het tenlastegelegde moet worden vrijgesproken. In hoger beroep is door de verdediging ook een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring afgelegd ten aanzien van het in eerste aanleg bewezenverklaarde bedrag van € 28.501,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.